Toespraak minister Donner Conferentie Veelplegers

Kruimelpad

Inhoud pagina: Toespraak minister Donner Conferentie Veelplegers

Mogelijk verbaast het u om mij hier te zien en niet de Directeur Generaal mevrouw Mulock Houwer. Voor sommigen onder u moet dat zelfs een teleurstelling zijn. Mensen die met Margareth Thatcher denken: if you want anything said, ask a man. If you want anything done, ask a woman.

Maar juist vanwege dit wijze inzicht leek het mij juister om hier zelf vandaag te spreken, dan kan ik het management verder vandaag overlaten aan de Directeur Generaal. Met zoveel vrouwen onder de aanwezigen, ga ik er bovendien van uit dat de handen vandaag uit de mouwen gaan en er concrete resultaten gehaald zullen worden. Dat is nodig. De aanpak van veelplegers is immers te belangrijk om het bij woorden te laten. In het licht van mevrouw Thatcher is het alleen opvallend dat veelplegers doorgaans mannen zijn. Ik laat dit punt hier echter rusten.

Recidive is een groot probleem. 71% Van de veroordeelden recidiveert binnen 6 jaar na detentie. Voor de minderjarigen is het nog ernstiger: zo'n 76%. En als een deel van deze recidivisten die -misschien beperkt in aantal- verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor een groot aandeel in de geregistreerde criminaliteit, is een geïntensiveerde aanpak gerechtvaardigd.

Dat is ook de reden dat de aanpak van veelplegers een prominente plaats inneemt in het Veiligheidsprogramma. Alleen als we de veelplegersproblematiek daadwerkelijk aanpakken, kunnen we bereiken wat we ons hebben voorgenomen: Nederland de komende jaren veiliger maken.

Gaat dat lukken? In de meest recente cijfers is er sprake van een dalende lijn. De grote steden melden een gestage vermindering. Ook in de landelijke statistieken is die ontwikkeling waarneembaar. Vorig jaar namen de vermogensdelicten sterk af, dit jaar begonnen ook de geweldsdelicten te dalen. Die trend werd ook gesignaleerd in de laatse voortgangrapportage over het Veiligheidsprogramma. Die daling berust mede op de aanpak van de veelplegerscriminaliteit.

Wees gerust; ik sta me niet rijk te rekenen. Ik ben Nederlander en ken alle gezegden die we op dat terrein hebben. "Eerste gewin is kattengespin", "één zwaluw maakt nog geen zomer" en "prijs de dag niet voor het avond is", "geen ho roepen voor je over de brug bent", en ga zo maar door. Sterker nog. Ik ben niet tevreden. Er zullen nog veel meer initiatieven nodig zijn om de neerwaartse spiraal sterker te maken.

Dat alles neemt echter niet weg dat we met alle voorzichtigheid, mogen constateren, dat de intensieve aandacht in de afgelopen jaren voor deze veelplegers, vruchten lijkt af te werpen. Dat is bemoedigend. Het tegendeel zou een grote deceptie zijn, want er is veel gebeurd in de afgelopen jaren.

  • De nieuwe ISD-maatregel is van kracht geworden. De eerste veroordelingen zijn een feit.
  • Voor de veelplegers zijn er meer cellen beschikbaar gekomen en dat aantal zal nog groeien.
  • Het programma Terugdringen Recidive loopt (met het screeningsinstrument RISc en de inzet van effectie interventies).
  • De reclassering heeft specifiek voor veelplegers extra middelen gekregen en ook dat bedrag gaat omhoog.
  • Er zijn afspraken met burgemeesters en de VNG om de aansluiting van gemeenten op justitie -belangrijke voorwaarde voor de nazorg- goed te laten verlopen.
  • De grote steden kennen inmiddels samenwerkingsverbanden voor de veelplegersaanpak of ze worden op dit moment in de steigers gezet.

Kortom, het bruist en borrelt op vele fronten. Maar we zijn er nog lang niet. Zoals gezegd: over de hele linie zijn de recidivecijfers nog steeds zeer hoog. Dat moet veranderen en dat kan alleen als we daarbij intensief samenwerken.

Gelukkig hoeven we die boodschap niet meer uit te dragen. Die zit inmiddels bij iedereen wel tussen de oren. Lastiger is het om die samenwerking ook feitelijk te realiseren, om die keten van partners binnen en buiten justitie in de praktijk van alledag stevig aan elkaar te klinken.

Justitie, gemeenten, zorginstellingen: ze hebben stuk voor stuk hun eigen manier van doen, hun eigen jargon, hun eigen cultuur. En toch moeten ze met elkaar zaken doen, afspraken maken, hun werk op elkaar afstemmen. Elkaar overtuigen van de noodzaak om nu eens niet het eigen, plat getreden paadje af te lopen, maar bij elkaar over de schutting te kijken en -gezamenlijk- een andere weg in te slaan. Om zo naar resultaten toe te werken die je alleen met samenwerking kunt bereiken.

