Verdachten van internationale misdrijven komen onder andere in beeld via informatie van internationale tribunalen, via aangiftes en via zogenoemde '1F-dossiers' van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Het betreft hier personen die in Nederland geen verblijfsvergunning (meer) krijgen omdat het vermoeden bestaat dat zij betrokken zijn bij misdrijven zoals genoemd in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Veelal gaat het om oorlogsmisdrijven en/of misdrijven tegen de menselijkheid.
Bovendien meldt de IND deze 1F-dossiers aan bij het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie. Het Landelijk Parket bepaalt vervolgens of sprake is van een strafrechtelijke verdenking en of Nederland rechtsmacht heeft om tot vervolging over te gaan. Dossiers die niet direct in behandeling genomen worden, worden peridiek opnieuw bekeken.