DNA speelt een steeds grotere rol bij het oplossen van misdrijven. Forensisch onderzoek biedt steeds meer mogelijkheden om de herkomst van biologische sporen te achterhalen. Deze sporen kunnen een rol spelen bij de opheldering van diverse soorten misdrijven. Zo kunnen er spermasporen worden aangetroffen op kledingstukken van slachtoffers van zedenmisdrijven of bloedsporen op steekwapens van verdachten van mishandeling of doodslag.
De wettelijke mogelijkheden zijn in de afgelopen jaren fors verruimd. Politie en Openbaar Ministerie mogen in meer gevallen verdachten dwingen een DNA-test te ondergaan. Hierdoor worden meer misdrijven opgelost. Per 1 februari 2005 is de Wet 'DNA-onderzoek bij veroordeelden' van kracht. Sindsdien moeten mensen verplicht DNA-celmateriaal afstaan wanneer zij veroordeeld zijn voor een misdrijf waarop in de wet een gevangenisstraf staat van maximaal vier jaar of meer.
De afgelopen dagen is het onderzoeksteam van de moordzaak Reestlaan Meppel bezig geweest met het afnemen van DNA bij een groep van 349 mannen. De afname van DNA is goed verlopen en het opkomstpercentage is zeer hoog.
Het Openbaar Ministerie in Assen heeft opdracht gegeven tot een grootschalig DNA-onderzoek in de moord op mevrouw de Kruys-Deen. De 88-jarige vrouw uit Meppel is op 16 juni 2009 in een verzorgingstehuis aan de Reestlaan in Meppel door een misdrijf om het leven gekomen. De politie heeft bij het onderzoek een DNA-spoor van de dader vastgesteld.
Het Openbaar Ministerie (OM) Amsterdam heeft opdracht gegeven tot een grootschalig DNA-onderzoek in de zaak van de moord op Henk Opentij (79) en Mary Run (73). Het bejaarde stel werd in november 1997 in Amsterdam-Noord op gruwelijke wijze om het leven gebracht.