12 juni 2008
Dames en heren, beste mensen,
Nederlanders zijn geen Amerikanen. Dat wisten we natuurlijk al lang. Maar op sommige momenten is dat wel eens jammer. Neem bijvoorbeeld de omgang met de grondwet, aan géne en aan déze zijde van de oceaan.
Voor Amerikanen is de grondwet heilig. Wat wil je ook: George Washington en andere helden hebben er nog aan meegeschreven. Dus leren Amerikanen op school over hun grondwet en kennen ze er ook delen van uit het hoofd.
Vergelijk dat eens met Nederland. Volgens onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken kent 84 procent van de Nederlanders de grondwet niet of niet goed. Een gemis vindt minister Ter Horst. En ik voel met haar mee. Méér kennis van onze grondwet - net als in Amerika - zou kunnen bijdragen aan méér binding in de samenleving.
Toch lukt het mij evenmin om de grondwet hier te declameren. Maar ik weet wél hoe artikel 1 luidt: 'Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.'
Als je dan niet de hele grondwet paraat hebt, dan is dit toch op zijn minst een artikel dat de moeite waard is om gekend te worden. Niet voor niets is het het éérste artikel. En niet voor niets is het in grote letters aangebracht bij het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag.
De reden ligt voor de hand: gelijkheid voor de wet is hét grondbeginsel van onze rechtsstaat. Het is ook een voorwaarde om je met die rechtsstaat verbonden te voelen, ongeacht kleur, geslacht of geloofsovertuiging. Maar artikel 1 heeft niet alleen betrekking op de relatie burger-rechtsstaat. Het slaat ook op de relatie tussen burgers onderling. Ook zij mogen elkaar niet discrimineren. Discriminatie is funest voor de maatschappelijke samenhang. En vreet op de lange termijn aan de fundamenten van onze samenleving.
Daarom heeft artikel 1 zo'n prominente plaats in de grondwet. En daarom zijn wij hier om te praten over de aanpak van discriminatie.
Hoe staat het eigenlijk met de discriminatie in NL? Het gekke is: dat weten we niet precies. Bij de politie ontbreekt het aan eenduidige registratie. En het OM legt alleen de zogeheten 'zuivere discriminatiefeiten' vast. Dan gaat het om zaken als belediging en uitsluiting op grond van ras, levensovertuiging en geaardheid en het aanzetten tot haat. Volgens de meest recente cijfers nam het OM in 2006 216 zuivere discriminatiefeiten in behandeling.
Maar in veel andere misdrijven kan discriminatie ook een rol spelen. Denk aan een bedreiging, een vechtpartij, een vernieling. Als bij dergelijke 'commune delicten' discriminatie in het spel is, komt dat niet met één druk op de knop boven drijven in de statistieken. Wél blijkt uit een voorlopig onderzoek bij het OM Amsterdam dat het aantal commune delicten met discriminatoire aspecten daar vier keer zo groot is als het aantal zuivere discriminatiefeiten.
Laten we even aannemen dat dit ook landelijk geldt. Dan komt het totaal van misdrijven waarin discriminatie een rol speelt, plus daarbij geteld de zuivere discriminatiefeiten, voor heel Nederland uit op ruim duizend gevallen. Dat valt reuze mee op een bevolking van 17 miljoen zielen. Maar erg betrouwbaar is deze inschatting natuurlijk niet. En er zijn ook andere geluiden. De Raad voor Europa waarschuwde onlangs nog dat de islamofobie en discriminatie in Nederland snel toenemen.
Toch durf ik te stellen dat Nederland nog altijd een vrij open samenleving is. En dat discriminatie hier - internationaal gezien - beperkt voorkomt. Maar de vaststelling dat die openheid onder druk staat, lijkt mij ook terecht. Dus als wij onze eeuwenlange traditie van tolerantie hoog willen houden, dan zullen we voorvallen van discriminatie voortvarend aan moeten pakken.
Nu zijn we daar in theorie zeer toe genegen. Maar in de praktijk van alledag sneuvelen onze goede voornemens geregeld. Dan vinden we die moordzaak, die verkrachting, die reeks inbraken toch belangrijker dan een aangifte van discriminatie.
Bovendien zijn discriminatiezaken vaak ingewikkeld. Moet bijvoorbeeld een verwensing die iemand is toegevoegd, worden opgevat als een gewone belediging of is er sprake van discriminatie? Is de portier die alle Marokkanen de toegang tot een disco weigert, de verdachte? Of moeten we ons richten op de eigenaar die het deurbeleid heeft vastgesteld?
Lastig hoor. Heel begrijpelijk dus dat we ons liever richten op iets concreets als moord en doodslag. Toch is te weinig aandacht voor discriminatiezaken op de lange termijn funest. Want ook discriminatie is een moordenaar. Een sluipmoordenaar die sociale verbanden langzaam maar zeker om zeep helpt.
Discriminatie is niet een onschuldig delict. Wat dacht u van twee donkere kinderen die al een tijdje lastig gevallen worden door Lonsdale jongeren. Op een gegeven moment slaan hun belagers het ruitje van de voordeur in en gooien ze vuurwerk naar binnen. De gordijnen vliegen in brand en kunnen te nauwer nood geblust worden.
Of is dit onschuldig? Een muzikant met een keppeltje speelt een Joods lied in een bar. Na afloop vraagt een man hem: "Moet jij niet naar Auschwitz?". De muzikant is stomverbaasd waarna de man zijn woorden nog een keer herhaalt.
