Verbeterprogramma Schiedammer Parkmoord Politie, NFI en OM

Kruimelpad

Inhoud pagina: Verbeterprogramma Schiedammer Parkmoord Politie, NFI en OM

11 november 2005 - Openbaar Ministerie

De ministerraad heeft vandaag ingestemd met de maatregelen die minister Donner van Justitie, mede namens minister Remkes van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, heeft aangekondigd om de aanbevelingen na het verschijnen van het rapport over de Schiedammer parkmoord uit te voeren. Bij zware misdrijven die grote maatschappelijk beroering teweeg hebben gebracht, zoals levensdelicten en ernstige zedendelicten, zal vanaf januari 2006 bij de politie én bij het openbaar ministerie een vorm van tegenspraak worden georganiseerd. Ook zal de samenwerking tussen het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de opsporings-diensten worden verbeterd en krijgt de forensische opsporing een impuls. Daarnaast komt er een commissie die, na klachten van functionarissen, na moet gaan of zich in een opsporingsonderzoek en de behandeling van daaruit voortkomende strafzaken ernstige manco's hebben voorgedaan.

Dit zijn enkele punten uit het verbeterprogramma 'Versterking van opsporing en vervolging' dat OM, politie en NFI in nauwe samenwerking hebben opgesteld naar aanleiding van het evaluatierapport van de Schiedammer Parkmoord. In het programma staat structurele kwaliteitsverbetering en de bevordering van de professionaliteit van het optreden van politie en OM in strafzaken centraal. Het programma richt zich primair op de kwaliteit van de waarheidsvinding in het proces van opsporing en vervolging. Op alle aanbevelingen uit het evaluatierapport van de Schiedammer Parkmoord zijn inhoudelijke voorstellen ontwikkeld.

Een centraal leerpunt uit het evaluatieonderzoek naar de Schiedammer Parkmoord is het belang van een duidelijke rolverdeling tussen politie en OM. De officier bepaalt de strategie en toetst de tactieken en de uitvoering op rechtmatigheid, proportionaliteit en subsidiariteit. De politie is verantwoordelijk voor de uitvoering. De politie en het OM gaan bindende afspraken maken over algemene kwaliteitseisen die worden gesteld aan opsporingsonderzoeken.

Grote, complexe onderzoeken (Teams Grootschalige Opsporing, hierna TGO) zullen op termijn alleen nog maar geleid worden door gecertificeerde officieren van justitie en gecertificeerde teamleiders. De expertise op het gebied van forensisch-technisch onderzoek wordt vergroot. Aan een TGO zal behalve een forensisch coördinator ook een sporencoördinator worden toegevoegd. Op alle parketten komt een officier Forensische Opsporing. Deze zal op de parketten ook als tegenspreker kunnen fungeren waar het gaat om de betekenis van resultaten van technisch onderzoek.

Enkele concrete punten uit het verbeterprogramma:

  • Auditieve registratie wordt verplicht bij verhoren van verdachten van misdrijven met een strafbedreiging van twaalf jaar of meer, als er een dode of zwaargewonde is gevallen of als het gaat om een zedenmisdrijf met een strafbedreiging van acht jaar of meer.
  • Voor juni 2006 wordt in alle korpsen het standaardverhoorplan ingevoerd. Ieder korps zal dan beschikken over een verhoorprotocol waarin de wijze van voorbereiden van verhoor alsmede de wijze van begeleiding van verhoor is beschreven.
  • Het NFI zal duidelijker gaan rapporteren opdat de rapportages goed kunnen worden begrepen door politie, OM, rechtspraak en advocatuur.
  • Alle uitslagen van technisch onderzoek zullen - ook als ze negatief of ontlastend zijn - in proces-verbaal of rapportvorm worden toegevoegd aan het dossier. Aan ontlastende uitslagen zal in het dossier expliciet aandacht worden besteed.
  • Forensisch deskundigen zullen vaker en sneller worden ingezet om het deskundig veilig stellen van sporen op de plaats delict te verzekeren.

Minister Donner acht het pakket aan maatregelen bij het openbaar ministerie, de politie en het NFI gedegen. De evaluatie van de Schiedammer parkmoord heeft kwetsbaarheden zichtbaar gemaakt. Het vandaag verschenen programma geeft adequaat antwoord op de aanbevelingen die zijn genoemd in het rapport: het verbeteren van de kwaliteit van de opsporing, het gezag en de leiding over de opsporing, de versterking van het kritisch vermogen binnen OM en politie (onder andere door tegenspraak) met betrokkenheid van de leiding en (daarmee) het voorkomen van tunnelvisie, de kwaliteit en contoleerbaarheid van verhoren, het belang van goede verslaglegging en het verbeteren van de forensische opsporing. Met de eerder genomen maatregelen, de vandaag genoemde initiatieven en de versterking van het forensisch onderzoek komt er een structurele kwalitatieve verbetering. De burger moet ook kunnen vertrouwen op een opsporings- en vervolgingsapparaat dat zodanig is georganiseerd dat alles wordt gedaan om een fout of dwaling te voorkomen. Met het versterken van de forensische opsporing worden de mogelijkheden die de moderne techniek biedt beter benut. Dit draagt niet alleen bij aan het proces van waarheidsvinding, maar zal in positieve zin effect hebben ten aanzien van het ophelderingspercentage.

Verder komt er een commissie die tot taak heeft na te gaan of zich in de opsporing van strafbare feiten en/of in de behandeling van daaruit voortkomende strafzaken ernstige manco's hebben voorgedaan die een evenwichtige beoordeling van de zaak door de rechter in de weg hebben gestaan. De nadruk zal daarbij liggen op ernstige strafzaken waarin op grond van informatie die niet ter beschikking stond van de rechter, fundamenteel twijfel wordt opgeworpen over de schuld van de veroordeelde. Tot de commissie kunnen zich professioneel bij de zaak betrokken functionarissen van OM, politie, NFI en deskundigen wenden. Ook wetenschappers die zich in wetenschappelijke publicaties over een zaak hebben uitgesproken, kunnen zich tot de commissie wenden. Voorwaarde is, dat met de oprichting daarvan geen alternatieve rechtsgang wordt gecreëerd; zaken die nog onder de rechter zijn en waarin de raadsman zelf zijn kritiek naar voren kan brengen, worden dus niet onderzocht. Een ander belangrijk uitgangspunt is dat de rapporten van de commissie openbaar zijn.

Een toekomstgericht professionaliteitsniveau, aangepast aan de eisen van de tijd, vraagt naast inhoudelijke diepteinvesteringen in kennis, vaardigheden en functies, ook een investering in capaciteit. Die extra capaciteit is nodig voor de implementatie van de uitwerking van het verbeterprogramma opsporing en vervolging, maar ook voor het doorzetten van de reeds in gang gezette verbeterprogramma's én voor het versterken van de forensische opsporing. Het programma, dat al deze maatregelen bevat, kan alleen dan succesvol worden uitgewerkt. In het kader van de begrotingsvoorbereiding 2007 komt minister Donner terug op de financiële consequenties.

Even geduld aub.
Naar boven
Verklaar Jargon
Jargon Verklaard
Geen vakjargon termen gevonden

Zoeken