28 november 2005 - Openbaar Ministerie
In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld over afspraken die zijn gemaakt tussen het OM en het tv-programma Bureau Misdaad van RTL5. Lees hier meer over opsporingsberichtgeving.
Het openbaar ministerie maakt ten behoeve van de opsporing in toenemende mate gebruik van opsporingsberichtgeving. De officier van justitie draagt, net als bij de inzet van andere opsporingsmiddelen de regie en eindverantwoordelijkheid voor de inzet van het opsporingsmiddel. De voorwaarden waaronder van dit middel gebruik gemaakt mag worden staan vermeld in de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving, zoals het gebruik van compositiefoto's, toestemmingsverklaringen van personen die herkenbaar in beeld worden gebracht en een integere en waarheidsgetrouwe reconstructie van strafbare feiten. Nadere afspraken die met de verschillende media worden gemaakt worden vastgelegd in overeenkomsten. Daarnaast moeten alle bij opsporingsberichtgeving betrokken mediamedewerkers worden gescreend en moeten zij een geheimhoudingsverklaring ondertekenen met betrekking tot de informatie die hen ter kennis komt. Naast de overeenkomst met een publieke omroep (AVRO's Opsporing Verzocht) heeft het openbaar ministerie de inzet van het middel verbreed om zo alle geledingen van de maatschappij te kunnen bereiken. Om die reden zijn overeenkomsten aangegaan met de commerciële televisiezender RTL5 en met aanbieders van regionale televisie, internet, radio en geschreven media. Door de opsporingsberichtgeving uitsluitend voor te behouden aan aanbieders die aan de vereiste voorwaarden voldoen is het openbaar ministerie in staat omtrent de inzet van dit middel steeds de juiste afwegingen te maken met betrekking tot proportionaliteit en subsidiariteit die de inzet van ieder opsporingsmiddel vergt en om de objectiviteit van de waarheidsvinding te waarborgen.