FAQ verkeersveiligheid

Kruimelpad

Inhoud pagina: FAQ verkeersveiligheid

Bij een ongeval mag de politie het deel IA van het kentekenbewijs innemen, omdat het voertuig niet meer voldoet aan de gestelde technische eisen voor gebruik op de weg. Een dergelijke procedure betekent echter niet dat de voertuiggebonden verplichtingen vervallen. Aangezien u het deel IB en deel II van het kentekenbewijs nog in uw bezit heeft, dient u de geldigheid van het kenteken te laten schorsen.

Een nieuwe benzineauto moet voor het eerst worden gekeurd na vier jaar, daarna eens per twee jaar en na acht jaar jaarlijks. Hierbij gaat het om personenauto's en lichte bestelauto's die rijden op benzine. Voor oldtimers geldt een minder streng regime: personenauto's van dertig jaar of ouder hoeven nog maar eens per twee jaar te worden gekeurd en wagens van voor 1960 niet meer. Voor auto's die op diesel of LPG rijden is per 1 januari 2008 niets veranderd aan de APK-frequentie. In onderstaande tabel staat deze informatie nog eens samengevat:

Personenautos en lichte bedrijfsvoertuigen (<3.500 kg)BrandstofWanneer keuren?
Benzine en/of elektromotorEerste APK na 4 jaar, daarna eens per 2 jaar
en als de auto 8 jaar of ouder is, jaarlijks
Diesel, gas of andersEerste APK na 3 jaar, daarna jaarlijks
(evt. in combinatie met elektrisch)
Datum eerste toelating na 1 januari 2005Alle
Datum eerste toelating vr 1 januari 2005AlleEerste APK na 3 jaar, daarna jaarlijks
Voertuig 30 jaar of ouderAlleEens per 2 jaar
Datum eerste toelating vr 1 januari 1960AlleGeen APK-plicht



In dit geval kunt u de geldigheid van het kenteken laten schorsen. Let op: het voertuig mag zich niet op de openbare weg bevinden als het kenteken is geschorst.

Dat kan kloppen. Tegenwoordig verstuurt de RDW (ipv de garage) een herinneringsbrief. Aan deze brief kunnen echter geen rechten worden ontleend. U bent dus zelf verantwoordelijk voor het op tijd laten keuren van uw voertuig.

Wilt u weten wanneer u weer een APK moet laten uitvoeren, kijk dan op de site van de RDW voor een online APK-check.

Alles wat wel en niet mag met snelheidscontroles is vastgelegd in de Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers

Verkeersdeelnemers kunnen bij een systeem met meerdere secties nooit meer dan één bekeuring krijgen. Alleen voor de hoogste overtreding wordt een bekeuring opgelegd. Het blijft dus zaak over het hele traject de maximaal toegestane limiet aan te houden.

Het komt inderdaad niet erg sociaal over. Achtergrond van deze "uitzondering op de uitzondering" is dat zo wordt voorkomen dat bestuurders die (alleen) hun eigen kinderen vervoeren zonder een kinderzitje te gebruiken dit rechtvaardigen met de stelling dat het slechts een korte rit over beperkte afstand betreft. Verder is er niets op tegen als de ouders van de andere kinderen voor hen een kinderzitje aanleveren.

Nee. Trajectcontrole is geen vervanging van de flitspalen. Het is een aanvullend instrument voor snelheidshandhaving. Wellicht dat op termijn op sommige plaatsen de flitspaal plaatsmaakt voor een trajectcontrolesysteem. Niet elke weg leent zich voor trajectcontrole (kruisend verkeer, veel bochten) en sommige verkeersonveilige situaties worden ter plaatse met een paal beveiligd (bijvoorbeeld een roodlichtcamera op kruispunten).

Ja, ook voor de passagier achterop een motor (of brommer) geldt de helmplicht. Overigens moeten er voor de passagier voetstepjes aanwezig zijn.

Nee, dat is in Nederland niet verplicht. In Spanje, Italië en Portugal echter wel.

Nee, het mag wel, maar is niet verplicht voor caravans tot 750 kg.

Nee, het mag wel, maar is niet verplicht voor caravans tot 750 kg.

Als iemand op straat de blaastest weigert en er is toch voldoende verdenking dat men alcohol heeft genuttigd, dan kan de politie bevelen mee te werken aan de ademanalyse op het bureau. Als men dan weigert om mee te werken of de ademanalyse zodanig saboteert dat er geen uitslag komt terwijl er geen medische redenen zijn om niet mee te kunnen werken, maakt men zich schuldig aan een verkeersmisdrijf. Hierop staan hoge straffen en het rijbewijs kan meteen worden ingevorderd.

Ja, in de meeste gevallen wel. Mistlichten en (zij) markeringslichten zijn verplicht voor caravans en aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kilogram. Voor zwaardere aanhangwagens en caravans die in gebruik zijn genomen na 31 december 1997 geldt de verplichting al langer. De politie controleert hierop tijdens de reguliere controles.

