Het Openbaar Ministerie mag sinds 1 februari 2008 voor een aantal veel voorkomende strafbare feiten zelf straffen opleggen, een strafbeschikking. Het gaat niet om vrijheidsbenemende straffen.
Als een bestrafte het niet eens is met zijn strafbeschikking, kan hij bezwaar maken door verzet in te stellen bij het OM. De strafrechter zal de strafzaak dan in zijn geheel opnieuw beoordelen.
De mogelijkheid tot strafbeschikking is vastgelegd in de Wet OM-afdoening.
Bestuursorganen (zoals gemeenten) kunnen voor bepaalde overlastfeiten (zoals het verkeerd aanbieden van huisvuil, wildplassen of lopen met een loslopende hond) zelf boetes aankondigen door middel van de zogenoemde ‘Bestuurlijke strafbeschikking'. Voor welke feiten dit mag en welke tarieven hierbij horen, staat in de Richtlijn voor strafvordering bestuurlijke strafbeschikking overlastfeiten.
De bestuurlijke strafbeschikkingen worden aangekondigd door Buitengewoon opsporingsambtenaren (Boa's) van de gemeente. Uiteindelijk legt de Officier van Justitie de strafbeschikking op.
Als opsporingsambtenaren een strafbeschikking uitvaardigen voor "P-feiten" uit de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen heet dit een politiestrafbeschikking.
Het OM behandelt ook hier de verzetten.
Sinds 1 maart 2011 zijn ook de zogenoemde *-feiten uit het Feitenboekje onder de werking van de OM-afdoening gebracht.
De *-feiten zijn te herkennen aan het sterretje dat in de eerste kolom van het feitenboekje staat. Voorbeelden hiervan zijn feitcode D517, ‘het niet kunnen voldoen aan de verplichting een identificatiebewijs te tonen' en D505, ‘het plegen van baldadigheid'.
Buitengewoon opsporingsambtenaren kunnen sinds 1 maart 2011 ook voor deze *-feiten een kennisgeving van bekeuring opmaken.
De officier van justitie beslist of er een strafbeschikking wordt uitgevaardigd en wat de hoogte van de geldboete is.
Vanwege capaciteitsproblemen in de rechtspraak heeft het kabinet gezocht naar mogelijkheden de overbezette strafrechters te ontlasten. Eén van die mogelijkheden is de Wet OM-afdoening. Met de invoering van deze wet is een deel van de zaken die eerst door de rechter werden gedaan, bij het OM komen te liggen. De hele strafrechtsketen profiteert van de invoering van de wet. Immers, wat op de allereenvoudigste zaken kan worden bespaard, komt ten goede aan de behandeling van grote en gecompliceerde strafzaken.
Buiten de rechter om een zaak afdoen is niet nieuw. Dagelijks biedt het OM verdachten een transactie aan. De grens ligt ook hier bij misdrijven met een maximale gevangenisstraf van zes jaar. Bij een transactie is het OM echter afhankelijk van de medewerking van de verdachte. Door te betalen geeft de verdachte aan dat hij het aanbod aanvaardt en voorkomt hij strafvervolging.
Met de strafbeschikking kan het OM vervolgen én bestraffen. Als de bestrafte het niet eens is met zijn strafbeschikking, kan hij bezwaar maken door verzet in te stellen bij het OM. De strafrechter zal de strafzaak dan in zijn geheel opnieuw beoordelen. Als de bestrafte geen verzet instelt, gaat het CJIB over tot de tenuitvoerlegging van de straf.
Onder de Wet OM-afdoening vallen, net als bij de transactie, misdrijven waarop een maximum gevangenisstraf staat van zes jaar en alle overtredingen.
Een strafbeschikking kan uit verschillende straffen, maatregelen en aanwijzingen bestaan. Voorbeelden hiervan zijn: een geldboete, een taakstraf, een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, een schadevergoedingsmaatregel voor het slachtoffer en een gedragsaanwijzing zoals een stadionverbod.
Zie ook het thema Feiten en Tarieven
De wet OM afdoening en daarmee de strafbeschikking wordt stap voor stap ingevoerd. In 2008 is begonnen met de strafbeschikking voor 'rijden onder invloed' In 2011 wordt de strafbeschikking uitgevaardigd bij staande houding voor bijna alle feitgecodeerde overtredingen (zie de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen)
In 2011 zullen (nagenoeg) alle zaken waarin nu een geldsomtransacties wordt aangeboden onder de werking van de wet OM-afdoening gaan vallen. Dat betekent dat voor de geldsomtransacties dan een strafbeschikking kan worden uitgevaardigd. Deze nieuwe manier van afdoen past binnen de nieuw op te zetten versnelde afdoeningsorganisaties zoals de nightcourts en de snelle interventieteams i.h.k.v. het project ZSM
Uiteindelijk moet de strafbeschikking de transactie vervangen
Op de website van het Centraal Justitieel Incassobureau informatie voor degenen die een strafbeschikking hebben ontvangen. Hier vindt u onder andere informatie over betaling, opname in de Justitiële documentatie ('strafblad') en wat u kunt doen als u het niet eens bent met de strafbeschikking.
Ja. Een bestrafte heeft altijd de mogelijkheid zijn strafzaak aan een rechter voor te leggen. Dit doet hij door het instellen van verzet. De officier of beoordelaar kan op basis van het verzet besluiten de strafbeschikking alsnog in te trekken en de zaak te seponeren of de strafbeschikking te wijzigen. In alle andere gevallen – en ook als de bestrafte het niet eens is met de gewijzigde strafbeschikking – wordt de bestrafte opgeroepen voor een terechtzitting.
Sinds 2009 kunnen bijzondere opsporingsambtenaren (boa's) in dienst van gemeentes een bestuurlijke strafbeschikking opleggen leggen voor overlast, zoals fietsen op de stoep, wildplassen en loslopende honden.
Sinds 2010 krijgen burgers een politiestrafbeschikking als zij een geldboete opgelegd krijgen door politie, opsporingsambtenaren (Koninklijke Marechaussee) of boa’s. De politietransactie is daarmee vervallen.
Tot slot heeft de Belastingdienst de mogelijkheid een strafbeschikking uit te vaardigen. Dit heet dan een fiscale strafbeschikking.