De zaak Bolhaar

Kruimelpad

Inhoud pagina: De zaak Bolhaar

Een bijna achttien jaar oude zaak, geen ooggetuigen, geen motief, geen verdachtensporen. De moord op Corina Bolhaar en haar kinderen staat op het punt van verjaren. Tot Peter R. de Vries met een getuige op de proppen komt en officier Nicole Voorhuis op de zaak wordt gezet. 'Ik wilde dat elk gat gedicht zou worden.'

Ga er maar aan staan: al bijna verjaarde moorden onderzoeken terwijl er geen ooggetuigen zijn, geen dadersporen en geen motief. Door onvermoeibaar oude getuigenverklaringen te checken, getuigen tot in het buitenland op te sporen, verklaringen aan te vullen en te veredelen, maar ook door creatieve forensische en technische onderzoeken bewees officier van justitie Nicole Voorhuis dat het toch mogelijk is. Ook zonder dna-doorbraken.

Maandag 5 maart 1984, tien voor zes 's middags, de Argonautenstraat in Amsterdam. Als een bovenbuurman van Corina Bolhaar haar 1-jarige zoontje Bryan hoort huilen, besluit hij poolshoogte te nemen. De buurman treft de nog steeds huilende Bryan aan in zijn box. Maar in de woonkamer heeft hij dan al de ontzielde lichamen ontdekt van Corina Bolhaar (30) en haar zoon Sharon (6). Corina is gewurgd met een koord. Zoon Sharon had drie steekwonden aan de hals en tien aan de rug, maar het jongetje is volgens de patholoog-anatoom overleden door verwurging met een springtouw en een riem. In haar eigen bed ligt een derde slachtoffer: dochter Donna (9). Ook haar lichaam had sporen van strangulatie, maar de acht steekwonden in hartstreek en hals zijn haar fataal geworden.
Omdat er geen sporen van braak zijn en Corina nooit voor onbekenden de deur van het slot haalde, concludeert de officier dat de dader van dit misdrijf een bekende van het slachtoffer moet zijn. Dan zijn er drie serieuze verdachten. Haim, de vader van Sharon en Donna. Baron, de inmiddels overleden ex-vriend van Corina. En Louis H., haar minnaar.

Louis H. , dan nog lid van de Hells Angels, wordt op 8 maart als getuige gehoord. Aanvankelijk verklaart hij dat hij op 18 januari voor het laatst in de woning van Corina Bolhaar was geweest en de moorden dus niet gepleegd kon hebben. Maar een paar dagen later verklaart een taxichauffeur dat hij op zondagochtend 4 maart, een Hells Angel, die qua signalement overeenkwam met Louis H., had afgezet in de straat van het slachtoffer. Daarop wordt Louis H. op 18 maart aangehouden. In het derde verhoor na aanhouding bekent H. 's ochtends vroeg bij de woning van de slachtoffers te zijn geweest, al zegt hij dat hij niet binnen is geweest.

Toch stokt het onderzoek. Het misdrijf kent geen ooggetuigen, er is geen technisch bewijs tegen Louis H., er is geen bekentenis en geen motief. Op 23 april wordt H. uit voorlopige hechtenis ontslagen en op 7 november 1984 wordt het gerechtelijk vooronderzoek gesloten.

Het is december 2001 als Nicole Voorhuis, officier van justitie van team 2 van parket Amsterdam, een stoffige doos in handen krijgt gedrukt van teamleider Fred Teeven. 'Hij vroeg of ik eens wilde kijken of er met de zaak-Bolhaar iets te doen viel. In het dossier trof ik ook correspondentie aan met misdaadverslaggever Peter R. de Vries, die pleitte voor heropening van de zaak. Na lezing van het proces-verbaal zag ik dat er veel losse eindjes in het dossier zaten. De recherche zat in 1984 al dichtbij: het was destijds gelukt een verdachte te linken aan de plaats delict. Er zat muziek in de zaak, zeker toen uit het dossier bleek dat er veel technische sporen in het dossier zaten en een belangrijke getuige zich bij De Vries had gemeld.'

Het nieuwe onderzoek, waarin Voorhuis een goed duo vormt met politieprojectleider Bob Schagen, wordt grootschalig aangepakt, blikt Voorhuis terug. 'Omdat het onderzoek bij iedereen hoog op de agenda stond, kreeg ik een groot rechercheteam. Ik heb grote sturing op het onderzoek gehad. Elk "gat" in het dossier moest gedicht worden'. De zaak heeft haast. De zaak-Bolhaar was weliswaar in 1998 op een lijst met andere Cold Case zaken gezet, maar omdat die lijst veel zaken bevatte waarin meer technische sporen beschikbaar waren, was de zaak- Bolhaar nog niet in behandeling genomen. Doodslag tenlasteleggen kan wegens verjaring niet meer. En de achttien jaar verjaringstermijn voor moord zou binnen enige maanden aflopen. Belangrijk doel voor de officier is de verjaring voor moord te stuiten middels een nieuwe daad van vervolging.