Uitzonderingen
Er zijn uitzonderingen: zware caravans of aanhangwagens - met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg - die vóór 1 januari 1998 in gebruik zijn genomen, zijn niet verplicht om mistachterlichten te hebben. Caravans of aanhangwagens met een toegestane maximummassa van 750 kg of minder - zijn niet verplicht om mistverlichting te hebben als het trekkend voertuig geen mistverlichting heeft. Fietslastdragers op de trekhaak hoeven geen mistlichten te hebben. Overigens blijft de regel van kracht dat mistverlichting alleen aangezet mag worden bij een zicht van 50 meter of minder.

Ja, in de meeste gevallen wel. Er is één uitzondering: caravans of aanhangwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg die vóór 31 december 1997 in gebruik zijn genomen, zijn niet verplicht om mistachterlichten aanwezig te hebben.

Voor oldtimercaravans geldt geen uitzondering op deze regel. Fietslastdragers op de trekhaak hoeven geen mistachterlichten aanwezig te hebben.

Ja, in de meeste gevallen wel. Mistlichten zijn verplicht voor caravans en aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kilogram. Voor zwaardere aanhangwagens en caravans die in gebruik zijn genomen na 31 december 1997 geldt de verplichting al langer. De politie controleert hierop tijdens de reguliere controles. Overigens zijn (zij) markeringslichten ook verplicht, maat alleen voor aanhangers langer dan 6 meter.

Uitzonderingen
Er zijn uitzonderingen: zware caravans of aanhangwagens - met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg - die vóór 1 januari 1998 in gebruik zijn genomen, zijn niet verplicht om mistachterlichten te hebben. Caravans of aanhangwagens met een toegestane maximummassa van 750 kg of minder - zijn niet verplicht om mistverlichting te hebben als het trekkend voertuig geen mistverlichting heeft. Fietslastdragers op de trekhaak hoeven geen mistlichten te hebben. Overigens blijft de regel van kracht dat mistverlichting alleen aangezet mag worden bij een zicht van 50 meter of minder.

Nee, er bestaat geen coulanceregeling voor de zogenaamde ' broodrijders'. De mogelijkheid tot het indienen van een klaagschrift bij de rechtbank bestaat wel.

Bij verkeersovertredingen die onder de wet Mulder vallen (de lichtere overtredingen) behoort de CJIB-beschikking in principe binnen 4 maanden op de mat te liggen. Gaat het om een huurauto, dan moet de CJIB-envelop binnen 8 maanden ontvangen zijn. Er zijn situaties waarbij deze termijnen overschreden mogen worden, bijvoorbeeld bij tussentijdse verhuizingen of andere omstandigheden waardoor het langer duurt om de bestuurder/kentekenhouder te bereiken.

Bij overschrijding van deze termijnen is een beroep bij de Officier van Justitie aan te raden. Bij verkeersovertredingen die onder het strafrecht vallen, geldt een formele verjaringstermijn van twee jaar.

Ja, er bestaat de mogelijkheid om binnen zes weken schriftelijk beroep in te stellen bij de kantonrechter. Op de zitting van de kantonrechter krijgen de indiener en het Openbaar Ministerie de mogelijkheid hun zienswijze nader toe te lichten. De procedure hiervoor staat ook vermeld op de achterzijde van de acceptgiro. Overigens moet bij een beroep bij de kantonrechter het sanctiebedrag wél betaald worden. Dat is een zekerheidsstelling. Als de rechter uw beroep gegrond verklaart, krijgt u dat geld weer terug. Zonder zekerheidsstelling zal de rechter het beroep niet ontvankelijk verklaren.

Ja. Net als bij alle andere vormen van snelheidscontroles, krijgen weggebruikers bij trajectcontrole een bekeuring als zij 7 km/uur of meer (limieten tot 100 km/uur) of 8 km/uur of meer (limieten boven 100 km/uur) te hard rijden. Bij het vaststellen van de boete wordt standaard een meetcorrectie toegepast. Bij een gemeten snelheid van minder dan 100 km/uur bedraagt de correctie 3 kilometer; bij een snelheid van meer dan 100 km/uur is het 3% van de gemeten snelheid. Op de acceptgiro staat zowel de gemeten als de gecorrigeerde snelheid vermeld.

Ja, dat geldt voor alle rijbewijzen. De maatregel beginnende bestuurders geldt voor iedereen die op of na 30 maart 2002 voor het eerst een rijbewijs heeft gehaald, het maakt niet uit voor welke categorie. Voor wie meerdere rijbewijzen heeft (bijvoorbeeld voor de auto en voor de motor) geldt de datum van afgifte van het eerste rijbewijs. Ook voor weggebruikers die hun buitenlandse rijbewijs naar een Nederlands rijbewijs hebben laten omzetten, geldt de afgiftedatum van het eerste (=buitenlandse) rijbewijs.

Nee. Met rijbewijs B mogen alle aanhangers met een toegestane maximum massa van 750 kg of minder getrokken worden. Is die maximum toegestane massa meer dan 750 kg, dan is rijbewijs BE niet altijd noodzakelijk. Als de toegestane maximum massa van de aanhanger niet meer bedraagt dan de ledige massa van het trekkend motorrijtuig, en als de totale toegestane massa van auto en aanhanger samen niet meer dan 3500 kg is, volstaat rijbewijs B.

