Heldere Aanpak harde Kernjongeren (HAK)

Kruimelpad

Inhoud pagina: Heldere Aanpak harde Kernjongeren (HAK)

Naast deze gebruikelijke maatregelen zet HAK ook in op:

Het eindrapport HAK is eind april 2004 afgerond. Het rapport kunt u opvragen door een e-mail te sturen naar intraprk@utrarr.drp.minjus.nl. Ook als u vragen heeft over het project kunt u daar terecht.
---
Wat is HAK?
Een kleine groep jeugdige veelplegers is verantwoordelijk voor een groot deel van de criminele activiteiten. Een structurele preventieve en repressieve aanpak van deze groep zoals partijen hebben voorgesteld moet leiden tot een daling van de criminaliteit in de regio Utrecht.

Onder de noemer 'Heldere Aanpak harde Kernjongeren' is de samenwerking tussen partijen geïntensiveerd en vindt een effectievere toepassing en waar mogelijk een uitbreiding van de strafmaatregelen plaats. De aanpak richt zich op de dader en niet op het delict: leidend voor de strafmaatregel is het aantal en soort delicten dat een crimineel op zijn of haar naam heeft staan en de persoonlijke omstandigheden (het sociale plaatje). Sleutelwoorden in de verbeterde aanpak zijn vroegtijdig, snel en consequent. Het OM heeft de centrale regie.
Rekening houdend met het aantal veelplegers en hun aandeel in de criminaliteit, begint de aanpak in de gemeente Utrecht. Als de manier van werken effectief blijkt, wordt de werkwijze uitgebreid naar de rest van de provincie.

Deelnemers

  • Politie Regio Utrecht
  • Openbaar Ministerie Utrecht
  • Stichting Reclassering Nederland
  • Raad voor de Kinderbescherming
  • Bureau Jeugdzorg
  • Gemeente Utrecht

Voorgeschiedenis
In april 2000 werden de problemen met de Utrechtse 'veelplegers' landelijk nieuws toen korpschef mr. P. Vogelzang van de Politie Regio Utrecht hierop de aandacht vestigde. Voorgeschiedenis was het dagboek dat een wijkagent in het Utrechtse Kanaleneiland van een criminele jongere had bijgehouden. Hieruit bleek dat de jongere deels door niet optimale informatieoverdracht zeer regelmatig aan het strafrechtelijk proces bij politie en justitie wist te ontkomen.

Naar aanleiding van de noodroep van de Utrechtse driehoek (korpsbeheerder, hoofdofficier en korpschef) bracht voormalig staatssecretaris van Justitie E. Kalsbeek een werkbezoek aan Utrecht. Twee onderzoeken volgden: een dossier-onderzoek, waarbij 20 veelplegers in kaart werden gebracht en een onderzoek naar criminele jeugdgroepen, waarbij in totaal 80 jongeren zijn betrokken. De helft van de onderzochte groep jongeren is jonger dan 20 jaar.
De leeftijd waarop de criminelen hun eerste delict plegen daalt. Tweederde van alle jeugdcriminaliteit wordt in groepsverband gepleegd.

Maatregelen
In de HAK-aanpak zijn de volgende maatregelen mogelijk:

  1. Taakstraf.
    Uit oogpunt van perspectief wordt liever gekozen voor een taakstraf dan voor detentie. Ten aanzien van veelplegers wordt steeds getoetst op dit een reële afdoening is. Mislukt de taakstraf, dan wordt de jongere zo snel mogelijk in detentie genomen.
  2. Intensieve trajectbegeleiding.
    De jongere houdt zich, begeleid door de jeugdreclassering, aan een strak schema.
  3. Tenuitvoerlegging.
    In geval van een vrijheidsstraf moet deze zo snel mogelijk na de uitspraak ten uivoer worden gelegd. In geval van een voorwaardelijke straf, moet deze straf onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd wanneer een veelpleger een nieuw delict begaat of zich niet aan de voorwaarden houdt.
  1. Snelrecht. Per 1 oktober kan op bepaalde groepen minderjarigen, met name recidivisten, snelrecht worden toegepast. Dit houdt in dat ze binnen tien dagen op zitting verschijnen; tot die tijd blijven ze gedetineerd.
  2. Plaatsing in Den Engh. Is er sprake van een problematische ontwikkeling van jongeren en geniet een civiele aanpak de voorkeur, dan kan plaatsing in jeugdinrichting voor heropvoeding Den Engh in Den Dolder gevorderd worden.
  3. Plaatsing in internaten. Internaten die aansluiten bij groepsgerelateerd gedrag, zoals Glenn Mills, blijken succesvol. Voor sommige jongeren zal dit dan ook de aangewezen straf zijn. Er zijn inmiddels al enkele jongeren in internaten geplaatst.

Taken ketenpartners
De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven.
Concreet betekent dit dat de politie in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag belast is met de opsporing van strafbare feiten, het handhaven van de openbare orde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. In relatie tot het HAK-project geeft de politie inhoud aan haar bovenstaande taak. Met name in de sfeer van de informatievoorziening en in de versterking van de jeugdstrafrechtketen. Door een continu overleg met de partners uit de strafrechtketen, waarin concreet over de aanpak van de hard kern jongeren afspraken worden gemaakt, worden er betere resultaten geboekt. Hierin speelt de politie als eerste lijnsorganisatie een belangrijke rol.

