Het OM oordeelde in juni 2008 dat de uitspraken van Wilders niet strafbaar waren en seponeerde de zaak. Personen die aangifte tegen Wilders hadden gedaan, spanden tegen deze beslissing een zogenaamde klachtprocedure (artikel 12 Wetboek van Strafvordering) aan bij het hof in Amsterdam. Het hof achtte de klachten gegrond en heeft de vervolging van Wilders bevolen, omdat het Hof de uitspraken van Wilders wel mogelijk strafbaar acht.
In Nederland bepaalt het Openbaar Ministerie welke strafbare feiten wel of niet voor de strafrechter worden gebracht. Dit wordt het opportuniteitsbeginsel genoemd. De beslissing wel of niet te vervolgen wordt genomen door de officier van justitie. Die beoordeelt onder meer of het feit bewezen kan worden en of het algemeen belang gediend is bij vervolging. Daarna bepaalt de officier van justitie of er met een transactie of een strafbeschikking kan worden volstaan of dat de strafrechter zich over de zaak moet buigen.
De officier kan ook besluiten om de zaak niet te vervolgen of af te doen met een transactie of strafbeschikking. Belanghebbenden kunnen het hier niet mee eens zijn en vinden dat de zaak voor de rechter moet worden gebracht. In dat geval kunnen direct belanghebbenden op grond van artikel 12 Wetboek van Strafvordering een klachtprocedure starten en de zaak aan een gerechtshof voorleggen.
Nee. De procedure is vastgelegd in de artikelen 12 en verder van het Wetboek van Strafvordering. Vaak wordt daarom gesproken van een ‘12 Sv-procedure’ of een ’procedure klacht niet-vervolging’. Deze procedure is toegankelijk voor de rechtstreeks belanghebbende zoals slachtoffers of personen die aangifte hebben gedaan. Ze hoeven zich hiervoor niet bij te laten staan door een advocaat.
Wanneer direct belanghebbenden de zaak aan het gerechtshof voorleggen, stelt het gerechtshof zich een aantal formele vragen: Is het gerechtshof bevoegd? Is de klager ontvankelijk? Als al deze vragen met ‘ja’ worden beantwoord, behandelt het gerechtshof het beklag inhoudelijk. Het betrekt bij zijn beslissing de technische aspecten van de zaak (zoals de bewijsbaarheid) en het algemeen belang bij het wel of niet vervolgen. Het hof zal de stukken bestuderen, eventueel adviezen vragen en klager en beklaagde oproepen om te horen. Het OM krijgt ook de gelegenheid zijn standpunt uiteen te zetten
Als het Hof de klacht gegrond acht, betekent dat dat het Hof reden ziet om de zaak alsnog aan de rechter voor te leggen, of om een strafrechtelijk onderzoek te starten. In de zaak Wilders heeft het Hof de vervolging gelast omdat het Hof de uitspraken van Wilders mogelijk strafbaar acht. De beslissing van het Hof is overigens niet hetzelfde als een veroordeling. De rechtbank dient de zaak te behandelen als een gewone strafzaak en kan na een vervolging een veroordeling uitspreken, maar kan ook tot de conclusie komen dat de verdachte vrijgesproken moet worden. Het gerechtshof beoordeelt slechts of de zaak aan de strafrechter voorgelegd moet worden.
De officier van justitie zal de zaak voor de rechtbank brengen. Die gaat dan onderzoeken of er sprake is van een bewijsbaar strafbaar feit en een strafbare dader. Ook het OM zal dan opnieuw naar de zaak kijken. Het OM kan de rechter vragen het feit bewezen te verklaren en de verdachte te veroordelen, maar het OM kan ook om vrijspraak vragen. Uiteindelijk beslist de rechter.
Op 20 januari wordt een regiezitting gehouden. Tijdens de regiezitting wordt de strafzaak niet inhoudelijk behandeld en zal de officier van justitie nog geen definitief standpunt geven. Wel worden procedureafspraken gemaakt om de inhoudelijke behandeling –waarschijnlijk later in het jaar - zo goed mogelijk te kunnen laten verlopen. Na de voordracht van de zaak door het OM, kunnen OM en de verdediging nadere onderzoekswensen naar voren brengen, waarop de rechtbank moet beslissen. Ook de planning van de inhoudelijke behandeling komt aan de orde.
Het Openbaar Ministerie was van oordeel dat uitlatingen van Wilders niet strafbaar zijn. Dat uitlatingen kwetsend en grievend zijn voor een groot aantal moslims, betekent nog niet dat deze zonder meer strafbaar zijn, aldus het OM destijds. Over een aantal uitlatingen oordeelde het OM dat deze weliswaar beledigend waren over moslims, maar die uitlatingen waren gedaan binnen de context van het maatschappelijk debat. Dat ontnam volgens het OM aan de uitlatingen het strafbaar karakter. Het OM heeft destijds ook geoordeeld dat er geen sprake was van strafbaarheid wegens het aanzetten tot haat of discriminatie.