Als de waterscooter of boot sneller kan dan 20 km/u, dan heb is vaarbewijs 1 vereist. Hiermee heb je toegang tot de meeste binnenwateren. De waterscooter moet ook geregistreerd worden bij de RDW.

Er is niet zozeer sprake van meer strepen, maar wel van andere strepen. Voorbeelden hiervan zijn de doorbroken zijlijnen (kantmarkeringen) en de groene streep op het midden van de weg. Het doel van de strepen is om aan te geven hoe hard er gereden mag worden. Ander doel is om de weg optisch smaller te maken waardoor er minder hard wordt gereden. Een ander voorbeeld zijn kruisingen: deze krijgen in sommige gemeenten een kleurtje (groen of rood) zodat het kruisingsvlak beter opvalt.

Het CJIB is tijdens kantooruren te bereiken via (058) 215 95 55. Of kijk op www.cjib.nl.

Handheld bellen is een strafbaar feit, waarop een boete van € 160,- staat, als de telefoon wordt vastgehouden tijdens het rijden in de auto. Het boetebedrag voor het handheld bellen op de brommer bedraagt € 110,-.

Rijden onder invloed is een misdrijf. De straffen voor rijden onder invloed variëren van een geldboete van tenminste €120,- (brom- en snorfiets) tot enkele jaren gevangenisstraf. Ook kan een rijverbod opgelegd worden en kan de rechter de rijbevoegdheid ontzeggen voor max. 5 jaar (10 jaar bij recidive).

Er is een verschil gemaakt tussen de boetes/straffen voor beginnend bestuurders en die van meer ervaren bestuurders: klik hier voor de geldende tarieven.

De politie in de plaats waar de overtreding is geconstateerd kan nadere informatie geven over hoe de overtreding is geconstateerd. Dit staat vermeld op de CJIB-beschikking onder het kopje "Geconstateerd door".

Als daar de KLPD Verkeerspolitie Driebergen vermeld staat, is de overtreding begaan op de snelweg.

Bij het rijbewijs moet de zaak binnen een half jaar voor de rechter zijn aangebracht. Bij het voertuig wordt de zaak versneld aangebracht omdat deze een aanzienlijke waarde heeft. Maar hoe lang een en ander duurt, is afhankelijk van de overige zaken op de rechtbanken.

De politie mag de brom/snorfiets tijdelijk vasthouden om een controle op de rollenbank uit te voeren. De wet zegt dat de politie bevoegd is 'zich te vergewissen van de naleving van de bij of krachtens deze wet vastgestelde voorschriften en zo nodig een voertuig ten aanzien waarvan zij een onderzoek wensen in te stellen, naar een nabij gelegen plaats te voeren of te doen voeren'.

De bestuurder van het betreffende voertuig is verplicht om medewerking te verlenen aan dat onderzoek. Dat staat in de Wegenverkeerswet, artikel 160, lid 4. In de wet staat overigens geen maximumtermijn genoemd. Wel heeft de Nationale Ombudsman ooit een redelijke termijn genoemd van 24-uur, maar als de bromfiets op vrijdag wordt meegenomen en vervolgens de maandag daarop weer wordt vrijgegeven valt dit binnen deze termijn. Een strikte regel is het echter niet. Als de bromfiets niet binnen 24 uur kan worden teruggegeven, zal deze in beslag worden genomen. De Officier van Justitie zal dan een beslissing nemen of en wanneer deze wordt teruggegeven.

Voor meer informatie over rollenbanktests: zie het gelijknamige dossier.

Wie binnen 5 jaar tijd 3 punten krijgt, wordt geconfronteerd met een schorsing van het rijbewijs. Een punt wordt behaald als de bestuurder een bepaalde zware verkeersovertreding begaat. Wanneer het rijbewijs geschorst is, moet de beginnend bestuurder een rijproef en een theorieproef bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) afleggen. Als hij of zij het onderzoek weigert of voor een proef zakt, wordt het rijbewijs ongeldig verklaard en moet het rijexamen opnieuw afgelegd worden.

Bij trajectcontrole hangen camera's op verschillende punten langs de weg, die opnames maken van ieder passerend voertuig. Met deze beelden berekent een computer de gemiddelde snelheid. Ligt die hoger dan de maximumsnelheid, dan krijgt de weggebruiker een bekeuring thuis gestuurd. Als het systeem is ingeschakeld, is de pakkans 100%. Trajectcontrole is niet bedoeld als vervanging van de flitspalen, maar is een aanvulling op de bestaande controlemethoden ( flitspalen, lasergun, mobiele radarapparatuur, videosurveillance etc.).

