Waarom legt het OM zaken voor aan de rechter waarvan de
uitkomst niet bij voorbaat reeds voor de volle honderd procent
een veroordeling is? Waarom riskeert het OM koppen als "OM lijdt
nederlaag in voorkenniszaak" en "OM krijgt gevoelige tik in
vuurwerkzaak"?
Een vraag die zich blijkbaar opdringt is de volgende: waarom legt
het OM zaken voor aan de rechter waarvan de uitkomst niet bij
voorbaat reeds voor de volle honderd procent een veroordeling is?
Waarom riskeert het OM koppen als "OM lijdt nederlaag in
voorkenniszaak" en "OM krijgt gevoelige tik in
vuurwerkzaak"?
Om te beginnen: het OM spreekt niet in termen van winst en
verlies. Als je de kranten leest en de actualiteitenrubrieken
bekijkt, dan is het alsof het strafrecht is verworden tot een
voetbalwedstrijd. Een soort Ajax-Feyenoord. Dan weer wint het OM,
dan weer de verdediging. Het zijn bepaald geen termen waarin het
OM zich thuis voelt. Een feit is dat het OM niet alleen gaat voor
zaken waarin het voor 100 procent zeker is van een veroordeling.
Soms brengt het OM een zaak voor de rechter waarvan het bewijs
niet is dichtgetimmerd met bekennende verdachten en matchende
DNA-profielen.
Waarom? Omdat in die zaken het rechtstreeks bewijs wellicht
ontbreekt, maar er toch zoveel feiten en omstandigheden zijn dat
de officier moet zeggen: het is van belang dat een rechterlijk
college zich hierover uitspreekt. Dan heeft de officier weliswaar
de overtuiging dat de verdachte de dader is, maar dan is het heel
wel mogelijk dat de rechter alles aanhoort en tot een andere
weging van de bewijsmiddelen komt. Dat was het geval bij de zaak
tegen de vermeende brandstichter bij de vuurwerkramp en voorlopig
ook bij Nederlands bekendste voorkenniszaak.
De rechter oordeelt dan dat het OM terecht een onderzoek heeft
ingesteld en terecht tot vervolging is overgegaan, maar tevens
dat de aangedragen bewijsmiddelen hem niet brengen tot het
overtuigend bewijs dat hij nodig heeft om iemand te veroordelen.
Zo werkt het in dit land. Voor het OM staat dan de weg open naar
een hogere rechter.
De samenleving heeft recht op een OM dat in dat soort zaken zijn
nek uitsteekt. Er is immers wel een dader die ergens
rondloopt.
(Dit is een bewerking van de inleiding die de voorzitter van het
College van procureurs-generaal, mr. J.L. de Wijkerslooth, hield
bij de presentatie van het jaarverslag van het OM).