7 april 2004 - Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen zeven
van de acht uitspraken inzake de gewelddadige dood van Anja Joos.
De twee hoofdverdachten (G. en B.) werden door de rechtbank
veroordeeld tot respectievelijk 18 maanden en drie jaar
gevangenisstraf. De rechtbank achtte deze ongelijke uitkomst
maatschappelijk moeilijk uit te leggen, maar onvermijdelijk
gezien de opbouw van de aanklacht in de zaak tegen de
hoofdverdachte (G.).
Het OM is het met deze uitspraken niet eens. In de eerste plaats
is het OM van mening dat uit de bewijsmiddelen volgt dat G.
strafrechtelijk aansprakelijk is voor het overlijden van Anja
Joos. Daarnaast is het OM het uit principieel oogpunt niet eens
met de aanname van de rechtbank dat, nu zij om technische reden
komt tot een bewezenverklaring van een lichter strafbaar feit,
dit onontkoombaar zou moeten leiden tot een lichtere
strafoplegging, terwijl het nog immer om hetzelfde feitencomplex
gaat.
De keuze in de tenlastelegging impliceert geenszins een inperking
in de straftoemetingsvrijheid van de rechtbank. De rechtbank had,
gelet op de bewezenverklaring (openlijke geweldpleging, enig
lichamelijk letsel ten gevolge) een maximale straf van 6 jaar op
kunnen leggen.
Gelet op het bovenstaande was oplegging van een hogere straf wel
degelijk mogelijk en, gelet op het feitencomplex waarbinnen het
bewezenverklaarde feit heeft plaatsgevonden, ook geboden.
In de zaak tegen B. is eveneens appèl ingesteld, hoewel de
opgelegde straf in die zaak - drie jaar - in overeenstemming was
met de eis van de officier van justitie. In deze zaak werden
echter andere feiten bewezen geacht dan het OM voor ogen stond.
Bovendien vindt het OM het belangrijk dat het Gerechtshof de
zaken tegen B. én G. tegelijk kan beoordelen.
In de andere zaken werd geappelleerd omdat in die zaken ook de
verdachten hoger beroep instelden, en het OM hogere straffen
heeft geëist dan werden opgelegd.
In de zaak van verdachte J. D. is geen appèl ingesteld door het
OM; deze verdachte werd conform de eis van de officier van
justitie veroordeeld, en voor de feiten die ook het OM bewijsbaar
vond.