Zelfkennis. Dat had hij wel. Maar hij wist ook drommels goed hoe zijn vrouw in elkaar zat. Of liever: zijn ex. De walging bij het uitspreken van dat woord was zelfs van papier merkbaar. Want het was geen prettige scheiding geweest. Zeker niet. Een pijnlijke zelfs. Vooral financieel.
Daar was dan ook de ellende begonnen. Want om het bedrag van de gezamenlijke spaarrekening uit te laten keren, waren twee handtekeningen nodig. Die van hemzelf was zo gezet. Die van haar ook trouwens, alleen wist ze daar zelf niets van. Want hij had besloten haar krabbel na te bootsen.
Daar was ook niets mis mee. Vond hij. Immers: ze had nog een schuld bij hem en nu was die gewoon afgelost. Gemakkelijk toch? Iedereen tevreden. Dacht hij. Zij dacht er anders over. Héél anders. De politie ook. En de offi cier sloot in dat rijtje aan. Valsheid in
geschrifte, nietwaar? De man kreeg een taakstraftransactie aangeboden. Hij kwam op de zitting en was het wel eens met de voorgestelde straf. En ja, daar wilde hij wel voor tekenen.
Kennelijk zag hij het ironische daarvan zelf wel in. Iemand die een valse handtekening heeft gezet, daar straf voor krijgt en om te bevestigen dat hij met die straf eens is...een handtekening moet zetten. Maar hij wilde vooral alle twijfel wegnemen. Want hij kende zichzelf goed genoeg om te weten dat wij waarschijnlijk niet meer op zijn handtekening alleen wilden vertrouwen.
Dus zette hij een krabbel. En daarnaast de woorden die aan alle twijfel een einde moesten maken: ‘Deze is echt van mij!’
Jan Hoekman
Verschenen in Opportuun, maart 2009