Ontneming (o.a.afnemingsprocedure)

Kruimelpad

Inhoud pagina: Ontneming (o.a.afnemingsprocedure)

Misdaad mag niet lonen!  Welk rechtschapen mens zal het daarmee oneens zijn?

De roep vanuit de maatschappij en de politieke druk hebben geleid tot regels om dit  zoveel mogelijk te bewerkstelligen. Wat op oneerlijke wijze is verdiend, moet op eerlijke wijze worden ontnomen dan wel worden afgenomen. Hoewel 'ontnemen' vanouds mogelijk is naar aanleiding van gepleegde economische delicten, is het sinds 1983 ook in het strafrecht mogelijk criminele winsten te ontnemen. In 1993 en 2003 hebben op dit terrein ingrijpende wetswijzigingen plaats gevonden (zogenaamde Pluk-ze-wetgeving).

Pluk-ze-wetgeving
Artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht is de basis voor een ontnemingsprocedure. Een ontnemingsmaatregel kan bij afzonderlijke rechterlijke beslissing worden opgelegd aan iemand (natuurlijk of rechtspersoon), die is veroordeeld wegens een strafbaar feit. Hij hoeft echter niet tegelijk met het strafvonnis te worden uitgesproken. Hoewel het financiële onderzoek al tijdens het onderzoek in de strafzaak kan worden opgestart, dient de officier van justitie (OvJ) uiterlijk bij zijn requisitoir (strafeis) kenbaar te maken dat hij een ontnemingsprocedure zal opstarten tegen de verdachte. De verdachte/veroordeelde kan hier dus altijd van op de hoogte zijn.

De doelstelling van deze ontnemingsmaatregel is om de veroordeelde vermogensrechtelijk terug te plaatsen in de positie die hij/zij vermogensrechtelijk had voor het plegen van het strafbare feit. Met andere woorden, er wordt ontnomen wat met de criminele activiteiten is verdiend. De (strafvorderlijke) ontnemingsprocedure kan parallel lopen aan de procedure in de strafrechtelijke hoofdzaak, maar kan ook pas daarna worden aangevangen.

Het ontnemingsproces
Onderstaand wordt het ontnemingsproces, vanaf het plegen van het strafbare feit tot en met het tenuitvoerleggen van de door de rechter opgelegde ontnemingsmaatregel, op (zoveel mogelijk) chronologische wijze weergegeven. Soms kan het echter effectiever zijn criminele winsten via andere wegen af te nemen, bijvoorbeeld via de fiscus of –bij faillissementsfraude- via de curator. Indien het Openbaar Ministerie (OM) voor het afnemen van deze winsten wel voor een strafrechtelijk afdoening kiest, kan zij ook gebruik maken van:

  • (hogere) geldboete
  • verbeurdverklaring
  • schadevergoedingsmaatregel

Al deze alternatieven kunnen ook aangewend worden in combinatie met elkaar en met ontneming.            

 

Vraag en antwoord

Het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) heeft als taak om ervoor te zorgen dat criminele winsten worden afgenomen. Het OM kan bij de start van een onderzoek beslag (laten) leggen op het criminele vermogen, zodat de criminele winst na veroordeling daadwerkelijk in de staatskas vloeit. Naast de primaire taak om criminele winsten af te nemen, heeft het BOOM de rol om opgebouwde kennis en ervaring over de ontnemingswetgeving te delen met justitiële ketenpartners zoals bijvoorbeeld politie, in binnen- en buitenland, en andere OM-onderdelen. In 2008 is voor ruim 23,4 miljoen euro aan opgelegde ontnemingsmaatregelen geïncasseerd van veroordeelde criminelen.   

De criminele winst kan vele vormen aannemen, zoals huizen, bedrijfspanden, exclusieve auto’s en boten, royale bankrekeningen, kunst, antiek of sieraden. Het BOOM is in Nederland actief, maar opereert ook internationaal. Veel crimineel vermogen zit in het buitenland. Daarom voert het BOOM ook veel onderzoeken uit met een grensoverstijgend karakter. Indien mogelijk wordt er beslag gelegd. Het BOOM beheert ter waarde van circa 550 miljoen euro beslag.

Het BOOM werkt in Nederland intensief samen met ketenpartners zoals de arrondissements- en ressortsparketten, de politie, de FIOD en het Centraal Justitieel Incasso Bureau. Buitenlandse ontnemingsonderzoeken voert het BOOM uit in samenwerking met een omvangrijk internationaal netwerk (Europol, Eurojust en Carin; Camden Assets Recovery Interagency Network) waaronder buitenlandse ministeries en overkoepelende organisaties zoals ambassades. Daarnaast is het BOOM benoemd tot ‘contactpoint’ voor de internationale rechtshandhavers.

Bij het BOOM werken officieren van justitie die complexe ontnemingszaken behandelen. Zij laten zich ondersteunen door civiel juridische en internationaal juridische adviseurs, parketsecretarissen, accountants, vermogenstraceerders en een administratieve en ondersteunende bedrijfsvoeringstaf. In totaal werken er 85 medewerkers bij het BOOM.

Naar boven

Zoeken