9 juli 2008
In Nederland wordt flink gecontroleerd op alcohol in het verkeer. Alleen al de regionale verkeershandhavingteams hebben in 2008 ruim 700.000 blaastesten afgenomen. Daar komen ook nog de controles van het KLPD en de regiokorpsen bij. De controles hebben effect: al jaren lang neemt het aantal mensen dat niet drinkt en rijdt gelukkig toe.
Opsporing
Iedereen die wordt aangehouden voor een alcoholcontrole, is verplicht daaraan mee te werken. In eerste instantie wordt op straat een blaastest afgenomen, waarbij je gedurende de aangeven tijd in het apparaat moet blazen. Ben je nuchter, dan krijg je de P van Prima te zien. Maar geeft het apparaat aan dat er alcohol in het spel is (code A of F), dan moet je mee naar het bureau om na twintig minuten wachttijd te blazen op het ademanalyseapparaat. Dat apparaat registreert de alcoholwaarde nauwkeurig, uitgedrukt in ug/l. Bij het ademanalyseapparaat moet je twee geldige blaastesten afleggen. Kun je aannemelijk maken dat je om medische redenen niet kunt blazen (bijvoorbeeld met een doktersverklaring), dan doet de politie een bloedproef. Die bloedproef wordt afgenomen door een arts en de wachttijd voor een bloedproef bedraagt een uur. Een bloedproef vindt ook plaats als de ademanalyse mislukt is. Overigens moet je toestemming geven voor een bloedproef, maar bij weigering kun je er door de (hulp)officier van justitie alsnog toe gedwongen worden. Is een bloedonderzoek om medische redenen ongewenst, dan vindt een urineonderzoek plaats.