Het Openbaar Ministerie (OM) bezint zich op een aantal
noodzakelijke veranderingen in de organisatie. Het College van
procureurs-generaal en de parkethoofden zijn het recent eens
geworden over de denkrichting waarbinnen het OM zich de komende
jaren moet gaan ontwikkelen.
Houtskoolschets
Er is een visiedocument opgesteld met ruwe contouren en schetsen
van oplossingen. Dit document - de Houtskoolschets - is formeel
als uitgangspunt onderschreven voor verdere projectmatige
uitwerking. Duidelijk is dat in de stapsgewijze, projectmatige
uitwerking in verschillende fasen nog belangrijke knopen zullen
moeten worden doorgehakt. De go/no-go beslissing zal eerst per
(deel)project met het gereedkomen van de inrichtingsplannen
genomen kunnen worden. Ambities zullen daarbij sterk afhangen van
de financiële mogelijkheden. Met het tot stand komen van het
visiedocument is een eerste belangrijke stap gezet op de weg van
visievorming naar organisatieverandering.
Waarom?
Het denken over de gewenste organisatieontwikkeling is het
laatste jaar in een stroomversnelling terechtgekomen. Het OM
staat onder druk. Vanuit de omgeving, omdat die steeds hogere
eisen stelt aan de kwaliteit van de interventies van het OM.
Vastgesteld werd dat het OM onvoldoende zichtbaar is bij de
specialistische taken, zoals fraude en milieu. Ook in
kwantitatieve zin neemt de druk op het OM toe. Voor evenveel, of
zelfs minder geld wil men meer interventies en dat vraagt om
grotere efficiency. Het OM profiteert thans onvoldoende van de
schaalvoordelen bij de werking van standaardzaken en het
uitvoeren van beheerstaken. In een dergelijke situatie moet een
organisatie, die wil veranderen om aan die eisen tegemoet te
komen diep in de eigen processen, werkwijzen en
organisatiestructuren duiken
In april 2002 besprak de top van het OM op een landelijke
conferentie deze uiteenlopende ontwikkelingen en gaf vervolgens
een aanzet tot een lange termijn visie. De conclusie luidde dat
de organisatie van het OM er over tien jaar heel anders uit zou
zien. De betekenis van een parket als centrale eenheid waarbinnen
vele functies samenkomen zal (verder) worden gerelativeerd.
Enerzijds is er een deconcentratietendens om dichter bij burgers,
politie en bestuur te zitten en anderzijds een
concentratietendens voor wat betreft specifieke schaarse
deskundigheid, `backoffice-functies' en
beheersondersteuning.
Waartoe moet dit leiden?
Er zijn twee leidende gedachten bij het denken over de gewenste
inrichting van de werkprocessen en organisatie van het OM.
Allereerst is de verwachting dat de prestaties van het OM als
geheel worden verhoogd door een nadrukkelijker onderscheid te
maken tussen de behandeling van zaken die maatwerk vereisen en
standaardzaken. Voorts kan het OM beter presteren door de
kwetsbaarheid van de kleinere parketten te verminderen door
schaalvergroting. De opgave is om door middel van
organisatieverandering ruimte te creëren om meer en beter te
kunnen presteren.
Potentiële schaalvoordelen bij verwerking
standaardzaken
Het OM moet in staat zijn om én een groot volume aan zaken te
behandelen én maatwerk te leveren. Het veiligheidsprogramma kent
forse ambities voor de korte termijn. De verwachting is dat voor
een langere periode zowel bij misdrijven als bij kleinere
overtredingen de vraag naar handhaving zal blijven toenemen en
daarmee de druk op het OM, zelfs als de mogelijkheden van de
politietransactie en bestuurlijke boete verder worden verruimd.
Wil het OM zijn taken goed vervullen, ook bij financieel zwaar
weer, dan moet het OM potentiële schaalvoordelen bij de
verwerking van standaardzaken trachten te realiseren. Dat kan
door een betere organisatie van de werkprocessen binnen een
parket, dat kan ook door (delen van de) werkzaamheden bij een
apart organisatieonderdeel te leggen. Een voorbeeld daarvan is
thans het Bureau Verkeershandhaving OM, dat onder meer is belast
met de behandeling van de beroepen tegen overtredingen op het
hoofdwegennet. De ruimte die aldus ontstaat, kan worden benut
voor prestatieverbetering, ook bij maatwerk.
Kwetsbaarheid specialismen verkleinen
Het OM kent vele specialisaties in het primaire proces en in de
ondersteuning. De kleinere parketten ervaren dat het werkaanbod
vaak te gering is om alle functies volwaardig in huis te kunnen
hebben. Er is zorg over de continuïteit en kwaliteit. Er zijn in
de afgelopen periode verschillende samenwerkingsvormen tussen
parketten ontstaan om die kwetsbaarheid te verminderen. Om hier
ten volle van te kunnen profiteren, is een steviger fundament
nodig in de vorm van een nieuwe indeling in regio's.
De 'OM-landkaart'.
De geschetste mogelijke ontwikkelingen hebben gevolgen voor de
grootte en status van de huidige parketten. Gesproken wordt over
de samenvoeging van parketten tot grotere eenheden. In het
visiedocument van het veranderend OM wordt gesproken over tien
parketten. Uitgangspunt blijft dat het OM vertegenwoordigd blijft
in alle negentien arrondissementen. Wel worden de parketten die
geen regionale status krijgen, mogelijk kleiner van omvang.
De tien regio's zijn: 1. Alkmaar, Haarlem; 2. Amsterdam; 3. Den
Haag; 4. Rotterdam, Dordrecht; 5. Breda, Middelburg; 6. Roermond,
Maastricht; 7. Den Bosch; 8. Arnhem, Utrecht; 9. Zwolle/Lelystad;
Almelo, Zutphen; 10. Assen, Leeuwarden, Groningen.
Hoe verder?
Het visiedocument wordt op korte termijn ter advisering
aangeboden aan de Medezeggenschapsraad Openbaar Ministerie
(MROM). Het College zal de periode tot het najaar gebruiken om
het verandertraject voor te bereiden, waarna gestart kan worden
met de verdere, meer projectmatige, uitwerking van de gekozen
koers.
De in het visiedocument neergelegde visie en bijbehorende
programmaopzet worden als voorgenomen besluit aan de
Medezeggenschapsraad OM voorgelegd. Net zoals in een echte
houtskoolschets, zal op grond van de bevindingen de tekening
steeds meer aan detail winnen.