Al gauw blijkt dat alle technische sporen in de jaren tachtig en negentig wegens wateroverlast in het politiebureau waren vernietigd. De paar resterende sporen leveren geen bewijs op. Verder zijn er problemen met de getuigen: een aantal belangrijke getuigen durven geen verklaring af te leggen. Maar omdat de recherche inmiddels beschikt over verklaringen van de via De Vries geleverde getuige Van der M., kan op 14 maart 2002 de vordering GVO worden betekend aan verdachte Louis H. De verjaring is gestuit. Kort daarna wordt Louis H. aangehouden. Ook wordt zekerheidshalve een GVO geopend tegen Haim om de verjaring ten aanzien van hem te stuiten. Dat getuige Van der M. zich meldde was cruciaal, zo zou Voorhuis later in haar requisitoir zeggen: 'Zij heeft de moed gehad als eerste een verklaring af te leggen en haar verklaring heeft voor een sneeuwbaleffect gezorgd.' Meer getuigen melden zich, al bleef de angst voor Louis groot. Uiteindelijk zijn er via bedreigde getuigen trajecten en getuigenbeschermingstrajecten verhoren afgenomen.

'Omdat motief, ooggetuigen en dadersporen ontbraken, moesten we alles zien te reconstrueren. Vanwege het gebrek aan technisch bewijs moesten de getuigenverklaringen in mijn ogen daarom een zwaarder dan gebruikelijke betrouwbaarheidstoets ondergaan. Alle verklaringen van destijds moesten naast elkaar worden gelegd, aangevuld en veredeld.' Ook moesten alle nieuwe contacten van Louis H. vanaf 1984 worden gehoord. Dit leverde honderden getuigenverhoren op, waarvan vele relevant.

Een belangrijke vraag, die in 1984 nooit bevredigend was beantwoord, is: wanneer zijn de slachtoffers om het leven gebracht? Op 3 maart 1984 was er om 21.00 uur voor het laatst wat van hen gehoord. Bijna twee etmalen later, op 5 maart om 17.50 zijn de slachtoffers levenloos aangetroffen. Er is dus een tijdspanne van 45 uur die moet teruggebracht worden tot een preciezer tijdstip.
Voorhuis doet uitgebreid onderzoek. Ze bestudeert alle verklaringen van vrienden en kennissen die Corina en de kinderen voor het laatst hadden gezien. Een volle thermoskan koffie, een asbak met daarin twee filterpeuken en de kleding van de slachtoffer wijzen erop dat het misdrijf in de ochtend moet zijn gepleegd. Er wordt een driedimensionale reconstructie gemaakt. Verder roept Voorhuis in 2002 de toenmalige patholoog, schouwarts en politiemensen bij elkaar voor een brainstormsessie aangevuld met deskundigen als pathologen en forensisch geneeskundigen. Veel technische vragen worden beantwoord en kunnen direct worden gebruikt voor de bepaling van het tijdstip van de moord. De inspreekverbalen van de politie worden teruggelezen: in welke houding lagen de slachtoffers; wat waren, op welk moment, uiterlijke kenmerken van lichaamsdelen. Er wordt gebrainstormd en Voorhuis vuurt allerlei vragen op de forensisch medisch deskundigen af. 'We hebben toen met veel meer zekerheid kunnen vaststellen dat de slachtoffers in de vroege ochtend van 4 maart 1984 zijn overleden. De rechtbank en het Hof hebben deze 10 pagina's tellende onderbouwing in hun vonnis cq arrest overgenomen.'

Maar wie heeft het gedaan? Van drie verdachten die in beeld waren, blijken na lang rechercheren twee een alibi te hebben. Resteert Louis H.
Hij zou geen tijd hebben gehad om de moord te plegen, zo suggereert Louis in een aantal verhoren in 1984. Ja, op de bewuste dag was hij door een taxichauffeur afgezet bij het huis van Corina. Maar als zij niet opendoet, loopt hij naar tram 24, waar hij direct kan instappen.
Een sluitend alibi? Daarvan kan geen sprake zijn, meent Voorhuis. H. kan niet om 6.46 uur op de tram zijn gestapt, want de eerste tram van die dag kwam pas om 7.06 aanrijden. En waarschijnlijk heeft het zelfs minimaal vijf kwartier geduurd voordat H. de tram kon nemen, want de trambestuurders van die bewuste ochtend verklaren stellig dat in hun tram geen type Hells Angel heeft gezeten.

Bovendien heeft H. in de dagen van de moord merkwaardig vluchtgedrag getoond, zo blijkt uit oude en nieuwe getuigenverklaringen. Zo verklaarde getuige Van W., een ex-vriendin van H., dat Louis, die al maanden niet was langsgekomen, op maandag 5 maart 1984, 's ochtends tussen 4 en 6 uur, plots haar woning binnenkwam. Hij moest "onderduiken", zo deelde Louis haar mee. Deze getuige vult in 2002 haar in 1984 gedane verklaring aan: H. had nog meer vreemd gedrag vertoond. Over zijn motorclub- "colours" heen had hij een jas gedragen, wat hij alleen deed als hij weer eens door de politie werd gezocht. Bovendien had Van W. een krant voor H. hem moeten halen, waarna H. (die nooit een krant las) vluchtig de koppen doornam. En H. vroeg of Van W. een vlek uit zijn spijkerjas kon wassen. Een jas die na het wassen alsnog in de tuin werd verbrand.

