22 december 2006 - Openbaar Ministerie
Met ingang van 1 januari 2007 is de nieuwe aanwijzing
Voorlichting opsporing en vervolging van kracht. In deze
aanwijzing staat beschreven hoe het openbaar ministerie (OM) en
de politie de persvoorlichting hebben georganiseerd: wie doet in
concrete onderzoeken en strafzaken de voorlichting en op welk
moment zal welke informatie aan de pers worden verstrekt. De
aanwijzing wordt ook van toepassing verklaard voor de Bijzondere
Opsporingsdiensten en de Koninklijke Marechaussee. De nieuwe
aanwijzing is opgesteld door een werkgroep bestaande uit
vertegenwoordigers van politie en OM onder voorzitterschap van
mr. L.A.J.M. de Wit, hoofdofficier in Amsterdam.
Een essentieel uitgangspunt van de nieuwe aanwijzing is het
realiseren van juiste berichtgeving op het juiste tijdstip. Dat
betekent een principiële keuze voor een actief, assertief en
alert voorlichtingsbeleid van politie en OM. Meer dan in het
verleden willen politie en OM openheid geven over onderzoeken en
strafzaken, vanzelfsprekend met inachtneming van het onderzoeks-
en privacybelang.
Bij de totstandkoming van de aanwijzing is gezocht naar een
nieuwe balans tussen openbaarheid en transparantie enerzijds en
de belangen van een eerlijke procesgang en privacy van de
betrokkenen anderzijds. Het OM heeft immers ook in een
veranderende werkelijkheid de taak toe te zien op een eerlijke
procesgang waarbij respect wordt getoond voor de positie van de
rechter en de verdediging en waarbij recht wordt gedaan aan de
verdachte én aan het eventuele slachtoffer.
De belangrijkste veranderingen op een rij:
- De politie doet de woordvoering over de operationele kant
van de zaak, terwijl de woordvoering door het OM een meer
strategisch-juridisch karakter heeft.
- In de vorige aanwijzing stond dat bij geruchtmakende zaken
een aanhouding pas kon worden gemeld nadat de Raadkamer de
gevangenhouding van de betreffende verdachte had bevolen. Deze
Raadkamertermijn is komen te vervallen.
- Het OM kan in bepaalde gevallen direct nadat de dagvaarding
is uitgereikt - en dus nog ruim voor de feitelijke
terechtzitting - aan de media uitleg geven waarom tot die
beslissing is gekomen. Vanzelfsprekend moet worden voorkomen
dat de strafzaak in de media wordt gevoerd in plaats van in de
zittingszaal. Geen 'trial by media'.
- OM en politie hebben een wettelijke taak bij het beschermen
van de privacy van verdachten, slachtoffers, nabestaanden,
getuigen en aangevers. Dat is niet veranderd met de nieuwe
aanwijzing. Wél is er in de nieuwe aanwijzing een uitzondering
gemaakt voor die gevallen dat er apert onjuiste verhalen in de
pers (dreigen te) worden gepubliceerd. In uitzonderlijke
situaties kunnen politie en OM ertoe besluiten informatie aan
de pers te verstrekken die normaal gesproken in verband met
privacybescherming niet zou worden verstrekt, met als doel te
voorkomen dat het onjuiste verhaal wordt gepubliceerd.
- Indien audiovisuele media van rechtbank of hof toestemming
hebben gekregen om de opkomst te filmen, zal de officier van
justitie of advocaat-generaal de camera niet weigeren bij het
voordragen van de zaak en bij het voorlezen van het
requisitoir, zolang de veiligheid van betrokkene daarmee niet
in gevaar wordt gebracht.
- In bijzondere gevallen - bijvoorbeeld in specialistische,
complexe zaken - kan de betreffende zaaksofficier de
audiovisuele media te woord staan.
De nieuwe aanwijzing is van kracht tot 31-12-2010. De
integrale tekst van de aanwijzing is te lezen via de link 'zie
ook' (rechtsboven aan de pagina).
Even geduld aub.