Vanaf 1 januari 2007 moeten alle brom- en snorfietsen op de Nederlandse weg ook een eigen kentekenplaat voeren. Op dit moment voeren verzekerde brom- en snorfietsen nog een (geel) verzekeringsplaatje. Vanaf het moment dat de eigenaar het nieuwe kentekenbewijs ontvangt, verliest het oude verzekeringsplaatje zijn geldigheid en moet de bromfiets een eigen kentekenplaat voeren. Ook de oranje en gele plaatjes op het voorspatbord van de brom- of snorfiets zijn vanaf dat moment niet meer noodzakelijk. De verzekeringsplaatjes van kentekenplichtige bromfietsen die per 1 januari 2007 geen kenteken hebben, verliezen sowieso per 1 januari 2007 hun geldigheid.

Zowel voor bromfietsen als voor snorfietsen wordt een nieuwe kentekenplaat gentroduceerd. Voor beide bestaat een staand model van 10 bij 17,5 cm en een liggend model van 14,5 bij 12,5 cm. De afmetingen zijn zo gekozen dat de plaat in de meeste gevallen op het achterspatbord past. Ook bevatten beide platen verschillende veiligheidskenmerken die fraude met de kentekenplaat tegengaan. Bromfietsen krijgen één gele retroreflectieve kentekenplaat met zwarte tekens, snorfietsen één lichtblauwe kentekenplaat met witte tekens. Dit kleurverschil zorgt voor een goed onderscheid tussen brom- en snorfiets. Het is niet mogelijk om voor historische brom- en snorfietsen een historische kentekenplaat aan te vragen.

Kijk voor meer (praktische) informatie op www.ishetgeenplaatje.nl.

Bron: www.rdw.nl

De nieuwe kentekendocumenten zien er hetzelfde uit als die van personenauto's en bevatten grotendeels dezelfde gegevens. Het deel IA (voertuigbewijs) vermeldt de technische gegevens van de brom- en snorfiets. Op het deel IB (tenaamstellingsbewijs) worden naam- en adresgegevens van de eigenaar/houder vermeld. Daarnaast wordt op deel IB onder andere vastgelegd op welke datum de bromfiets is tenaamgesteld. Het tenaamstellingsbewijs is geheel gelijk aan die van personenauto's. Deel II (overschrijvingsbewijs) tenslotte is nodig bij de overdracht van een voertuig, zoals bijvoorbeeld in geval van verkoop.

Naast het reguliere kentekenbewijs zal de RDW ook andere kentekenbewijzen voor brom- en snorfietsen uitgeven, zoals het handelaarskentekenbewijs, het exportkentekenbewijs, het zevendaags kentekenbewijs en het kentekenbewijs voor weging en onderzoek (ook wel eendaags kentekenbewijs genoemd).

Voor iedere personenauto, aanhanger en vrachtwagen is een toegestane maximum massa vastgesteld. Dat staat vermeld in het kentekenbewijs of (bij vrachtwagens) in het kentekenregister van de oplegger. Weegt het voertuig meer, dan is er sprake van overbelading en dat is strafbaar. Ook zijn er grenzen voor de aslast en koppelingsdruk die niet overschreden mogen worden.

En van de redenen om overbelading aan te pakken is dat het invloed heeft op de remvertraging en dus op de verkeersveiligheid. Daarnaast veroorzaakt overbelading veel schade aan het wegdek en is het in het beroepsgoederenvervoer een vorm van concurrentievervalsing.

Voor informatie over de boetes van overbelading: boetebase overbelading

Weggebruikers die zich aan de snelheidslimiet houden, hebben niets te vrezen: de computer bewaart alleen de opnames van voertuigen die te hard hebben gereden. De volgende stappen zijn precies hetzelfde als bij bijvoorbeeld flitspaalbekeuringen: de gegevens worden automatisch doorgestuurd en de kentekenhouder krijgt een bekeuring van het CJIB. De privacy is dus niet meer of minder in het geding dan bij andere snelheidscontroles.

Bromfietsen mogen in de nabijheid van de uitmonding van het uitlaatsysteem geen hoger geluidsniveau kunnen produceren dan 97 decibel. Voor snorfietsen is dit geluidsniveau bepaald op 90 decibel of de waarde op het kentekenbewijs + 2 decibel.

Ja. Het systeem houdt inderdaad rekening met de maximumsnelheid op de matrixborden. Als ze tussentijds aan- of uitspringen of veranderen, houdt het systeem een 'pardontijd' aan en wordt de op dat moment hoogst geldende snelheidslimiet aangehouden, om niemand te benadelen en weggebruikers de tijd te geven om rustig hun snelheid aan te passen.

Bij trajectcontrole wordt op verschillende plekken van ieder passerend voertuig een opname gemaakt. Met deze beelden berekent een computer de gemiddelde snelheid. Wanneer men zich aan de maximumsnelheid heeft gehouden, worden de opnames direct gewist. In dat geval wordt een voertuig wel geflitst, maar volgt er geen bon. Bij hardrijders worden de opname niet gewist, en krijgt hij/zij dus wel een bekeuring op de mat.

Mensen die het niet eens zijn met een beschikking, kunnen beroep instellen bij de officier van justitie. Op de achterkant van de brief van het CJIB staat beschreven hoe dat moet. In afwachting van het oordeel van de Officier van Justitie hoeft de boete nog niet betaald te worden.