Kerntaak van het Openbaar Ministerie (OM) in jeugdzaken is de opsporing en vervolging van strafbare feiten en de executie van opgelegde straffen. Het OM geeft leiding aan het opsporingsonderzoek dat de politie verricht en zorgt vervolgens dat de minderjarigen en jongeren zo snel mogelijk een afdoeningsbeslissing krijgen. In relatie tot het HAK-traject geldt in het bijzonder het volgende.
Consequent optreden is leidraad bij de door de officier van justitie te nemen vervolgingsbeslissing. Recidivisten hebben een andere reactie nodig dan first offenders en het OM wil een zodanige dossiervorming dat de vonnissen recht doen aan de ernst van de feiten maar evenzeer ook aan de persoon van de verdachte. Leeftijd, eerder opgelegde maatregelen en taak- en leerstraffen, schoolgang en prestaties, thuissituatie, vrijetijdsbesteding, resultaten van het persoonlijkheidsonderzoek, indrukken en ervaringen van (jeugd)reclassering en de Raad voor de Kinderbescherming zijn allemaal elementen die bij de straftoemeting een rol moeten spelen. Goede dossiervorming is van essentieel belang.
Consequent handelen betekent dat het geven van nieuwe kansen op enig moment onvermijdelijk stopt en dat het strafbaar gedrag van jongeren tot 'volwassen' consequenties moet leiden, die voor de jeugdigen en zijn omgeving helder en begrijpelijk zijn, zoals bijvoorbeeld gewoonweg zitten.

De reclassering voelt zich maatschappelijk verantwoordelijk een inspanning te leveren om tezamen met partners uit de justitieketen een sluitende en effectieve aanpak te ontwikkelen met betrekking tot de harde kernjongeren. Door haar bijdrage aan HAK speelt de reclassering in op de maatschappelijke vraag naar een veiliger samenleving en stelt zich daarbij tot doel de overlast en de recidive terug te dringen.
Vanuit haar eigen expertise zal de reclassering in een zo vroeg mogelijk stadium van de strafrechtketen onderzoeken of een reclasseringsaanbod gericht op de maatschappelijke reïntegratie en het terugdringen van recidive zinvol en haalbaar is.
Het reclasseringsaanbod bestaat uit een integraal aanbod van diensten bestaande uit voorlichting, rapportage ten behoeve van de strafrechtelijke afdoening, begeleiding en toezicht, toeleiding naar zorg, reïntegratieprogramma's en taakstraffen.
In de afgelopen jaren is duidelijk voor een andere benadering van de justitiabelen gekozen. Reclasseringscontacten waarbij de cliënt zich louter vrijblijvend kan opstellen hebben plaats gemaakt voor een systeem van afspraken waarbij de reclassering begeleidt maar tevens toezicht houdt.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft de wettelijke taak om de officier van justitie en/of de rechter voor te lichten over een jongere die wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit. De Raad verzamelt hiervoor informatie over de jongere en de leefomstandigheden: hoe gaat het thuis en op school, wat vindt hij ervan dat hij het strafbare feit heeft gepleegd, wil hij de schade vergoeden, et cetera. Naar aanleiding van dit onderzoek geeft de Raad een advies over het wel of niet vervolgen van de jongere en welke straf opvoedkundig het beste is.
De officier en de rechter hebben deze informatie nodig om de jongere een straf te geven waar hij iets van leert, zodat de kans op herhaling kleiner is. De Raad baseert zich bij de uitoefening van deze taken altijd op de pedagogische visie dat een justitiële straf moet bijdragen aan een positieve gedragsverandering van de jongere.
De Raad is van mening dat wanneer duidelijk is welke problemen er ten grondslag liggen aan de gepleegde delicten (en de eventuele recidive) er handvatten te vinden zijn ter preventie van jeugdcriminaliteit. Het voorkomen van crimineel gedrag zal hierdoor dus krachtiger ter hand kunnen worden genomen. Daarnaast is de Raad ervan overtuigd dat door het verbeteren van de samenwerking tussen de betrokken ketenpartners in het HAK-project, de aanpak van jeugdcriminaliteit in het algemeen zal worden versterkt.

De rol van de gemeente in de repressieve aanpak van de veelplegers richt zich op afstemming van de repressieve trajecten op bestaande preventieve en curatieve activiteiten. Wat het eerste betreft gaat het hierbij om arbeidstoeleiding (SoZaWe), koppeling aan wijkactiviteiten zoals vrijetijdsbesteding en het project samenwerking met Marokkaanse ouders (wijkwelzijnsorganisaties), scholing en leerplicht (Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO), afdeling Onderwijs), en huisvesting (Dienst Stadsontwikkeling, DSO). Wat curatieve activiteiten betreft gaat het om bijvoorbeeld schuldsanering (SoZaWe) en opvoedingsondersteuning (GG&GD).

Even geduld aub.
Naar boven
Verklaar Jargon
Jargon Verklaard
Geen vakjargon termen gevonden

Zoeken