Het gerechtshof is het oneens met de beslissing van het OM de heer Wilders niet te vervolgen en heeft geoordeeld dat de uitspraken van Wilders mogelijk wel strafbaar zijn. Het hof vindt dat Wilders door zijn uitlatingen waartegen aangifte is gedaan aanzet tot haat en discriminatie. Ook vindt het hof dat Wilders moet worden vervolgd voor de vergelijkingen die hij trekt tussen de islam en het nazisme, omdat deze uitlatingen beledigend zijn. Het recht op vrijheid van meningsuiting is niet onbeperkt, en de meningsuitingen van Wilders, zoals ook in zijn film Fitna, zijn mogelijk strafbaar, aldus het Hof. Dit is niet alleen door de inhoud, maar ook door de manier van presenteren van de uitlatingen. Het hof vindt dat de uitingen van Wilders opvallen door ''eenzijdige, sterk generaliserende formuleringen met een radicale strekking, een niet aflatende herhaling en een toenemende felheid, waardoor er sprake is van haatzaaien''.
Ja, en dat heeft het OM ook gedaan. Er is vervolging ingesteld tegen Wilders.
Het hof heeft de officier van justitie te Amsterdam bevolen om Wilders te dagvaarden voor het aanzetten tot haat en discriminatie (artikel 137d van het Wetboek van Strafrecht) en voor groepsbelediging voor wat betreft zijn vergelijkingen met het nazisme (artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht).
Artikel 137 c:
Artikel 137 d:
Het gaat om (bepaalde) uitlatingen op/in:
- De Volkskrant van 7 oktober 2006, 'De paus heeft volkomen gelijk’
- Internetcolumn 'Mohammed (deel II): de islamitische invasie' van 6 februari 2007, op de website www.geenstijl.nl en/of de website www.pvv.nl
- De Pers van 13 februari 2007, 'Wat drijft Geert Wilders?'
- De Volkskrant van 8 augustus 2007, 'Genoeg is genoeg: verbied de Koran'
- De Volkskrant van 8 augustus 2007, 'Wilders: verbied de Koran, ook in moskee
- 'Wilders wil vernieuwde mini-koran' van 7 september 2007, op de website van Radio Nederland Wereldomroep en/of de Wereldomroep
- De Limburger van 9 februari 2008, 'Islam is mijn 'Fitna'
- De Volkskrant van 11 februari 2008, 'Het hoeft niet meer, maar De Film komt er' en
- De film Fitna, op 27 maart 2008 geplaatst op www.liveleak.com
Op de inhoudelijke zitting, dus nog niet op 20 januari, zal het OM met haar standpunt komen. Het OM heeft de zaak de afgelopen maanden kritisch tegen het licht gehouden en daarbij de beschikking van het hof en andere uitspraken van bijvoorbeeld de Hoge Raad in aanmerking genomen. Na het horen van de getuigen zal het OM tot een zorgvuldig afgewogen oordeel komen. Het is nu nog niet bekend wanneer de zaak inhoudelijk wordt behandeld.
De advocaat van Wilders heeft bezwaar aangetekend op het punt van groepsbelediging (artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht) op de dagvaarding. Ook heeft de advocaat van Wilders bezwaar gemaakt tegen de vervolging van Wilders voor aanzetten tot haat en discriminatie wegens ras, in plaats van alleen wegens godsdienst (artikel 137d van het Wetboek van Strafrecht). Op woensdag 13 januari 2010 behandelde de rechtbank Amsterdam het bezwaarschrift tegen de dagvaarding van de heer Wilders. De rechtbank heeft dit bezwaar afgewezen.
Amsterdam is één van de arrondissementen waar deze vervolging kan plaatsvinden. Het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie (LECD), een intern orgaan van het OM, heeft gecoördineerd en geadviseerd in deze zaak. Dit centrum is sinds 1998 ondergebracht bij het OM in Amsterdam.
De zaak Wilders is toegewezen aan de discriminatieofficieren van justitie van het OM in Amsterdam die tevens deel uitmaken van het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie (LECD). Dit zijn mr. P. Velleman en mw. mr. B. van Roessel. Zij worden hierbij ondersteund door de (beleids-)medewerkers van het LECD.
Het publiek kan de regiezitting op 20 januari in de rechtbank aan de Parnassusweg 220 in Amsterdam volgen via een rechtstreekse videoverbinding met de rechtszaal. Er zijn 100 plaatsen beschikbaar. Het is niet mogelijk om plaatsen te reserveren. Degenen die het eerst komen mogen het eerst naar binnen, tot het aantal beschikbare plaatsen is vergeven. Iedereen wordt om veiligheidsredenen gefouilleerd bij de ingang en men dient zich te kunnen legitimeren. De zaal gaat om 08.00 uur open.