DNA speelt een steeds grotere rol bij het oplossen van misdrijven. Forensisch onderzoek biedt steeds meer mogelijkheden om de herkomst van biologische sporen te achterhalen. Deze sporen kunnen een rol spelen bij de opheldering van diverse soorten misdrijven. Zo kunnen er spermasporen worden aangetroffen op kledingstukken van slachtoffers van zedenmisdrijven of bloedsporen op steekwapens van verdachten van mishandeling of doodslag.
De wettelijke mogelijkheden zijn in de afgelopen jaren fors verruimd. Politie en Openbaar Ministerie mogen in meer gevallen verdachten dwingen een DNA-test te ondergaan. Hierdoor worden meer misdrijven opgelost. Per 1 februari 2005 is de Wet 'DNA-onderzoek bij veroordeelden' van kracht. Sindsdien moeten mensen verplicht DNA-celmateriaal afstaan wanneer zij veroordeeld zijn voor een misdrijf waarop in de wet een gevangenisstraf staat van maximaal vier jaar of meer.
De rechtbank Arnhem heeft vandaag, 5 augustus, uitspraak gedaan in de zaak tegen een 25-jarige man uit Arnhem.
Een 37-jarige man uit Eindhoven is op 18 juli 2008 aangehouden, na twee hits uit de databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).
In het onderzoek naar de gewelddadige dood van Jan Popke Karsten is het DNA-materiaal onderzocht van de 20-jarige verdachte, die eind november in Noord-Ierland werd aangehouden. De DNA-kenmerken van de man blijken niet overeen te komen met het DNA dat in sporen op de woonboot is aangetroffen.
Onderzoek van het cold-caseteam van de politie Rotterdam-Rijnmond in een oude moordzaak heeft nieuw bewijsmateriaal opgeleverd. Het onderzoek stond onder leiding van de forensisch officier van het Openbaar Ministerie in Rotterdam.
Twee ernstige zedenmisdrijven, gepleegd in 1995 en 2003, lijken te zijn opgelost dankzij vergelijking van DNA-materiaal van een verdachte en een veroordeelde met opgeslagen dadersporen in de DNA-databank van het NFI (Nederlands Forensisch Instituut).