Aan
de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 4
2513 AA DEN HAAG
| Contactpersoon | Doorkiesnummer |
| Datum | Bijlage(n) |
| 13 november 2001 | - |
| Ons kenmerk | Uw kenmerk |
| CDJZ/BVW/2001/334 | |
| Onderwerp | |
| Verlaging subsidie Schipholtunnel. | |
Geachte voorzitter,
Bij deze wil ik U gaarne informeren over de stand van zaken
inzake de oplossing van mijn geschil met de N.V. Nederlandse
Spoorwegen over de subsidie ten behoeve van de bouw van de
Schipholtunnel.
Bij brief van 30 oktober 2000 (kenmerk CDJZ/BVW/2000/1298a) heb
ik U in afschrift doen toekomen mijn beschikking van dezelfde
datum aan de N.V. Nederlandse Spoorwegen. In die beschikking heb
ik de eerder verleende voorlopige subsidie ten behoeve van de
uitbreiding railinfrastructuur Schipholtunnel verlaagd met een
bedrag van f 65 miljoen. Naar mijn mening had de N.V. Nederlandse
Spoorwegen haar rol als opdrachtgever beter dienen uit te
oefenen, gelet op de bovenmatige winsten van de betrokken
aannemers en mede gelet op de gepleegde onregelmatigheden.
Tegen deze beschikking heeft de N.V. Nederlandse Spoorwegen een
bezwaarschrift en een aanvullend bezwaarschrift ingediend. Daarin
brengt de NS naar voren dat, zoals ook KPMG Forensic Accountants
in haar rapport heeft geconcludeerd, de geconstateerde
onregelmatigheden niet tot benadeling van haar als opdrachtgever
hebben geleid. Gelet op de hoogte van de door de aannemers
behaalde winst, heeft de NS - hoewel daarvoor volgens de NS geen
rechtsgronden zijn- zich bereid verklaard tot een gedeeltelijke
terugbetaling van de voorlopige subsidie.
Alles afwegende blijf ik van mening dat een verlaging van de
subsidie juist is, maar dat het bedrag gewijzigd dient te worden
in f 50 miljoen. Gelet op de Algemene wet bestuursrecht heb ik in
mijn beslissing op het bezwaarschrift aan de N.V. Nederlandse
Spoorwegen dan ook de eerdere verleende subsidie verlaagd met een
bedrag van f 50 miljoen.
De N.V. Nederlandse Spoorwegen heeft toegezegd dat zij geen
beroep bij de bestuursrechter zal instellen tegen deze beslissing
en dat het bedoelde bedrag binnen drie weken na heden aan mij
wordt terugbetaald.
Voor wat betreft de strafrechtelijke kant van deze zaak kan ik U
berichten dat het Openbaar Ministerie (OM) geen verdere
strafrechtelijke vervolging tegen betrokken aannemers instelt.
Terzake is een schikking getroffen bestaande uit het betalen door
de aannemers van een bedrag aan het OM. Daarbij neemt het OM in
overweging dat de aannemers tevens een bedrag terug betalen aan
de N.V. Nederlandse Spoorwegen.
In deze zaak is er sprake van drie nauw samenhangende sporen, te
weten de publiekrechtelijke verhouding tussen Verkeer en
Waterstaat en de Nederlandse Spoorwegen, de civielrechtelijke
verhouding tussen de Nederlandse Spoorwegen en de aannemers en
het strafrechtelijke traject ten opzichte van de aannemers onder
verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie.
Deze complexiteit is de reden van de lange duur alvorens tot een
definitieve afronding gekomen kon worden. De samenhang maakt dat
over de verschillende sporen niet los van elkaar besloten kon
worden. Aangezien eerst op 12 november j.l. de overeenstemming
over de schikking tussen openbaar ministerie en de aannemers
definitief geworden is, kon de al eerdere overeenstemming in de
twee andere sporen nog niet geëffectueerd worden. Nu het pakket
compleet is, kan tot een definitieve afronding gekomen
worden.
Hoogachtend,
DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT
T. Netelenbos