Jeugd, veelplegers, (huiselijk) geweld, terrorisme, georganiseerde misdaad en hennepteelt blijven speerpunten. Maar de komende vier jaar legt het OM ook nieuwe accenten. Van cybercrime tot discriminatie: zes nieuwe handhavingsthema's uit 'Perspectief op 2010'.
De feitelijke onveiligheid neemt af, zo blijkt uit studies. Dit betekent echter niet dat er een tandje af kan, stelt het Openbaar Ministerie in het onlangs verschenen meerjarenplan Perspectief op 2010. Het OM wil voortgaan op de ingeslagen weg en nieuwe accenten leggen. De komende vier jaar zal het OM op zes nieuwe strafrechtelijke handhavingsthema's de nadruk leggen. De thema's zijn fraude, cybercriminaliteit, ontneming, internationale samenwerking, criminele allochtone jongeren en discriminatie.
1. Fraude
Het OM moet alle zeilen bijzetten om de razendsnelle ontwikkelingen op het terrein van fraude bij te houden. Voorheen moesten criminelen pakjes girobetaalkaarten uit brievenbussen hengelen, maar tegenwoordig leiden criminele organisaties girale geldstromen om. Bij fraude wordt een valse voorstelling van zaken geven, om misbruik te maken van het vertrouwen van anderen. Binnen fraude kan onderscheid gemaakt worden tussen horizontale fraude en verticale fraude. Fraude tussen burgers onderling, zoals bijvoorbeeld boekhoudfraude, is horizontale fraude. Verticale fraude, zoals huursubsidie, doet zich voor tussen burgers en overheid.
Momenteel zijn de belangrijkste trends binnen fraude: anonimisering, virtualisering, internationalisering en een toename van de complexiteit van het maatschappelijk verkeer. De capaciteit om fraude te bestrijden zal moeten groeien. Zodat de expertise om ingewikkelde fraudes te behandelen groeit en fraudebestrijding een effectieve organisatie krijgt. Het bestrijden van verticale fraude is bij het Functioneel Parket belegd, wellicht dat de bestrijding van horizontale fraude ook hier wordt gecoördineerd.
2. Cybercriminaliteit
Onder cybercriminaliteit valt het afpersen van bedrijven, vaak door te dreigen om computernetwerken plat te leggen, het onbevoegd kopiëren van gegevens of het omkopen van medewerkers om toegang te krijgen tot beveiligde computersystemen. Cybercriminaliteit is voortdurend aan verandering onderhevig. Bij traditionele delicten, zoals kinderporno of terrorisme, wordt gretig gebruik gemaakt van nieuwe ICT-ontwikkelingen. Om voldoende capaciteit en deskundigheid te waarborgen zullen OM en politie de komende jaren investeren.
3. Ontneming
Fraude en georganiseerde criminaliteit worden hoofdzakelijk met financiële motieven gepleegd. Als het niet gelukt is om de vorming van criminele vermogens te voorkomen, is het zaak om die vermogens zoveel mogelijk te ontnemen. De bestaande mogelijkheden voor ontnemingen worden onvoldoende benut. Het OM gaat daarom de komende jaren de aanpak van grote ontnemingszaken verder specialiseren. Dit onder andere door naast de zaaksofficier van justitie, een ontnemingsofficier te plaatsen. Maar ook door het inzetten van vermogenstraceerders, die tijdens het opsporingsonderzoek de vermogenspositie van de verdachte in kaart brengen.
4. Internationale samenwerking
Internationale juridische samenwerking - geen gunst, maar plicht - verloopt grotendeels via de klassieke wederzijdse rechtshulp. Er is een aantal initiatieven ontwikkeld om de samenwerking beter te laten verlopen, zoals de komst van coördinatiestructuren zoals Euro Justice Network en Eurojust. Om te voorkomen dat eigen problemen belangrijker worden geacht dan die van de buren, zijn er Internationale Rechtshulpcentra opgericht. Zij nemen binnenkomende rechtshulpverzoeken in en bewaken de snelheid en kwaliteit van afhandeling.
Daarnaast dient de samenwerking in de grensregio's een structureel karakter te krijgen. Dit geldt voor parketten die grenzen aan Duitsland en België, maar ook de nevenvestiging van parket Haarlem op Schiphol. In sommige gevallen is er te weinig kennis aanwezig op het parket of bij de Internationale Rechtshulpcentra voor het verlenen van of vragen om rechtshulp. Het OM werkt daarom aan een vernieuwing en uitbreiding van opleidingen op het gebied van internationale rechtshulp of internationaal recht.
5. Aanpak van criminele jonge allochtonen
Bij een minderheid van allochtone jongeren blijft de integratie in de Nederlandse samenleving achter. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat dit een blijvend probleem van delinquentie veroorzaakt.
Vooral bij het ontstaan van delinquentie is het van belang alert in te grijpen, bijvoorbeeld via "dwang en drang"-vormen en via het bestendigen van bindingen met de samenleving. Bij het maken van beleid zal het OM de ervaringen meenemen die de vier grote steden met deze groepen hebben opgedaan. Dit zal als basis dienen voor de landelijke uitwerking.
6. Discriminatie
Artikel 1 van de grondwet geldt voor iedereen. Een voorwaarde voor intergratie van minderheden, is dat er voldoende mogelijkheden bestaan voor participatie in de samenleving. Het OM zal de bescherming van bevolkingsgroepen tegen discriminatie meer aandacht geven. Op de elf inmiddels gevormde regioparketten komen "steunpunten discriminatie". Daarnaast krijgen officieren van justitie en beleidsmedewerkers een opleiding om discriminatiezaken adequaat te kunnen behandelen.
Tekst: Anne Hoeksema
Bron: Perspectief op 2010. Dit artikel verschijnt in de Opportuun van november 2006.