Stop

Kruimelpad

Inhoud pagina: Stop

De Aanwijzing 12-minners inclusief Stop-reactie is een preventieve en pedagogische handreiking die ouders van kinderen onder de twaalf jaar behulpzaam kunnen zijn bij corrigerend optreden. Ook de Stop-reactie wordt uitgevoerd door Halt.

Wat is de Stop-reactie?

Kinderen onder de twaalf jaar die zich schuldig maken aan lichte strafbare feiten kunnen een korte, opvoedkundige opdracht krijgen: de STOP-reactie. Voorwaarde is dat hun ouders hiermee instemmen. Het is een vrijwillig en vrijblijvend aanbod tot ondersteuning van ouders en opvoeders bij de correctie van hun kinderen. De STOP-reactie is geen wettelijke straf. Twaalfminners worden niet strafrechtelijk vervolgd.
De STOP-reactie moet kinderen op gepaste wijze duidelijk maken dat crimineel gedrag ontoelaatbaar is. De reactie past in het Justitiebeleid, dat is gericht op het vroegtijdig onderkennen van mogelijk later crimineel gedrag en op snel en consequent handelen.

Achtergrond
In een in 1996 verschenen rapport 'Signalen voor toekomstig crimineel gedrag' wordt geconcludeerd dat veel kinderen al voor hun twaalfde jaar signalen afgeven die kunnen wijzen op de ontwikkeling van later ernstig crimineel gedrag. In 1997 verscheen de Notitie 'Kinderen en criminaliteit'. Hierin wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een omvangrijke criminaliteit onder twaalfminners, maar dat politie-contacten met kinderen zich wel regelmatig voordoen. Dat werd zorgwekkend gevonden, omdat het gaat om jongere kinderen die delicten plegen. Bekeken is toen welke niet strafrechtelijke middelen er inzetbaar zouden kunnen zijn om hierop te reageren. Daarbij wordt voor het eerst gesproken over een HALT-achtige maatregel voor twaalfminners. Een landelijke werkgroep 12-min heeft in de periode daarna een voorstel uitgewerkt voor een dergelijke maatregel voor twaalfminners en de uiteindelijke invulling daarvan. Een en ander is uitgemond in de STOP-reactie.

Landelijke invoering per 1 augustus 2001
Sinds 1 mei 1999 is in de arrondissementen geëxperimenteerd met de STOP-reactie. Deze experimentele periode werd begeleid door evaluatie-onderzoek. Dat onderzoek moest inzicht geven in het bereik van de STOP-reactie en de ervaringen en effecten. Het evaluatie-onderzoek is in januari 2001 aan de Tweede Kamer aangeboden. Uit de evaluatie is gebleken dat een groot aantal ouders deze vorm van ondersteuning waardeert. Ook kan de STOP-reactie een bijdrage leveren aan het vroegtijdig signaleren van ontsporingen. De STOP-reactie is op 1 augustus 2001 landelijk ingevoerd.

Uit eerder genoemde evaluatie bleek ook dat niet alle ouders en kinderen die in aanraking komen met de politie en vallen onder de criteria voor de STOP-reactie, daadwerkelijk bereikt worden. Om te kunnen komen tot een meer effectief bereik van de STOP-reactie is deze groep in kaart gebracht. De onderzoekers constateren dat tweederde van de STOP-doelgroep geen aanbod krijgt, bij de politie niet ingaat op het aanbod of later bij de politie alsnog afhaakt. In het kader van het Actieprogramma 'Jeugd terecht' zullen acties worden ondernomen om het bereik van de STOP-reactie te vergroten. Een optimaal bereik van de STOP-reactie is van belang aangezien via de STOP-reactie op een zo vroeg mogelijk moment eventuele opvoedingsproblemen en/of risico's kunnen worden gesignaleerd. In het bovengenoemde Actieprogramma worden diverse maatregelen aangekondigd gericht op vroegsignalering en de ontwikkeling van een passend opvoedingsondersteuningsaanbod. STOP zal in de toekomst nadrukkelijker dan voorheen een plaats krijgen binnen het bredere opvoedingsondersteuningsbeleid.

Aanwijzing STOP-reactie
De STOP-reactie vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM). Het past binnen de preventieve taken die het OM heeft in de aanpak van jeugdcriminaliteit. Het College van Procureurs-Generaal heeft hiertoe de 'Aanwijzing STOP- reactie' opgesteld. Deze aanwijzing is toegestuurd aan alle hoofden van de parketten van het OM in Nederland. In deze aanwijzing wordt aangegeven hoe met de STOP-reactie moet worden omgegaan. De coördinatie en uitvoering van de STOP-reactie vindt plaats door de HALT-bureaus.

Korte, opvoedkundige opdracht
De STOP-reactie is bestemd voor kinderen onder de twaalf jaar die alleen of samen met anderen (al dan niet ouder dan twaalf jaar) strafbare feiten van geringe ernst hebben gepleegd. Daarbij moet gedacht worden aan vernieling, 'fikkie stoken', diefstal, illegaal vuurwerk en baldadig gedrag, de zogenoemde Haltwaardige delicten. De STOP-reactie bestaat uit een opvoedkundige activiteit van maximaal tien uur. Een zeg maar korte, pedagogische opdracht in de vorm van gesprekken, spellen (bijvoorbeeld een bordspel, rollenspel), het maken van een opstel, een invuloefening of het uitvoeren van een groepsopdracht. Ook kan het voorkomen dat het kind excuses moet aanbieden aan degene(n) die het heeft benadeeld. In ieder geval mag het kind geen werkzaamheden verrichten.