Dit zijn zo maar twee aangiftes uit het zaaksoverzicht dat in Amsterdam wordt bijgehouden. Het soort gevallen dat ondergesneeuwd kan raken, wanneer we altijd de waan van de dag volgen. De enige manier om dit voorkomen, is om de zaken zo te organiseren dat er structureel aandacht is én blijft voor dit belangrijke onderwerp.
Dat is de opdracht waarmee we vandaag aan de slag gaan. Hoe organiseren we ons Regionaal Discriminatie Overleg zó dat aandacht voor de bestrijding van discriminatie blijvend gegarandeerd is? U weet dat het OM - in nauw overleg met de Raad van Hoofdcommissarissen en de anti-discriminatiebureaus - eind vorig jaar de nieuwe Aanwijzing discriminatie heeft ingevoerd. Daarin wordt de rol van het Regionaal Discriminatie Overleg in grote lijnen beschreven. Zo staat in de Aanwijzing dat het overleg minstens twee keer per jaar bijeenkomt. Dat de officier van justitie die belast is met discriminatiebestrijding, het overleg voorzit. Dat regiopolitie en anti-discriminatiebureaus vertegenwoordigd zijn. Dat er gewerkt wordt met een zaaksoverzicht van alle aangiften en meldingen waarin discriminatie een rol speelt.
Daarmee zijn de kaders helder. Maar er is bewust veel ruimte gelaten voor regionale inkleuring. Het idee is dat de deelnemers gezamenlijk een vorm kiezen die past bij hun regionale situatie. Wat wordt bijvoorbeeld het mandaat van de mensen die bij het overleg aanschuiven? Hoe regelen we de koppeling met het lokale bestuur? Gaan we per arrondissement een overleg starten of nemen we de politieregio als uitgangspunt? Allemaal vragen die op regionaal niveau beantwoord moeten worden.
Één ding wil ik voorop stellen. Het Regionaal Discriminatie Overleg is geen doel op zich. Het is niet de bedoeling een nieuw vergadercircuit in te stellen en daarna een vinkje te plaatsen op ons 'Things to do'-lijstje. Nee, het overleg is een middel om het papier van de Aanwijzing te vertalen naar de praktijk van de regio.
Het overleg is bedoeld als een informatieknooppunt dat ons in staat zal stellen, ontwikkelingen snel te signaleren en daarop in te spelen. Daarbij zullen we regelmatig aanlopen tegen de beperkingen van de strafrechtelijke aanpak. Repressie is niet altijd het beste antwoord.
Stel dat er tijdens het Regionaal Discriminatie Overleg veel meldingen op tafel komen over discriminerend toegangsbeleid in uitgaansgelegenheden. Dan ligt het voor de hand hierover met het lokale bestuur te spreken tijdens het driehoeksoverleg van burgemeester, politiechef en officier van justitie. Het bestuur kan de kwestie op zijn beurt aankaarten bij de plaatselijke horeca. Wellicht is er een oplossing denkbaar in de vorm van zelfregulering.
We moeten dus niet alleen van papier naar praktijk. Maar ook van praktijk naar beleid. Het Regionaal Discriminatie Overleg kan daarbij helpen. Voorwaarde is wel dat we goed zicht hebben op voorvallen van discriminatie in onze regio. En dat hebben we nog niet. Ik zei al eerder dat commune delicten met discriminatoire aspecten niet goed geregistreerd worden. Daarin gaat verandering komen met behulp van het zaaksoverzicht.
De politie heeft daarvoor - in overleg met het OM en de anti-discriminatiebureaus - een landelijke format ontwikkeld dat alle Regionale Discriminatie Overleggen gaan gebruiken. Het zaaksoverzicht wordt automatisch gevoed vanuit het politiesysteem HKS. Aangevuld met de meldingen van de anti-discriminatiebureaus biedt het straks goed overzicht van discriminatie-incidenten in de regio.
Beste mensen,
Ik rond af, zodat jullie per regio de koppen bij elkaar kunnen steken. Ik ben erg benieuwd naar de opbrengst van de tafeldiscussies. Die zal van regio tot regio zeker verschillen, ook al omdat niet iedereen even ver is met het instellen van het Regionaal Discriminatie Overleg.
In sommige regio's bestaat een dergelijk overleg al jaren. Denk aan Amsterdam. Op andere plekken - zoals de Gooi- en Vechtstreek en Den Bosch - is het net van start gegaan. En een paar regio's moeten nog beginnen.
Hoe ver een regio is, is natuurlijk medebepalend voor de tafeldiscussie. Amsterdam zal zich over andere onderwerpen buigen dan Maastricht. Toch reken ik erop dat iedereen een vruchtbare middag zal hebben. En dat straks tijdens de terugkoppeling blijkt dat we belangrijke stappen vooruit hebben gezet.
Ik begon mijn verhaal met een verwijzing naar een Amerikaan. Ik eindig met een uitspraak van een Amerikaanse, Eleanor Roosevelt. 'Mensenrechten beginnen op plekken die niet op de wereldkaart staan. In de buurt waar iemand woont, op de school die hij bezoekt, in de fabriek of het kantoor waar hij werkt. Dát zijn de plaatsen waar elke man, elke vrouw, elk kind op zoek gaat naar gelijke rechten, gelijke kansen en gelijke waardigheid, zonder discriminatie. Als mensenrechten op die plaatsen geen betekenis hebben, dan hebben ze het nergens.'
Ik wens jullie veel succes.