18 december 2006 - Ressortsparket Amsterdam
Op 8 december 2006 heeft het gerechtshof te Amsterdam de
60-jarige W. de V. wegens doodslag veroordeeld tot 7 jaren
gevangenisstraf. De V. is schuldig bevonden aan de doodslag op de
bejaarde vrouw G.M. de Vries. Het slachtoffer, genaamd tante
Beppie (geboren in 1914), werd op 16 september 1988 na cafébezoek
bij een plantsoen aan de Tugelaweg in Amsterdam-Oost bij een
beroving of poging beroving doodgeslagen. W. de V. en haar
toenmalige partner Ch.D.R. werden destijds als verdachten
aangehouden, maar na enige tijd wegens gebrek aan bewijs weer
losgelaten. Nadat in 1993 en 1997 nieuwe belastende verklaringen
tegen hen bij de politie waren binnengekomen werd in 2002 onder
de leiding van de Amsterdamse officier van justitie een nieuw
onderzoek gestart. In het nieuwe onderzoek werden veel oude en
nieuwe getuigen gehoord. Dit resulteerde in een nieuwe aanhouding
van beide verdachten. Op 18 mei 2004 heeft de rechtbank beiden
van de beroving met dodelijke afloop vrijgesproken.
De officier van justitie is vervolgens voor beide zaken in hoger
beroep gegaan. Omdat de mannelijke verdachte Ch.D.R. (geboren
1929) wegens geestelijke aftakeling zich inmiddels in een
gesloten inrichting bevond heeft het OM besloten het hoger beroep
in zijn zaak in te trekken. Na diverse zittingen in hoger beroep,
waarop verschillende getuigen zijn gehoord, heeft het Hof het
betreffende arrest gewezen.
Opmerkelijk aan deze cold-case is dat - net zoals in de
Bolhaar-zaak waarin het enkele weken geleden tot een veroordeling
kwam - er geen bewijs door nieuw technisch onderzoek op oude
sporen naar voren is gekomen, maar dat (slechts) de resultaten
van het oude en nieuwe (gewone) opsporingsonderzoek tot resultaat
hebben geleid.