Het Openbaar Ministerie is verantwoordelijke voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten en heeft ook een taak op het gebied van preventie. Daarom hebben de arrondissementsparketten regelmatig overleg met de gemeenten in het arrondissement en met de politie. Dit overleg wordt driehoeksoverleg genoemd, naar de drie in het overleg gelijkwaardige instanties: bestuur, politie en Openbaar Ministerie.
Inhoud driehoeksoverleg
In de driehoeksoverleggen wordt bijvoorbeeld gesproken over de vraag of de politie meer tijd moet besteden aan surveilleren op koopavond of aan boeren die illegaal mest uitrijden; moet de aandacht worden besteed aan drugsproblemen in achterstandswijken of aan wegen waar veel ongelukken gebeuren? Het gaat hierbij om de afweging van hoe en waar de politie wordt ingezet. In het driehoeksoverleg wordt kortom een keuze gemaakt tussen meer 'blauw op straat' of meer rechercheurs.
Soorten driehoeksoverleg
In het regionaal college zitten alle burgemeesters van alle gemeenten in het arrondissement, de hoofdoffcier van het arrondissementsparket en de korpschef. De voorzitter van de grootste gemeente is voorzitter van het regionaal college (de korpsbeheerder).
In het beheersoverleg zitten de korpschef, de korpsbeheerder (burgemeester) en de hoofdofficier van het arrondissementsparket.
Dit beheersoverleg vormt als het ware het dagelijks bestuur van het regionaal college.
Op het niveau van politiedistricten zijn eveneens driehoeksoverleggen. In een arrondissement zijn bijvoorbeeld politiedistricten. Op het districtsoverleg zijn namens het Openbaar Ministerie een districtsofficier, namens de politie de districtschef en namens de gemeenten de burgemeesters in dat district vertegenwoordigd.