Met betrekking tot de ontneming vindt er een (van de strafzaak) afgesplitste procedure plaats. De keuze voor deze werkwijze was een pragmatische, omdat een financieel onderzoek dikwijls gecompliceerd en zeer tijdrovend is. Er ontstaat hierdoor voldoende ruimte voor een financieel onderzoek. De strafzaak kan gewoon worden afgerond, terwijl het financiële onderzoek kan worden voortgezet om de veelal zeer gecompliceerde en moeilijk toegankelijke financiële situatie te ontrafelen. Hiermee kan veel tijd gemoeid gaan, vooral als de te verkrijgen informatie uit het buitenland moet komen. De afhandeling van de strafzaak hoeft hier dan niet op te wachten. De aard en de hoogte van de in de strafzaak opgelegde straf staat dan ook geheel los van de hoogte van de op te leggen ontnemingsmaatregel.
Nadat het financiële onderzoek is gestart kan de OvJ van de rechter-commissaris (RC) vorderen dat een machtiging strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) wordt verstrekt. Hij kan dan ruimere bevoegdheden toepassen om het financiële onderzoek te (laten) doen zoals zonder afzonderlijke machtiging leggen van conservatoir beslag, inzage (laten) vorderen van bescheiden en gegevens alsmede van anderen dan de verdachte vorderen bekend te maken welke vermogensbestanddelen zij onder zich hebben of hebben gehad die aan de verdachte toebehoren of toebehoorden.