Levensbeëindiging op verzoek is in Nederland onder bepaalde voorwaarden niet strafbaar. Deze voorwaarden staan beschreven in de euthanasiewet (officieel: de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding In dit dossier vindt u recente berichten over dit onderwerp.
Het College van procureurs-generaal is van mening dat de
diagnose Alzheimer onvoldoende indicatie is om over te gaan tot
hulp bij zelfdoding of euthanasie, tenzij sprake is van een
situatie zoals beschreven in het Chabot-arrest, dat handelt over
ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden.
Het College van procureurs-generaal heeft vorig jaar besloten tot
een voorwaardelijk sepot in een zaak van een huisarts die hulp
bij zelfdoding had verleend aan een 64-jarige Alzheimerpatiënt.
Er was sprake van uitzichtloos lijden, er was een verzoek, er was
een consulent geraadpleegd en de uitvoering had conform de
zorgvuldigheidseisen plaatsgevonden. De vraag of er sprake was
van ondraaglijk lijden werd echter niet afdoende
beantwoord.
Voor een goede beoordeling van zaken van actieve
levensbeëindiging van Alzheimerpatiënten vindt het College een
degelijk onderbouwde diagnose cruciaal, omdat anders de
objectieve vaststelling van de ondraaglijkheid van het lijden
niet mogelijk is.
In het geval van de eerdergenoemde Alzheimerpatiënt is niet aan
àlle toetsingscriteria voldaan. Het College achtte deze
onzorgvuldigheid echter niet ernstig genoeg om een
strafrechtelijke vervolging in te stellen. Aan de Koninklijke
Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) is deze
beslissing bekendgemaakt en toegelicht, met het verzoek dit onder
de aandacht te brengen van de leden van de KNMG.
De voorwaarde bij het voorwaardelijke sepot is overigens dat de
betrokken arts zich niet opnieuw schuldig maakt aan onzorgvuldig
handelen in een zaak van actieve levensbeëindiging.
Het in slaap houden van een patiënt door het toedienen van medicijnen (terminale sedatie) is iets anders dan euthanasie. Dat heeft minister Donner (Justitie) mede namens het ministerie van VWS geantwoord op Kamervragen.
De euthanasiewetgeving zou enigszins bijgesteld moeten worden. Het Openbaar Ministerie heeft, gezien de euthanasiepraktijk, behoefte aan enkele afzonderlijke strafbepalingen als artsen wel de juiste afweging hebben gemaakt bij een geval van euthanasie of hulp bij zelfdoding, maar niet hebben voldaan aan alle procedurele en/of medische-technische vereisten. Nu kan het OM alleen beslissen: wel of geen vervolging wegens moord.
Bij bijna 3 500 overledenen in 2001 was sprake van euthanasie. Dit is 2,5 procent van het totale aantal overledenen in dat jaar. In totaal is bij 43 procent van de overledenen in 2001 sprake van een medische beslissing rond het levenseinde. Dit blijkt uit een onderzoek dat het CBS in samenwerking met het Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam en het Vrije Universiteit Medisch Centrum te Amsterdam heeft uitgevoerd.
Twee lacunes in de euthanasieregeling Column van mr. J.L. de Wijkerslooth, voorzitter van het College van procureurs-generaal in het OM-magazine Opportuun, juni 2003.