Pedagogische handreiking
De STOP-reactie is een pedagogische handreiking aan de ouders. Het is een signaal naar kinderen en ouders en moet duidelijk maken dat het om ongeoorloofd gedrag gaat. De situatie kan zich voordoen dat ouders aangeven zelf niet in staat te zijn om hun kind te corrigeren. De STOP-reactie kan dan als een handreiking dienen.
Het kan ook zijn dat zij er om andere redenen behoefte aan hebben dat anderen dan zijzelf het kind op het regelovertredende gedrag aanspreken.
Deelname van het kind aan de STOP-maatregel vindt uitsluitend plaats met toestemming van de ouders of opvoeders. Als bij de ouders geen behoefte aan deelname bestaat, vindt geen verdere actie plaats.

STOP naar voorbeeld van HALT
STOP is een variatie op de naam HALT. De reactie is opgezet naar voorbeeld van de HALT-maatregel. De HALT-maatregel is bestemd voor jongeren van twaalf tot achttien jaar die voor een licht misdrijf in aanraking komen met de politie. Zij kunnen deze maatregel als alternatief voor een strafrechtelijke vervolging aangeboden krijgen. Zij komen dan niet voor de rechter.

STOP is zoals gezegd een pedagogische handreiking en geen strafrechtelijk instrument. Jongeren onder de twaalf jaar vallen nog niet onder de werking van het Wetboek van Strafrecht, want de strafrechtelijke minderjarigheidsgrens is gelegd op twaalf jaar. Zij bouwen dus ook geen strafblad op. Er wordt geen proces-verbaal opgemaakt.
Kinderen onder de twaalf jaar mogen wel worden aangehouden en zes uur voor verhoor op het bureau worden gehouden. Ook worden zij opgenomen in het zogenoemde cliënt-volgsysteem jeugdcriminaliteit. Dat is een systeem dat is opgezet om zicht te krijgen op eerder delinquent gedrag van jeugdigen die met de politie in aanraking komen. Dit systeem is inmiddels in vrijwel geheel Nederland ingevoerd. Daar waar het systeem nog niet in gebruik is, wordt het politie-contact geregistreerd in de dagrapporten van de politie en in de registratie van het HALT-bureau.

Procedure
Wanneer een kind een licht strafbaar feit heeft begaan en in aanmerking komt voor de STOP-reactie, zal de politie aan de ouders het voorstel doen om het kind hieraan te laten deelnemen. Ook kinderen die ontkennen dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan het feit kunnen, als hun ouders dat willen, in aanmerking komen. De officier van justitie moet hiervoor dan toestemming geven. De politie vermeldt bij het aanbod van de STOP-reactie dat deelname niet verplicht is. De ouders krijgen het voorstel ook schriftelijk overhandigd met de voor hen van belang zijnde informatie.
De ouders bepalen vervolgens of zij hun kind aan de STOP-reactie willen laten meedoen. Als zij dit willen, moeten zij schriftelijk instemmen met deelname van hun kind. Pas als deze schriftelijke instemming binnen is, stuurt de politie de relevante gegevens zo snel mogelijk naar een HALT-bureau met het verzoek het kind te laten deelnemen aan de STOP-reactie.
In principe mogen kinderen maar één keer meedoen aan een STOP-reactie. Alleen als hun ouders of opvoeders daarom vragen en de officier van justitie gaat ermee akkoord, kan het een tweede keer gebeuren. Het staat de ouders of opvoeders op elk moment vrij deelname aan STOP te beëindigen.

Achterliggende problematiek en zware delicten
Als jonge kinderen strafbare feiten plegen kan dat een signaal zijn voor ernstige problemen in het gezin en op school. Bij het signaleren van problemen kan STOP dus een belangrijke rol spelen, echter voor het oplossen van deze problemen is de STOP-reactie niet bedoeld. In het geval van lichte opvoedingsproblematiek vindt doorverwijzing naar de vrijwillige hulpverlening plaats, in ernstiger gevallen wordt melding gedaan bij het Bureau Jeugdzorg. Het aanbod van een STOP-reactie blijft dan (meestal) achterwege. Het Bureau Jeugdzorg kan verwijzen naar een instelling voor jeugdhulpverlening, maar kan ook besluiten de Raad voor de Kinderbescherming in te schakelen. In dit laatste geval zal de Raad een nader onderzoek instellen. In het uiterste geval kan de Raad de rechter verzoeken om in te grijpen. De STOP-reactie blijft ook achterwege als het gaat om zwaardere feiten dan hiervoor genoemd, of als er sprake is van herhaling van het delictgedrag. Ook in die gevallen vindt melding bij het Bureau Jeugdzorg plaats.

Literatuur
Over criminaliteit en kattekwaad bij 7-t/m 11-jarigen. WODC en Ministerie van Binnenlandse Zaken; 1996
Signalen voor toekomstig crimineel gedrag. Ministerie van Justitie, Dienst Preventie, Jeugdbescherming en Reclassering; 1996
Notitie 'Kinderen en criminaliteit'. Ministerie van Justitie, Directie Preventie, Jeugd en Sanctiebeleid; 1997
Aanwijzing STOP-reactie. College van Procureurs-Generaal; 1999
STOP-reactie: bereik, ervaringen en effecten tijdens het experimentele jaar. Ministerie van Justitie, Directie Preventie, Jeugd en Sanctiebeleid; december 2000
STOP-reactie, Redenen van niet bereik. DSP-Groep; oktober 2002.

Even geduld aub.
Naar boven
Verklaar Jargon
Jargon Verklaard
Geen vakjargon termen gevonden

Zoeken