31 december 2009
Trajectcontrole wordt gebruikt om snelheden te meten en overtreders te bekeuren. Kenmerkend is dat de snelheid niet op één punt wordt gemeten, maar dat het om de gemiddelde snelheid over een langere afstand gaat. Trajectcontrole werkt in principe zeven dagen per week, 24 uur per dag.
Weggebruikers blijken zich met trajectcontrole goed aan de snelheidslimiet te houden. Op trajecten waar aanvankelijk vaak de snelheid werd overschreden, is het overtredingspercentage teruggebracht naar minder dan één procent. Trajectcontrole komt de verkeersveiligheid, de doorstroming van het verkeer en het milieu ten goede. Op dit moment zijn 11 systemen operationeel.
Bij trajectcontrole hangen camera's op verschillende punten langs de weg, die opnames maken van ieder passerend voertuig. Met deze beelden berekent een computer de gemiddelde snelheid. Ligt die hoger dan de maximumsnelheid, dan krijgt de weggebruiker een bekeuring thuis gestuurd. Trajectcontrole is niet bedoeld als vervanging van de flitspalen, maar is een aanvulling op de bestaande controlemethoden (flitspalen, lasergun, mobiele radarapparatuur, videosurveillance etc.). Sommige trajectencontrolesystemen zijn vanwege de wegindeling (door op- en afritten) opgedeeld in meerdere delen, ook wel secties genaamd. In iedere sectie wordt daar de snelheid gemeten.
Inmiddels zijn in Nederland 11 trajectcontrolesystemen actief: