31 december 2009
Door rood rijden is één van de vijf speerpunten waarop de politie extra controleert. Nog even een stoplichtje pakken kan namelijk dramatische gevolgen hebben. Verkeerslichten staan op gevaarlijke of drukke kruisingen en zijn strak ingeregeld om het verkeer zo vlot mogelijk door te laten stromen. Doorrijders die het gaspedaal wat dieper intrappen om nét door rood te schieten, lopen het risico om geconfronteerd te worden met bestuurders die nietsvermoedend bij groen licht optrekken. Gaat het mis, dan levert het niet alleen de bekende beelden op van totaal verwrongen autowrakken, maar vaak ook (zwaar)gewonde verkeersdeelnemers. En worden fietsers of voetgangers aangereden, dan is het leed helemaal niet te overzien.
Minder doorrijders
Gelukkig stoppen vrijwel alle weggebruikers wél gewoon voor het rode licht. En op kruisingen waar vaak gesmokkeld wordt, vormen roodlichtcontroles een goede remedie. Ook roodlichtcamera's zijn effectief: hangt er eenmaal zo'n camera, dan daalt het aantal doorrijders tot minder dan 1%. Niettemin is het verstandig om ook bij groen licht altijd goed te kijken of de kruising inderdaad vrij is.