Jeugdstrafrecht
Voor kinderen in de leeftijd tot achttien jaar geldt het
jeugdstrafrecht. Jonge kinderen (tot twaalf jaar) die iets doen
wat strafbaar is, kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd. Ze
mogen wel door de politie worden aangehouden, worden gefouilleerd
(aan lichaam en kleding onderzocht) en worden meegenomen naar het
politiebureau voor verhoor.
Loopt het met jonge kinderen echt de spuigaten uit, dan kan een
rechter geen straf opleggen, maar wel maatregelen treffen. De
rechter kan bijvoorbeeld een voogd benoemen, die toezicht gaat
houden op het ontspoorde kind.
Dat wordt anders als je 12 jaar of ouder bent. Dan kun je wel in
aanraking komen met de officier van justitie. Maar heb je voor
het eerst iets strafbaars gedaan, bijvoorbeeld iets vernield of
uit een winkel gestolen, dan is de kans groot dat de politie je
naar een Haltbureau stuurt. Je krijgt dan de keuze: of naar het
Haltbureau of naar de officier van justitie.
Een jongere die naar Halt is verwezen, wordt uitgenodigd voor een
gesprek op het Haltbureau. Daar wordt uitgelegd hoe Halt precies
werkt en wat er van de jongere wordt verwacht. Ook de ouders
worden ingelicht. Bovendien neemt het Haltbureau contact op met
benadeelden om een schaderegeling te treffen.
De jongere kan nu nog kiezen om, in plaats van te gaan werken via
Halt, toch naar de officier van justitie doorgestuurd te worden.
Kiest de jongere voor Halt, dan worden er nadere afspraken
gemaakt. In de regel bestaat de Halt-afdoening uit een aantal
uren werken, zo mogelijk zelf de aangerichte schade herstellen of
vergoeden van (een deel van) de schade, of een leeropdracht. De
afspraken hierover worden op papier gezet en aan alle partijen
ter goedkeuring voorgelegd. Stemt de jongere in met het voorstel,
dan organiseert Halt de werkzaamheden en ziet toe op de
schadebetaling. Voor jongeren onder de 16 jaar moeten ook de
ouders schriftelijk toestemming geven. De werk- of leerstraf
wordt meestal in het weekeinde of in de schoolvakanties
uitgevoerd.
Het voordeel van Halt is dat de jongere geen strafblad krijgt,
omdat de straf buiten justitie om wordt geregeld.
Een jongere die zich niet aan de Halt-afspraken houdt, die vaker
misdrijven pleegt of die ernstige delicten pleegt komt wel bij de
officier van justitie terecht. Deze bepaalt of je voor de rechter
moet komen en hij beslist of er een boete, een schadevergoeding,
een straf of een maatregel moet worden gevraagd. Het is de
kinderrechter die uiteindelijk over de straf beslist.
Als de officier alleen een boete eist en je betaalt op tijd, dan
hoef je niet naar de rechter. Kom je bij de kinderrechter, dan
zal de Raad voor de Kinderbescherming advies geven over een
straf. Meestal adviseert de Raad geen gevangenisstraf, maar een
andere straf: een werk- of een leerstraf. Jongeren van 12 tot 16
jaar kunnen een vrijheidsstraf van maximaal een jaar krijgen.
Jeugdigen van 16 en 17 jaar kunnen niet meer dan twee jaar
vrijheidsstraf krijgen. In hele ernstige gevallen kan hiervan
worden afgeweken. De jongere wordt dan als een volwassene
berecht.
Anders dan bij het strafrecht voor volwassenen is bij het
jeugdstrafrecht de rechtszitting in de regel niet voor publiek
toegankelijk. De zitting is, zoals dat heet, achter gesloten
deuren.