Strafbeschikking

Kruimelpad

Inhoud pagina: Strafbeschikking

Het Openbaar Ministerie mag sinds 1 februari 2008 voor een aantal veel voorkomende strafbare feiten zelf straffen opleggen, een strafbeschikking. Het gaat niet om vrijheidsbenemende straffen.

Als een bestrafte het niet eens is met zijn strafbeschikking, kan hij bezwaar maken door verzet in te stellen bij het OM. De strafrechter zal de strafzaak dan in zijn geheel opnieuw beoordelen.

Ook gemeentes en opsporingsambtenaren kunnen de strafbeschikking inzetten. Het gaat hier om de bestuurlijke- en de politiestrafbeschikking. De bestuurlijke strafbeschikking wordt uitgevaardigd door gemeentelijke boa’s voor overlastfeiten, de politiestrafbeschikking wordt uitgevaardigd voor de ‘P-feiten’. (Dit zijn de feiten waar voorheen een politietransactie kon worden aangeboden. Deze feiten zijn in het Feitenboekje en de Tekstenbundel van het OM herkenbaar aan de letter ‘P’).

De mogelijkheid tot strafbeschikking is vastgelegd in de Wet OM-afdoening. De Wet OM-afdoening wordt gefaseerd ingevoerd.

Vanwege capaciteitsproblemen in de rechtspraak heeft het kabinet gezocht naar mogelijkheden de overbezette strafrechters te ontlasten. Eén van die mogelijkheden is de Wet OM-afdoening. Met de invoering van deze wet is een deel van de zaken die eerst door de rechter werden gedaan, bij het OM komen te liggen. De hele strafrechtsketen profiteert van de invoering van de wet. Immers, wat op de allereenvoudigste zaken kan worden bespaard, komt ten goede aan de behandeling van grote en gecompliceerde strafzaken.

Buiten de rechter om een zaak afdoen is niet nieuw. Dagelijks biedt het OM verdachten een transactie aan. De grens ligt ook hier bij misdrijven met een maximale gevangenisstraf van zes jaar. Bij een transactie is het OM echter afhankelijk van de medewerking van de verdachte. Door te betalen geeft de verdachte aan dat hij het aanbod aanvaardt en voorkomt hij strafvervolging.

Met de strafbeschikking kan het OM vervolgen én bestraffen. Als de bestrafte het niet eens is met zijn strafbeschikking, kan hij bezwaar maken door verzet in te stellen bij het OM. De strafrechter zal de strafzaak dan in zijn geheel opnieuw beoordelen. Als de bestrafte geen verzet instelt, gaat het CJIB over tot de tenuitvoerlegging van de straf.

Op de website van het Centraal Justitieel Incassobureau informatie voor degenen die een strafbeschikking hebben ontvangen. Hier vindt u onder andere informatie over betaling, opname in de Justitiële documentatie ('strafblad') en wat u kunt doen als u het niet eens bent met de strafbeschikking.

Onder de Wet OM-afdoening vallen, net als bij de transactie,  misdrijven waarop een maximum gevangenisstraf staat van zes jaar en alle overtredingen.

Een strafbeschikking kan uit verschillende straffen, maatregelen en aanwijzingen bestaan. Voorbeelden hiervan zijn: een geldboete, een taakstraf, een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, een schadevergoedingsmaatregel voor het slachtoffer en een gedragsaanwijzing zoals een stadionverbod.

De wet wordt gefaseerd ingevoerd.

Ja. Een bestrafte heeft altijd de mogelijkheid zijn strafzaak aan een rechter voor te leggen. Dit doet hij door het instellen van verzet. De officier of beoordelaar kan op basis van het verzet besluiten de strafbeschikking alsnog in te trekken en de zaak te seponeren of de strafbeschikking te wijzigen. In alle andere gevallen – en ook als de bestrafte het niet eens is met de gewijzigde strafbeschikking – wordt de bestrafte opgeroepen voor een terechtzitting.

De strafbeschikking wordt stap voor stap ingevoerd. Sinds 2008 mag het OM strafbeschikkingen uitvaardigen voor ‘rijden onder invloed’. Als het OM voor een strafbaar feit een strafbeschikking oplegt, kan er voor dit feit geen transactie meer gegeven worden. Het is de bedoeling dat de strafbeschikking uiteindelijk de transactie vervangt.
Lees meer: http://www.om.nl/onderwerpen/strafbeschikking/fasering_wet/

Sinds 1 januari 2009 maken de vier grote gemeentes (Utrecht, Rotterdam, Amsterdam en Den Haag) ook gebruik van de strafbeschikking. Dit heet een bestuurlijke strafbeschikking. Bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) in dienst van de gemeente kunnen een strafbeschikking opleggen leggen voor overlast, zoals fietsen op de stoep, wildplassen en loslopende honden. Vanaf 2010 krijgen de andere gemeenten en later ook provincies en waterschappen de mogelijkheid bestuurlijke strafbeschikkingen op te leggen.

Per 1 april 2010 krijgen burgers een politiestrafbeschikking als zij een geldboete opgelegd krijgen door politie, opsporingsambtenaren (Koninklijke Marechaussee) of boa’s. De huidige politietransactie komt te vervallen.
De politietransactie vervalt niet overal tegelijk. Eind 2010 is overal in Nederland de politiestrafbeschikking ingevoerd.

Tot slot krijgt de Belastingdienst de mogelijkheid een strafbeschikking uit te vaardigen. Dit heet dan een fiscale strafbeschikking.

Naar boven

Zoeken