Beroep instellen kan overigens alleen als het gaat om relatief lichte verkeersovertredingen, de zg. Mulder-gedragingen. Op de brief van het CJIB staat dan een grote M in de rechterbovenhoek. Tegen een politie- of OM-transactie is beroep niet mogelijk. Wel kunt u die zaak voor de rechter laten komen.

Doe de bezwaartest.

Een kind dat kleiner is dan 1.35m moet in ieder geval in een kinderzitje. Als dat achterin niet kan worden aangebracht en voorin wel, dan moet dit kind voorin zitten.

In de meeste gevallen kan het gaan om twee verschillende brieven: een waarschuwingsbrief (bij nieuwe auto's) en een vorderingsbrief. Beide brieven melden dat uit controle gebleken is dat het voertuig niet verzekerd is en dat u in de gelegenheid gesteld wordt om aan te tonen dat dit wél het geval was. Dit doet u met een verklaring ("verklaring ingevolge artikel 34 van de WAM") die uw verzekeringsmaatschappij voor u kan versturen. Neem dus direct contact met hen op. Was uw voertuig inderdaad onverzekerd, dan ontvangt u korte tijd later een schikkingsvoorstel van het Centraal Justitieel Incasso Bureau ( CJIB). Meer informatie over deze procedure vindt u in de brief en op de website van het RDW.

Kinderen onder de 1,35 meter mogen niet meer zonder kinderzitje vervoerd worden, behalve in een aantal specifiek genoemde uitzonderingsgevallen. Het vervoeren van zes personen in een auto met vier of vijf zitplaatsen is in dat verband dus problematisch. In een auto met gordels op alle zitplaatsen waarin al die zitplaatsen bezet zijn, mogen tot 1 mei 2008 nog passagiers worden vervoerd zonder een gordel te dragen, maar alleen als zij ten minste 1,35 meter lang zijn. Er is overigens tegenwoordig een scala aan autos verkrijgbaar met een derde rij zitplaatsen.

Voor een derde bank gelden geen andere regels dan voor een tweede bank.

Nee, een OM-transactie/schikking wordt uitgereikt om strafvervolging te voorkomen. Beroep is niet mogelijk; wel bestaat de mogelijkheid om de zaak voor te laten komen bij de rechter.

De dodehoekspiegel is sinds 1 januari 2003 verplicht voor alle vrachtwagens met een Nederlands kenteken. Er staat niet alleen een forse boete op (tarief per 1 april 2008 € 300,-), ook worden vrachtauto's zonder dodehoekspiegel of -camera afgekeurd bij de APK.

Ook buitenlandse auto's zonder dodehoekspiegel uit bijvoorbeeld drukke binnensteden te kunnen weren, hebben wegbeheerders de mogelijkheid gekregen om weggedeeltes af te sluiten voor vrachtautos zonder een dodehoekspiegel, door het plaatsen van een speciaal verkeersbord.

Op zich komen lijnen op de weg de verkeersveiligheid ten goede. Maar: het gevaar bestaat dat er een wildgroei komt en dat weggebruikers niet meer snappen wat wel en wat niet mag. Dit geldt niet alleen voor regels met betrekking tot inhalen maar ook voor de maximaal toegestane snelheid. Een bord met de snelheidslimiet maakt het voor iedere weggebruiker duidelijk hoe snel er mag worden gereden.

NB In de wet- en regelgeving (RVV 1990) zijn de borden wel aangemerkt als wegkenmerken die duidelijk maken hoe hard en mag worden gereden en belijning niet.

Dat is niet juist. Zij mogen verkocht en gebruikt worden.

Sommige automobilisten denken door het aanbrengen van een folie op het nummerbord op handige wijze een bekeuring voor een snelheidsovertreding te ontlopen. Deze folie werkt echter niet, net als de sprays die het kenteken onleesbaar zouden maken voor controles.

Overigens is het verboden om het lezen van kentekens te bemoeilijken. In de Wegenverkeerswet staat onder artikel 41 lid 1 aanhef dat het verboden is op een motorrijtuig of aanhangwagen enig teken of middel aan te brengen met het oogmerk de herkenning, daaronder begrepen de herkenning met behulp van technische voorzieningen, van het gevoerde kenteken te bemoeilijken. In hetzelfde artikel onder lid 1b wordt het rijden daarmee verboden. Overtreding hiervan is een misdrijf. Dat kan worden bestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van maximaal € 4.500,-.


Ja. De Hoge Raad heeft bepaald dat trajectcontrole een wettig meetmiddel is (HR 26/01/1999, nr.108591).

Nee, de twinnyload is een lastdrager in de zin van het Voertuigreglement en geen aanhangwagen. Voor de lastdrager heeft de wetgever in artikel 5.18.7 lid 1 onder e van het Voertuigreglement bepaald dat daarvoor geen verplichting van een mistlicht geldt.