Samenwerken is in dit geval vooral een kwestie van geven, van delen, van informatie uitwisselen. Daar ontbrak het weleens aan. Onder andere omdat mensen dachten dat de privacywetgeving de uitwisseling van informatie tussen organisaties verbiedt. Dat is een misverstand en vandaag zult u te horen krijgen waarom dat zo is.

Er waren ook praktische bezwaren. Zoals systemen die niet op elkaar aansloten.

Ook dat obstakel is verwijderd. In samenwerking met de politie, reclassering, DJI, enkele gemeenten, de VNG en GGZ Nederland, is er een model ketendossier veelplegers tot stand gekomen. Dat bevat alles wat nodig is om in het casusoverleg tot een afgewogen oordeel te komen over welk traject in een bepaald geval het beste is. Aan het gebruik van dit ketendossier zitten voorwaarden. Dat wil zeggen: partijen dienen met elkaar af te spreken hoe en met welk doel zij de informatie-uitwisseling regelen, en hoe ze met de privacy van de betrokken personen omgaan. Die afspraak komt vast te liggen in een convenant. Er is nu een modelconvenant ontworpen dat past bij het model ketendossier veelplegers.

En dan is er een nieuwe site over de veelplegersaanpak. Die kunt u vanaf vandaag bereiken via de website van het Veiligheidsprogramma. Daar vindt u actuele informatie over veelplegers maar ook wettelijke regelingen, beleidsstukken, modellen, goede praktijkvoorbeelden, contactpersonen, veel gestelde vragen en dergelijke. Met andere woorden, ook langs electronische weg is het eenvoudiger geworden om informatie te delen.

Maar let wel, met uitwisseling van de informatie wordt de misdaad niet bestreden. Het is een middel om samenwerking mogelijk te maken. Samenwerking die nodig is om het verschijnel van de veelplegers nog effectiever aan te pakken. Want veelplegers laten zich niet door regels en programma's weerhouden. Wel door een feitelijke aanpak die criminaliteit niet meer de weg van de minste weerstand maak, en tegelijkertijd hun mogelijkheden in een wat aanvaardbaardere richting verruimt. We hebben te maken met mensen die om wat voor reden dan ook maar vaak door verslaving, onvoldoende wilskracht hebben om goede voornemens door te zetten; onvoldoende vertrouwen in eigen vermogen hebben om een nieuw perspectief op hun toekomst te krijgen; onvoldoende mogelijkheden hebben om wat ze wèl kunnen ook tot ontwikkeling te brengen. De oplossing is niet om dan maar voor mensen te gaan beslissen. Dan brengen we ze hooguit van de ene verslaving in de andere, de verslaving van de hulpverlening. Maar evenzeer geldt, dat zonder steun het niet zal gaan.

De uitdaging is, hoe kunnen we wat we al hebben beter benutten om mensen weer op de been te brengen. Dat vergt in de eerste plaats een andere kijk op vragen van repressie, preventie en recidive. Vermoedelijk zal er ook vandaag weer geklaagd worden dat er teveel zorg is voor repressie en te weinig voor preventie. Niets is minder waar. Beide gaan samen. Maar we hebben wel beide aspecten institutioneel van elkaar gescheiden. Daarom spreken we van nazorg na de penitentiaire fase, terwijl het om een geïntegreerde aanpak zou moeten gaan op basis van het uitgangspunt dat de taak met betrekking tot wie een misdrijf pleegt pas ophoudt, als hij zodanig weer in de samenleving staat dat hij niet in criminaliteit terugvalt. Dan schuiven preventie en repressie met betrokkene als focus in elkaar. Het vergt een andere werkwijze. Het vergt een duidelijk beeld van wie verantwoordelijk is voor de regie en het eindresultaat; het vergt een andere kijk op de rol van ieder van de betrokken instaties. En het vergt een aantal voorzieningen die de samenwerking mogelijk maken.

Dames en heren,

Ik zei aan het begin dat de veelplegerproblematiek te belangrijk is om het bij woorden te laten en dat de handen uit de mouwen moeten. We willen het praktisch houden en daarom wordt u vandaag en morgen aan het werk gezet. Het is niet voor niets een werkconferentie. Ik wens u daarbij veel inspiratie en creativiteit. Uiteindelijk bent u het die de samenwerking gestalte moet geven en resultaten moet behalen. Succes.

Maar ook mijn eigen bijdrage vandaag zal uit ietsje meer bestaan dan de woorden van deze toespraak. Ik heb hier het tastbare bewijs van een geslaagde samenwerking tussen ketenpartners: een CDrom met daarop het model ketendossier en het model convenant. Ik wil deze informatie ook praktisch met u delen. U krijgt er allemaal een. Maar het eerste exemplaar zou ik willen overhandigen aan de eerste burger van deze stad: mevrouw Brouwer. Mede als dank voor het welkom hier in deze stad.

(Bron: Justitie.nl)

Even geduld aub.
Naar boven
Verklaar Jargon
Jargon Verklaard
Geen vakjargon termen gevonden

Zoeken