24 maart 2005 - Openbaar Ministerie
AMSTERDAM (ANP) - Op woensdag 30 maart hervat het gerechtshof in Amsterdam het proces tegen de man die ervan wordt verdacht dat hij in maart 1984 zijn toenmalige minnares Corina Bolhaar (33) en haar twee kinderen van 6 en 9 jaar oud op gruwelijke wijze heeft gedood. Door nader onderzoek en door ziekte van een van de raadslieden van de verdachte heeft de opmerkelijke zaak vele maanden vertraging opgelopen. In 2003 veroordeelde de rechtbank de man tot levenslang.
De voormalig Hells Angel werd in 2002 gearresteerd, vlak voordat de drievoudige moordzaak zou verjaren. Belangrijke aanjager in de zaak is misdaadjournalist Peter R. de Vries. Hij wist een getuige, een ex-vriendin van de man op te sporen, die een belastende verklaring heeft afgelegd.
De man wordt ook in verband gebracht met de moord op de 23-jarige Ierse, in Amsterdam wonende Joanne Wilson. Zij verdween in september 1985 na een afspraakje met hem. Enkele weken later werden lichaamsdelen van de vrouw uit open wateren bij Amsterdam opgevist, verpakt in plastic zakken. De vervolging van de man voor dit feit is op niets uitgelopen, wegens gebrek aan bewijs.
Corina Bolhaar werd gewurgd gevonden in haar woning aan de Argonautenstraat in Amsterdam-Zuid. Haar 6-jarige zoon en haar 9-jarige dochter waren beiden gewurgd en vele malen gestoken met een mes. Hun 1-jarige halfbroertje was door de moordenaar gespaard. De man die bekendstond als zeer gewelddadig, werd destijds als verdachte gearresteerd, maar kwam na enkele weken wegens gebrek aan bewijs op vrije voeten. Het onderzoek liep vast.
De man zat in 2002 vast wegens verkrachting, toen hij opnieuw als verdachte werd aangehouden. Sindsdien heeft hij in alle toonaarden ontkend. Het Openbaar Ministerie heeft aanzienlijke bewijsproblemen, niet in de laatste plaats omdat het misdrijf moord bewezen moet worden. Het feit (meervoudige) doodslag is reeds verjaard. Uiteraard wordt de bewijsvoering bemoeilijkt door de ouderdom van de zaak. Politie en justitie hebben vele getuigen gehoord, doch zij dienen diep in hun geheugen te tasten om nog iets van enige waarde te kunnen verklaren. Technisch onderzoek is onmogelijk geworden, mede door het feit dat de Amsterdamse politie jaren geleden overgebleven bewijsmateriaal bij een schoonmaakactie op het hoofdbureau heeft vernietigd.
Het politieteam dat de zaak heeft onderzocht, ligt stevig onder vuur van raadslieden van de man, W. Anker en G-J. van Oosten. Zij hebben bewerkstelligd dat de zogeheten dagjournaals van het team op tafel zijn gekomen. Deze journaals, een soort logboek, bevatten onderzoeksinformatie die niet in het uiteindelijke strafdossier terechtkomt. Volgens Van Oosten hebben de journaals nieuwe vragen opgeroepen, waarover hij en Anker zowel de onderzoeksleider B. Schagen als de officier van justitie N. Voorhuis als getuige willen horen. Het hof moet zich over dat verzoek nog uitlaten.
Het hof buigt zich woensdag en donderdag over de zaak. Het is de bedoeling dat het hof dan ook verdachte uitvoerig aan de tand voelt.