De ministerraad heeft op voorstel van minister Donner van
Justitie ingestemd met vier wetsvoorstellen die procedures in het
strafproces vereenvoudigen. Hierdoor wordt de werklast van
rechters, officieren van justitie en ondersteunend personeel
verminderd. De tijd die vrijkomt, kan worden benut om meer
strafzaken in kortere tijd af te handelen.
De wetsvoorstellen hangen samen met het vorig jaar gepresenteerde
veiligheidsprogramma. Eén van de belangrijke doelstellingen van
dit programma is het strafproces efficiënter te laten
verlopen.
Het eerste wetsvoorstel bepaalt dat bewijsmiddelen niet verder
hoeven te worden uitgewerkt bij een verdachte die zijn daad heeft
bekend, maar dat met een opgave van die bewijsmiddelen kan worden
volstaan. Voor de verdachte en het openbaar ministerie, maar ook
voor het slachtoffer en de samenleving, is onderbouwing van de
bewezenverklaring met uitgewerkte bewijsmiddelen in het geval van
een bekennende verdachte minder noodzakelijk. Rechters en
ondersteunend personeel behoeven daardoor minder tijd te besteden
aan het uitwerken van bewijsmiddelen. De rechtspleging wordt
daarmee doelmatiger zonder dat aan de vereiste zorgvuldigheid
afbreuk wordt gedaan.
Het tweede wetsvoorstel regelt een verruiming van de criteria
voor het weigeren van verzoeken om getuigen op te roepen. Ook
krijgt de voorzitter van de strafkamer meer bevoegdheden om
nodeloze
aanhoudingen van strafzaken te voorkomen. Door deze maatregelen
zal naar verwachting het aantal strafzaken dalen waarvan de
behandeling ter zitting wordt aangehouden voor het horen van
getuigen. Dat geldt ook voor appèlzaken.
In het derde wetsvoorstel krijgt de rechter-commissaris de
mogelijkheid ook buiten het gerechtelijk vooronderzoek een aantal
bevoegdheden toe te passen op grond waarvan voorwerpen in beslag
kunnen worden genomen. Dit leidt tot werklastvermindering voor
het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht omdat enkele
administratieve handelingen die verband houden met het instellen
van een gerechtelijk vooronderzoek achterwege kunnen blijven. Het
komt regelmatig voor dat in een strafzaak de activiteiten van een
rechter-commissaris beperkt blijven tot een enkele handeling,
bijvoorbeeld doorzoeking van een woning. Het is dan onwenselijk
om speciaal daarvoor een gerechtelijk vooronderzoek te
openen.
Het vierde en laatste wetsvoorstel past de regeling aan van de
voorlopige hechtenis. Zo kan een verdachte langer in bewaring
worden genomen. De termijn gaat van tien naar veertien dagen. Ook
wordt het mogelijk de gevangenhouding in één keer voor negentig
dagen te bevelen. Nu kent de wet slechts de mogelijkheid van een
bevel voor dertig dagen dat twee keer met een zelfde periode kan
worden verlengd. De verwachting is dat door het wetsvoorstel het
aantal raadkamerbehandelingen zal dalen.
De ministerraad heeft ermee ingestemd dat de wetsvoorstellen voor
advies aan de Raad van State zullen worden gezonden. De tekst van
de wetsvoorstellen en van de adviezen van de Raad van State
worden pas openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.
Bron: RVD