26 mei 2004 - Openbaar Ministerie
De aanpak van jeugdcriminaliteit wordt steeds doelgerichter en
leidt tot een nog verder oplopend aantal zaken bij het Openbaar
Ministerie. In 2003 kwamen meer dan 30.000 jongeren voor de
afhandeling van een strafbaar feit terecht bij de politie of het
Openbaar Ministerie. Die jongeren kregen ook vaker dan voorheen
te maken met een justitiële reacties. Werd in 1998 nog één op de
vijf jeugdzaken terzijde gelegd, in 2003 werd nog maar tien
procent geseponeerd.
Verder is in alle arrondissementen een goed beeld gevormd van de
omvang, de aard en de spreiding van de jeugdcriminaliteit;
noodzakelijk voor een gerichte aanpak. Dat blijkt uit het
Jaarverslag 2003 van het Openbaar Ministerie, dat vandaag wordt
gepubliceerd.
Al geruime tijd zijn jeugd en veelplegers prioriteiten voor het
Openbaar Ministerie. In de categorie veelplegers (iemand die meer
dan tien keer is gearresteerd voor een misdrijf) is er extra
aandacht voor hen die extreem veel delicten plegen. Het beleid
richt zich vooral op degenen die zich èn frequent èn recent
bezighouden met het plegen van misdrijven. In alle
arrondissementen zijn er initiatieven genomen om een
veelplegersaanpak van de grond te tillen.
Productie en prestaties
De ambities van het veiligheidsprogramma "Naar een veiliger
samenleving" zijn in 2003 ruimschoots gehaald. Vooral de
toegenomen aandacht voor de bestrijding van overlastcriminaliteit
is goed zichtbaar in de cijfers. Het aantal kantonstrafzaken
(overtredingen) dat bij het Openbaar Ministerie binnenstroomt, is
in 2003 gestegen met 28 procent naar 278.300. Deze toename wordt
vooral veroorzaakt door groeiende aantallen overtredingen van
algemeen plaatselijke verordeningen (APV's), regels in het
openbaar vervoer (zwartrijden en ordeverstoring),
vreemdelingenwetgeving en zware verkeersovertredingen. Dergelijke
overtredingen veroorzaken veel ergernis en onveiligheidsgevoelens
bij burgers. Het aantal rechtbankzaken steeg met acht procent
naar bijna 270.000.
Resultaten op het gebied van bijzondere handhaving en
ontneming
Op 1 januari 2003 is het Functioneel Parket officieel begonnen.
Dit nieuwe parket heeft als taak de deskundigheid op specifieke
terrein van de handhaving te bundelen. Het gaat hier om
financieel-economische criminaliteit, voedselveiligheid en
milieu; de gebieden waarop de vier bijzondere opsporingsdiensten
onder gezag van het OM werkzaam zijn (Fiod/ECD, Siod, AID,
Vrom-IOD). Naast de opbouw van de organisatie is er in 2003 een
start gemaakt met de behandeling van strafzaken van de bijzondere
opsporingsdiensten. Vorig jaar hebben de zes Interregionale
Fraudeteams 61 middelzware en 24 zware financieel-economische
zaken opgepakt. In 2003 zijn een kwart meer milieuzaken
binnengekomen dan vooraf was begroot (15.500 zaken) en zijn 67
(middel)zware milieu-onderzoeken gestart. Een kwart van alle
milieuzaken zijn 'inrichtingsgebonden', dat wil zeggen verbonden
aan een vergunningsplichtige zoals een benzinestation, fabriek of
boerenbedrijf.
In het afgelopen jaar is voorts de ontnemingsdoelstelling
('plukze') ruimschoots gehaald met een bedrag van 10,1 miljoen
euro. Verder heeft de nieuwe wetgeving per 1 september 2003 het
mogelijk gemaakt dat de executie van ontnemingsmaatregelen
mogelijk blijft ook nadat de maximale periode van de gijzeling is
voltooid.
Goed Beschouwd 2004
Inmiddels traditioneel gaat het jaarverslag van het OM vergezeld
van Goed Beschouwd, een uitgave met daarin enkele nadere
beschouwingen van thema's op het terrein van criminaliteit en de
strafrechtshandhaving. De beschouwingen zijn opgesteld door de
onderzoeksafdeling van het landelijk Openbaar Ministerie.
Plankzaken en prestatieafspraken
In het stuk 'Plankzaken en prestatieafspraken' wordt aandacht
besteed aan de extra zaken die de politie op basis van de
prestatieafspraken aan het Openbaar Ministerie moet aanleveren.
De 25 regiokorpsen hebben het afgelopen jaar 14.000 zaken extra
aangeleverd aan het OM, een toename van ongeveer zeven procent.
Door de bank genomen bleef de zwaarte van de zaken ongeveer
gelijk.
Criminaliteitsrisico's
Hoe groot is de kans dat iemand slachtoffer wordt van een
misdrijf? Hoewel het percentage burgers, bedrijven en
instellingen dat te maken krijgt met criminaliteit hoog ligt,
blijkt het in veel gevallen te gaan om weinig ernstige
voorvallen. Verder lijkt de angst om slachtoffer te worden niet
steeds overeen te komen met het feitelijke risico.
Redenen om niet te vervolgen
In dit stuk wordt het sepotbeleid - zaken die niet worden
vervolgd - van het OM bekeken. Ongeveer één op de tien zaken die
de politie bij het OM aandraagt, leidt niet tot vervolging. In de
helft van de gevallen is dat om technische redenen; vooral omdat
er niet voldoende bewijs is om tot een veroordeling te komen. In
de andere gevallen vindt de officier van justitie vervolging niet
wenselijk, bijvoorbeeld omdat er teveel tijd ligt tussen het
plegen van het delict en eventuele vervolging. De praktijk van
het seponeren blijkt een uiterst gevarieerd beeld op te leveren.
Het straffen van de toekomst
Verschuiving van de visie op straffen lijkt te hebben geleid tot
een crisis in de bestraffing. Vanaf de jaren zestig is het
uitgangspunt van bestraffing verschoven van resocialisatie van de
dader, via de focus op het slachtoffer naar beveiliging van de
samenleving. Intussen dienen zich allerlei sociale en
technologische veranderingen aan, waarvan evident lijkt dat ze
betekenis zullen hebben voor het straffen, alleen is nog niet
duidelijk hoe.