Veel gewicht in de schaal legt de verklaring van de getuige Van der M., die tussen 1996 en 1998 de vriendin van H. was. Deze via Peter R. de Vries aangedragen getuige zou nadat zij door H. weer eens was mishandeld, van H te horen hebben gekregen: "Je moet oppassen want ik heb al eens eerder een wijf met koters vermoord." Een bedreiging die Van der M. in die woorden nog veel vaker zal horen uiten.

Ook een medegedetineerde van Louis H., W., verklaart in 1988 dat H. had gezegd dat hij "een vrouw met twee koters het licht had uitgeblazen." Een andere, anonieme getuige verklaart dat H. haar in mei 1984 in haar slaapkamer heeft verkracht. Hierna zou de verdachte hebben geroepen: "Je zegt niets, anders kill ik je, net als die Corina." En medegedetineerde A. zegt in 1984, als H. in voorlopige hechtenis zit, dat H. had gezegd dat hij Corina en de kinderen had vermoord.

Tenslotte spoort de modus operandi in de zaak-Bolhaar met de vele geweldsincidenten waarbij H. eerder betrokken was. Louis greep regelmatig mensen naar de keel of gebruikte een mes.

Een overtuigende zaak, denkt Voorhuis. Ook zonder motief, overtuigende sporen, ooggetuigen en bekentenissen. Maar is er sprake van moord of van (het inmiddels verjaarde) doodslag? Voor het bewijs van moord is van belang te bewijzen dat verdachte de gelegenheid had gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van de voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap heeft kunnen geven. Dit is moeilijk te bewijzen zonder bekennende verdachte of ooggetuigen. Voorhuis heeft op basis van de meest waarschijnlijke reconstructie, bloedsporenonderzoek en andere onderzoeksresultaten een hypothese opgezet die door de rechtbank en Hof is gevolgd. De reconstructie en de omstandigheden op de plaatsdelict wijzen erop dat Corina als eerste moest zijn gedood, concludeert Voorhuis. Omdat niet hard te maken is dat dit misdrijf met voorbedachten rade was begaan, beslist Voorhuis dat ze zich ten aanzien van de vervolging van verdachte in de zaak tegen Corina Bolhaar niet-ontvankelijk moet verklaren.

Bij de kinderen is dit anders, want bij hen heeft de dader meer tijd gehad. Het springtouw en een riempje waarmee Sharon was gewurgd, moet de dader eerst in het huis hebben gezocht. Het wurgen van Sharon moet minimaal tien tot twintig seconden duren voordat het tot de dood kan leiden, zo bleek uit technisch medisch onderzoek. Van impulsieve doodslag of wilde razernij was geen teken. Met uitzondering van een omgevallen stoel was het interieur in het huis intact gebleven. De steekwonden bij Sharon en Donna waren heel precies aangebracht: dicht opeen, in de hals en hartstreek. Bloedsporenonderzoek wees uit dat het slachtoffer stil had gelegen en zich niet had verweerd. Baby Bryan was ongedeerd gelaten en vanwege de leeftijd en het postuur van de kinderen, kan de dader voor hen geen enkele angst hebben gehad. Voorhuis concludeert dat ten aanzien van de twee kinderen moord bewezen kon worden.

Er is sprake van 'weerzinwekkende en zinloze moorden', zo rekwireert Voorhuis begin 2003. Aan de 'volstrekt gevoelsarme dader', die nooit medeleven heeft getoond, kleeft 'een groot recidive-risico'. Alles afwegende eist de officier een levenslange gevangenisstraf: 'Want er kan maar op een manier recht gedaan worden aan deze gruwelijke feiten. Er is ook maar een manier waarop de maximale beveiliging van de maatschappij tegen misdaden van deze verdachte kan worden gegarandeerd.'

Op 5 februari 2003 veroordeelt de rechtbank Louis H. (dan 47 jaar) tot levenslang. Die straf blijft in stand in het arrest van het Gerechtshof op 22 juli 2005.

De zaak is tot een goede einde gebracht door onder meer een lange adem, een toegewijde teamleider en rechercheurs, en goed contact met de media. Alles moet kloppen, is de ervaring van Voorhuis. 'Als er onvoldoende capaciteit is en onvoldoende besef is dat het een bijzondere aanpak vergt, is een cold case onderzoek gedoemd te mislukken.'

Tekst: Pieter Vermaas

Verschenen in Opportuun, januari 2007

Even geduld aub.
Naar boven
Verklaar Jargon
Jargon Verklaard
Geen vakjargon termen gevonden

Zoeken