Snelheidscontroles zijn een veelbesproken onderwerp. Om te voorkomen dat mensen bekeurd worden voor een paar kilometer te hard rijden, werkt de politie met een meetcorrectie op de snelheidsmeting. Daarnaast is er een ondergrens bij bekeuren.
Meetcorrectie
Het Nederlands Meetinstituut ijkt alle apparatuur. Om met 100% zekerheid te kunnen garanderen dat iemand te hard heeft gereden, trekt de politie van de gemeten snelheid een paar kilometer af. De meetcorrecties zijn:
- bij minder dan 100 km/u: 3 kilometer meetcorrectie
- bij meer dan 100 km/u: 3 procent meetcorrectie
Ondergrens voor bekeuren
Op de meeste wegen geldt een ondergrens van 4 km/u voordat wordt bekeurd. Alleen op autosnelwegen waar 130 is toegestaan, is geen ondergrens en wordt vanaf 1 km/u bekeurd.
Voorbeelden
- Snelheid minder dan 100 km/u
Een automobilist rijdt op een 80-km weg 87 km/u volgens de meetapparatuur. De politie trekt hiervan 3 km meetcorrectie af. De automobilist krijgt een bekeuring voor 4 km/u te hard rijden. Had de automobilist 1 km/u minder hard gereden, dan was hij niet bekeurd vanwege de ondergrens. - Snelheid vanaf 100 km/u
Bij een andere automobilist die op een 120-km weg rijdt, meet de apparatuur 128 km/u. De politie corrigeert de snelheidsmeting met 4 km (3% van 128). De automobilist wordt bekeurd voor 4 km te hard rijden. - Snelheid bij 130 km/u limiet
Een automobilist rijdt op een 130-km weg 136 km/u volgens de meetapparatuur. De politie trekt hiervan 5 km meetcorrectie af (3% van 136). Deze automobilist krijgt een bekeuring voor 1 km/u te hard rijden.