Tbs is een maatregel voor mensen die een zwaar misdrijf hebben gepleegd. Zij moeten voor dat misdrijf 'geheel of gedeeltelijk ontoerekeningsvatbaar' zijn verklaard. Dat wil zeggen dat hun misdrijf hen niet (volledig) aangerekend kan worden, doordat zij lijden aan een persoonlijkheidsstoornis en/of een ernstige psychiatrische stoornis. Die stoornis heeft bijgedragen aan het plegen van het delict. Daardoor bestaat ook extra gevaar dat zij nog een keer in de fout gaan.
Als het delict hen gedeeltelijk wel kan worden aangerekend,
kan de rechter hen voor dat deel een gevangenisstraf opleggen. In
bepaalde gevallen kan de rechter ook afzien van het opleggen van
een straf, omdat er sprake is van volledige
ontoerekeningsvatbaarheid. De tbs-maatregel start dan
meteen.
Tbs wordt aanvankelijk voor twee jaar opgelegd. Daarna beoordeelt
de rechter of de tbs-maatregel verlengd moet worden. Dat kan
tweemaal met één jaar of telkens met twee jaar gebeuren.
De behandeling duurt gemiddeld zes jaar. Onderzoek wijst uit dat
tachtig procent van de terbeschikkinggestelden na behandeling
geen zware misdrijven meer pleegt.
De tbs-inrichtingen zijn volwaardige psychiatrische klinieken.
Elke tbs-kliniek is in staat diverse stoornissen te behandelen.
De terbeschikkinggestelde komt in een kliniek waar op dat moment
plaats is. Tbs-inrichtingen kennen een zeer hoog
beveiligingsniveau.
Aantallen
De capaciteit in de tbs-klinieken is in tien jaar meer dan
verdubbeld (van ruim 500 in 1991 tot bijna 1200 in 2001). In 2005
zijn er ongeveer 1600 tbs-gestelden. De tbs-maatregel wordt per
jaar ongeveer 250 keer door de rechter opgelegd.
Er verblijven meer mannen (93,7%) dan vrouwen (6,3%) in de tbs-klinieken.
Wetgeving
De tbs-maatregel is in drie wetten vastgelegd: de Beginselenwet
verpleging terbeschikkinggestelden, het Wetboek van Strafrecht en
het Wetboek van Strafvordering.
De Beginselenwet tbs regelt de rechten en plichten van
terbeschikkinggestelden binnen de kliniek: de interne
rechtspositie. Het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van
Strafvordering regelen de externe rechtspositie, zoals de
oplegging van de maatregel, het aanvangstijdstip van de
behandeling en de verlengingsregeling.
Als iemand is veroordeeld tot een gevangenisstraf en tbs, begint
hij in principe na een derde van de straftijd aan zijn tbs. Als
hij is veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf, begint hij dus
doorgaans na drie jaar aan zijn tbs.
Verlof
Begeleid verlof
Terbeschikkinggestelden worden
niet van de éne dag op de andere weer in de maatschappij
geplaatst. Dat gaat geleidelijk, door hen steeds uitgebreider
verlof te verlenen. Als de behandelaars vinden dat het beter gaat
met de terbeschikkinggestelde, kunnen zij hem toestaan zijn
eerste stappen buiten de kliniek te zetten. Meestal is dat een
begeleid verlof van een paar uur: met een staflid kan de
terbeschikkinggestelde dan bijvoorbeeld zijn ouders thuis
bezoeken.
Het doel van de verloven is therapeutisch: hoe gaat de
terbeschikkinggestelde met zijn toegenomen vrijheid om? Verlof is
de eerste stap naar steeds meer eigen verantwoordelijkheid.
Goedkeuring
Verlof moet door de minister van Justitie vooraf worden
goedgekeurd. De behandelaars stellen een verlofplan voor. Pas als
de minister het maatschappelijk risico aanvaardbaar vindt, wordt
aan de inrichting een machtiging verleend voor een bepaald type
verlof (begeleid, onbegeleid, meerdaags).
Per jaar vinden er ongeveer 50.000 verloven plaats. Iedere
afweging wordt zeer zorgvuldig gemaakt, maar een enkele keer gaat
er tijdens een verlof toch iets mis. Tussen juni 2004 en juni
2005 is er 54 keer iemand ontsnapt tijdens een tbs-verlof. Dit
zou alleen te vermijden zijn, als verlof niet meer mogelijk zou
zijn. In dat geval zou de behandeling echter aanzienlijk worden
bemoeilijkt en misschien zelfs nooit slagen. Verlof is daarom een
wezenlijk onderdeel van de tbs-maatregel.
Van onbegeleid verlof naar proefverlof
Als in de behandeling voldoende vooruitgang is geboekt, mag de
terbeschikkinggestelde met onbegeleid verlof: hij mag dan
bijvoorbeeld een weekend alleen naar huis toe. Na dat verlof moet
hij zich weer melden bij de inrichting. Dat is een belangrijk
testmoment: houdt de terbeschikkinggestelde zich aan zijn
afspraken? Als dat zo is, kan het verlof verder worden
uitgebreid. Uiteindelijk kan de terbeschikkinggestelde
proefverlof krijgen.
Door proefverlof kan de terbeschikkinggestelde laten zien dat hij
zelfstandig of onder begeleiding in de maatschappij kan
functioneren.
Bron en meer informatie: Dienst Justitiële Inrichtingen