9 juli 2008
Bij sommige medicijnen is het overduidelijk dat je bij het gebruik ervan niet achter het stuur moet kruipen - de waarschuwing op de gele sticker is opvallend genoeg. Maar er zijn ook heel wat andere medicijnen die (soms alleen bij hoge doseringen) de rijvaardigheid verminderen. Volgens de wet is het verboden om onder invloed van zo'n stof een voertuig te besturen. Met een bloedproef kan onderzocht worden of een bestuurder geneesmiddelen in het bloed heeft die de rijvaardigheid negatief beïnvloeden.
Onder invloed?
In het algemeen mag gesteld worden dat medicijnen die specifiek gericht zijn op gedragsverandering, vrijwel altijd invloed hebben op de rijvaardigheid. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om slaap- en kalmeringsmiddelen, angstremmende middelen en medicijnen tegen epilepsie en psychische stoornissen (o.a. Prozac, Rittalin). Daarnaast zijn er medicijnen met een bijwerking op het menselijk gedrag, zoals pijnstillers en middelen tegen hoest, reisziekte en hooikoorts. Het gaat hierbij om ogenschijnlijk 'onschuldige' medicijnen die meestal zonder recept aangeschaft kunnen worden, maar toch kunnen ze de rijvaardigheid wel degelijk negatief beïnvloeden. Dat geldt bijvoorbeeld voor een hoge dosering Ibuprofen of een andere pijnstiller op basis van codeïne (verslechtert het reactievermogen), maar ook voor het anti-reisziektemiddelCyclizine of hoestdrankjes op basis van noscapine (meer slingeren, grotere stuurfouten). Bijwerkingen op het reactievermogen of de rijvaardigheid zal de fabrikant in de bijsluiter vermelden. Wie een geneesmiddel gebruikt, wordt geacht het etiket en de bijsluiter te hebben gelezen en kan dus weten of het medicijn de rijvaardigheid negatief kan beïnvloeden.
Meer informatie
Het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik heeft een site met uitgebreide informatie over medicijnen en verkeer. 