Het Openbaar Ministerie organiseert jaarlijks een congres waarbij deskundigen op het gebied van recht, criminaliteit, opsporing, vervolging, wetenschap en media een podium krijgen om hun inzichten te presenteren. Op 5 februari 2010 stond op het OM Congres het thema snelrecht centraal.
Snelrecht heeft de wind in de zeilen. Politici eisen dat raddraaiers en veelplegers zo snel mogelijk voor de rechter komen. Het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak experimenteren met snelrecht- en supersnelrechtprocedures.
Maar er zijn nog vele onbeantwoorde vragen. Wat houdt snelrecht precies in? Is bijvoorbeeld ook al de ‘aanhouden en uitreiken’-aanpak, waarbij de verdachte op het politiebureau een dagvaarding uitgereikt krijgt, een vorm van snelrecht? Wat is de juridische grondslag van de toepassing van (super)snelrecht? Mag een verdachte bijvoorbeeld in voorlopige hechtenis worden gehouden alleen om hem snel voor de rechter te laten verschijnen?
Welk doel streeft men eigenlijk na met snelrecht? Gaat het nu om het tegengaan van recidive, om generale preventie of om iets anders? Wat zijn de randvoorwaarden voor een effectieve snelrechtprocedure? Is bijvoorbeeld een vast aanbod van geschikte zaken nodig opdat het opzetten van een snelrechtvoorziening de moeite loont?
Deze en andere vragen zijn aan de orde gekomen op het door het Openbaar Ministerie georganiseerde congres 'Snelrecht: hoe sneller, hoe beter?'. Twee hoogleraren, strafrechtjurist Paul Mevis en criminoloog Gerben Bruinsma, hebben vanuit hun vakgebied het fenomeen ‘snelrecht’ onder de loep genomen.
Hun opstellen zijn gebundeld in een uitgave die hier te downloaden is.
Prof. mr. Paul Mevis behandelt in zijn bijdrage 'Niet bij snelheid alleen: hoe snelrecht een toegevoegde waarde kan krijgen' de juridische grondslag van (super)snelrechtprocedures en doet voorstellen om de effectiviteit ervan te vergroten.
In 'Snel straffen vanuit criminologisch perspectief: een paradox in de strafrechtspraktijk' stelt prof. dr. Gerben Bruinsma de fundamentele vraag of er bewijs is voor de gedachte dat de rechtshandhaving erbij gebaat is wanneer verdachten snel voor de rechter verschijnen.
Beide hoogleraren hebben hun publicatie toegelicht op het congres. Daarnaast stonden vier parallelsessies op het programma en een interactieve plenaire discussie onder leiding van drs. Victor Deconinck.