Het doel van de streep is om de weg optisch smaller te maken waardoor er minder hard wordt gereden.Ook op wegen met een groen tussenstuk tussen doorgetrokken strepen mag niet worden ingehaald. Zijn de strepen langs het groene vlak doorbroken, dan mag wel worden ingehaald. De witte belijning bepaalt dus of er wel of niet mag worden ingehaald en niet het groene tussenstuk.

Taxi-chauffeurs hebben vanuit het reglement verkeersregels en verkeerstekens automatisch ontheffing van de gordelplicht op die momenten, als zij betalende klanten in de auto hebben. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft daar destijds toe besloten in verband met de grote hoeveelheid overvallen op taxi-chauffeurs. Met de gordel om heeft een taxi-chauffeur te weinig bewegingsvrijheid om zich tegen opdringerige klanten te kunnen verdedigen.

Het ministerie kan aan gewone bestuurders een ontheffing verlenen, maar doet dit alleen in gevallen van medische noodzaak. Als voorbeeld: een persoon met reuma in de handen die moeite heeft de gordel te (ont)sluiten. Dit kan reden zijn om een ontheffing te verlenen. Hier gaat overigens wel een medisch onderzoek aan vooraf.

Ja, dat kan tot 1 januari 2007, maar alleen als het voertuig een kenteken heeft. Historische solexen die als bromfiets gekentekend zijn, kunnen administratief worden omgezet naar snorfietsen. Het formulier hiervoor is op de website www.rdw.nl te downloaden. De administratieve procedure maakt het mogelijk om zonder een snelheidsmeting de maximum constructiesnelheid op het kentekenbewijs te verlagen naar 25 km/u. Sinds de invoering van het bromfietskenteken was die omzetting alleen mogelijk na een snelheidsmeting op een keuringsstation van de RDW. Van elk type solex heeft de RDW zelf al uit een aantal metingen vastgesteld dat de snelheid inderdaad aan de wettelijke normen van een snorfiets voldoet. De administratieve omzetting is een tijdelijke procedure die de RDW tot 1 januari 2007 aanbiedt. Overigens geldt de wetgeving ook voor andere bromfietsen met rolaandrijving en klassieke fietsen met hulpmotor.

Het aanpassen van de maximum constructiesnelheid kan pas gebeuren als het voertuig een kenteken heeft. Het is niet mogelijk om het verzoek al in te dienen voordat de eigenaar het kentekenbewijs in huis heeft. Ook alle eigenaren van historische solexen moeten via een schouwing bij een erkend schouwbedrijf en een kentekenaanvraag op het postkantoor een kenteken aanvragen. Eigenaren kunnen een speciaal voor deze procedure ontwikkeld aanvraagformulier opsturen naar de RDW. Het aanvraagformulier is te downloaden op www.rdw.nl. Kijk bij Voertuigeigenaar, Brommer, Aanpassen of restaureren, Constructiesnelheid historische solex administratief wijzigen.

Ja, dat kan bij bij trajectcontrolesystemen met meerdere secties. De kortste sectie waarover een gemiddelde snelheid wordt berekend is ruim 900 meter lang. Altijd nog een verschil met de zogenaamde ' puntmeting' waarbij een flitspaal de snelheid op één moment vastlegt.

Nee, ook het klemmen van een mobiele telefoon tussen hoofd en schouder valt onder 'vasthouden' en is dus verboden tijdens het rijden.

Ja, dat mag. Het belverbod richt zich op de daadwerkelijke bestuurder en dat is de leerling.

Nee, dat is niet toegestaan. Het gebruik van breed- en verstralers is verboden volgens artikel 41 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. (feitcodes R 456a en R456b).

Ook het gebruik van sierverlichting zoals neon, kleine blauwe lampjes etc. is verboden.

Nee, dat is niet toegestaan. De wetgever is heel helder wanneer het gaat om extra lichtjes en sierlampen: dit is onnodige verlichting en is niet toegestaan. Dit geldt voor neonverlichting, stroboscoopverlichting, etc. etc.

Ook afwijkende kleuren zijn niet toegestaan. Alle naar voren gerichte lichten moeten geel of wit zijn. Alle naar achter gerichte verlichting moet rood zijn. Alleen het achteruitrijdlicht mag geel of wit zijn. Onjuiste verlichting op het voertuig kan reden zijn voor afkeuring bij de APK.

Nee, dat mag niet. Het is niet toegestaan om op de weg of aan de weg, een voertuig, tent (of soortgelijk ander onderkomen) te gebruiken als slaapplaats (Plaatselijke Verordening, artikel 15 van de Wet op de Openluchtrecreatie). Ook als er een parkeerbord staat, waar men maximaal 24 uur mag parkeren, is dat niet toegestaan. Hier staat per persoon een boete van 90 euro op.

Dit mag indien de gekochte achterlichten voldoen aan de wettelijke eisen. U kunt deze eisen vinden op de website http://wetten.overheid.nl.
Het betreft artikel 5.2.51 tot en met 5.2.65 van het voertuigreglement.

