Het College van procureurs-generaal is van mening dat de
diagnose Alzheimer onvoldoende indicatie is om over te gaan tot
hulp bij zelfdoding of euthanasie, tenzij sprake is van een
situatie zoals beschreven in het Chabot-arrest, dat handelt over
ondraaglijk en uitzichtloos psychisch lijden.
Het College van procureurs-generaal heeft vorig jaar besloten tot
een voorwaardelijk sepot in een zaak van een huisarts die hulp
bij zelfdoding had verleend aan een 64-jarige Alzheimerpatiënt.
Er was sprake van uitzichtloos lijden, er was een verzoek, er was
een consulent geraadpleegd en de uitvoering had conform de
zorgvuldigheidseisen plaatsgevonden. De vraag of er sprake was
van ondraaglijk lijden werd echter niet afdoende
beantwoord.
Voor een goede beoordeling van zaken van actieve
levensbeëindiging van Alzheimerpatiënten vindt het College een
degelijk onderbouwde diagnose cruciaal, omdat anders de
objectieve vaststelling van de ondraaglijkheid van het lijden
niet mogelijk is.
In het geval van de eerdergenoemde Alzheimerpatiënt is niet aan
àlle toetsingscriteria voldaan. Het College achtte deze
onzorgvuldigheid echter niet ernstig genoeg om een
strafrechtelijke vervolging in te stellen. Aan de Koninklijke
Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) is deze
beslissing bekendgemaakt en toegelicht, met het verzoek dit onder
de aandacht te brengen van de leden van de KNMG.
De voorwaarde bij het voorwaardelijke sepot is overigens dat de
betrokken arts zich niet opnieuw schuldig maakt aan onzorgvuldig
handelen in een zaak van actieve levensbeëindiging.