Nee, dat is niet toegestaan. In het voertuigreglement (wat u kunt terug lezen op www.wetten.nl) staat het volgende bij artikel 5.2.65: "Personenauto's mogen, onverminderd het in de artikelen 29 en 30 van het RVV 1990 bepaalde inzake zwaai- en knipperlichten, niet zijn voorzien van meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 5.2.51 en 5.2.57 is voorgeschreven of toegestaan."

Ofwel, neon-verlichting is niet toegestaan.

Nee, dit is niet toegestaan. Alleen de achterruit mag voorzien zijn van een folie of coating, mits het voertuig beschikt over een rechterbuitenspiegel.

In het Voertuigreglement (artikel 5.2.42) staat het helder omschreven: de voorruit en de zijruiten van personenauto's mogen geen beschadigingen of verkleuringen vertonen en niet voorzien zijn van onnodige voorwerpen, die het uitzicht van de bestuurder belemmeren. Hierbij valt te denken aan folies die de lichtdoorlaatbaarheid beperken, aldus een nota van toelichting.

Ook coatings zijn niet toegestaan. Bij de toelating van motorvoertuigen (typegoedkeuring) wordt de beperking van de lichtdoorlaatbaarheid binnen zekere grenzen gehouden.

Nee, dat is niet toegestaan. Sinds 1 mei 2005 is een nieuw artikel van kracht waarin staat dat het verboden is personen te vervoeren in de open of gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets en in/op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets. Dit staat in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV), artikel 61b.

Indicatie van de boetes (per 1 januari 2010):

  • vervoer van personen in gesloten laadruimte: 90 euro
  • vervoer van personen in open laadruimte in/achter motorvoertuig: 160 euro
  • vervoer van personen in open laadruimte in/achter bromfiets: 110 euro

Nee, dat is niet toegestaan. Sinds 1 mei 2005 is een nieuw artikel van kracht waarin staat dat het verboden is personen te vervoeren in de open of gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets en in/op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets. Dit staat in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV), artikel 61b.

Indicatie van de boetes:

  • vervoer van personen in gesloten laadruimte: 90 euro
  • vervoer van personen in open laadruimte in/achter motorvoertuig: 150 euro
  • vervoer van personen in open laadruimte in/achter bromfiets: 100 euro

Nee, dat is niet toegestaan. Sinds 1 mei 2005 is een nieuw artikel van kracht waarin staat dat het verboden is personen te vervoeren in de open of gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets en in/op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets. Dit staat in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV), artikel 61b.

Indicatie van de boetes (per 1 april 2008):

  • vervoer van personen in gesloten laadruimte: 90 euro
  • vervoer van personen in open laadruimte in/achter motorvoertuig: 160 euro
  • vervoer van personen in open laadruimte in/achter bromfiets: 110 euro

Als gordels ontbreken, mogen deze alsnog worden aangebracht, mits dat oordeelkundig gebeurt; bijvoorbeeld door een erkend carrosseriebedrijf.

Nee, het verbod geldt ook voor brommobielen, omdat deze voertuigen de regels van motorvoertuigen volgen. Ook tijdens het rijden op een snorfiets is het niet toegestaan om met een mobiele telefoon te bellen of een mobiele telefoon in de hand te houden.

Als weggebruikers de maximumsnelheid met meer dan 50 km/u overschrijden, zal de politie bij staandehouding het rijbewijs invorderen. Als de bestuurder net rijbewijs niet bij zich heeft, is de politie bevoegd om de auto of motor in bewaring te stellen en mee te nemen naar het politiebureau totdat het rijbewijs wl ingeleverd wordt.

Nadat het rijbewijs is ingevorderd, wordt het toegezonden aan de Officier van Justitie. De Officier neemt binnen 10 dagen een beslissing over de duur van de inhouding. Als de officier besluit om het rijbewijs terug te geven, dan moet het rijbewijs altijd opgehaald worden - het wordt niet opgestuurd. In principe moet de verdachte het rijbewijs zelf ophalen, maar hij/zij kan ook iemand machtigen. Als er sprake is van recidive of als er ook ander gevaarlijk verkeersgedrag is vertoond, dan zal de officier waarschijnlijk besluiten om het rijbewijs niet terug te geven voordat de zitting plaatsvindt.

Bestuurders die voor het eerst een grote snelheidsoverschrijding begaan en die minder dan 70 km/uur te hard hebben gereden, krijgen een transactie aangeboden. Bestuurders die wel eerder meer dan 30 km/uur te hard hebben gereden (40 km/uur op autosnelwegen), moeten voor de rechter verschijnen. Dat geldt ook voor bestuurders die ander verkeersgevaarlijk gedrag hebben vertoond.

Dat is regelmatig terugkerend vervoer van dezelfde kinderen. Conclusie: er moeten zitjes gebruikt worden. Als dagelijks of wekelijks hetzelfde kind wordt vervoerd is dat niet incidenteel. De uitzonderingsmogelijkheid is in de regels opgenomen om bestuurders niet strafbaar te maken in gevallen waarin redelijkerwijze niet van hen verwacht kan worden dat ze voor het kind dat zij vervoeren een kinderzitje bij zich hebben. Bij regelmatig vervoer mag dat redelijkerwijze wel verwacht worden.

Ook aanhangwagens, caravans en ander 'getrokken materieel' moeten een eigen kentekenplaat hebben. Ook daar gelden nieuwe regels voor. Sinds 1 september 2003 moeten alle aanhangers met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kilo een eigen kenteken en een eigen kentekenplaat hebben. Lichtere aanhangers mogen de witte plaat met het kenteken van het trekkende voertuig blijven dragen, en dat geldt ook voor fietsendragers.

De meeste snelheidscontroles worden ingezet op plekken waar de verkeersveiligheid dat verlangt.

Overigens wordt meer dan de helft van de snelheidsovertreders bekeurd binnen de bebouwde kom. Op de provinciale wegen wordt ongeveer een kwart van het totale aantal snelheidsovertredingen geconstateerd. De autosnelwegen nemen het resterende kwart voor hun rekening. Het grootste deel daarvan betreft de wegvakken waar 90 of 100 kilometer per uur gereden mag worden. Nog geen tien procent van de snelheidsbekeuringen wordt uitgeschreven op de wegen waar een maximum van 120 kilometer per uur geldt. Uit ongevalscijfers blijkt dat 50 en 80 km-wegen het meest gevaarlijk zijn.

Het gaat niet om de boetes. Sterker nog: hoe minder boetes, hoe beter. Want dan houdt iedereen zich aan de snelheid en is de opzet geslaagd: veiliger verkeer en betere doorstroming door kleinere snelheidsverschillen tussen de weggebruikers, en minder milieuschade.

De kentekenplicht voor brom- en snorfietsen geldt voor alle bromfietsen in Nederland. Volgens de wet vallen ook alle snorfietsen, bromscooters, brommobielen en fietsen met hulpmotor onder de definitie van bromfiets. Onder deze definitie vallen voertuigen zoals de bromfiets, de bromscooter, de snorfiets, de bakbromfiets, de ijscobrommer, de melkkar, de bromfietsquad en de brommobiel. Als een eigenaar zijn bromfiets op de openbare weg gebruikt, dan is een eigen kentekenbewijs en kentekenplaat verplicht. In totaal zullen tussen de 450.000 en 500.000 brom- en snorfietsen een eigen kenteken krijgen.

Voertuigen die niet onder de kentekenplicht vallen, zijn:

  • Rijwielen met trapondersteuning die niet harder kunnen dan 25 kilometer per uur en waarbij gebruikers moeten blijven trappen voor aandrijving;
  • Motorrijtuigen die niet harder kunnen dan 6 kilometer per uur;
  • Gehandicaptenvoertuigen met een maximumsnelheid van 45 kilometer per uur die speciaal zijn ingericht voor gebruik door een iemand met een handicap en niet breder zijn dan 110 cm;
  • Motorrijtuigen met drie of vier wielen die voornamelijk zijn ontworpen voor gebruik buiten de wegen en voor vrijetijdsbesteding, zoals cross-trikes en gemotoriseerde golfkarretjes;
  • Motorrijtuigen die bestemd zijn om door een voetganger te worden meegevoerd.

Niet voor alle typen voertuigen is in de wetgeving exact bepaald of het voertuig kentekenplichtig is. Deze wetgeving wordt momenteel uitgewerkt. De hierboven opgenoemde opsomming is daarom niet compleet.

Kijk voor meer (praktische) informatie op www.ishetgeenplaatje.nl.

Bron: www.rdw.nl

Officieel kunt u in dit geval geen bezwaar maken omdat het hier om een strafzaak gaat. Indien u het niet eens bent met de boete, kunt u de zaak voor de rechter laten komen. In sommige gevallen kan het wel raadzaam zijn uw argumenten kenbaar te maken aan het OM. Op het transactievoorstel staat vermeld waar u terecht kunt met uw vragen.

In de meeste gevallen kan het gaan om twee verschillende brieven: een waarschuwingsbrief (bij nieuw tenaamgestelde auto's) en een vorderingsbrief. Beide brieven melden dat uit controle gebleken is dat het voertuig niet verzekerd is en dat u in de gelegenheid gesteld wordt om aan te tonen dat dit wél het geval was. Dit doet u met een verklaring ("verklaring ingevolge artikel 34 van de WAM") die uw verzekeringsmaatschappij voor u kan versturen. Neem dus direct contact met hen op. Was uw voertuig inderdaad onverzekerd, dan ontvangt u korte tijd later een schikkingsvoorstel van het Centraal Justitieel Incasso Bureau ( CJIB). Meer informatie over deze procedure vindt u in de brief en op de website van het RDW.

Indien u voorlopig niet met de auto gaat rijden, kunt u het kenteken schorsen. Anders dient u inderdaad het voertuig te verzekeren.

Naast het feit dat de politie controleert, wordt er bij de RDW ook gecontroleerd of een voertuig WA-verzekerd is. Dit gebeurt door twee bestanden te vergelijken. Dus ook als uw auto niet aan de weg staat, kan u een boete krijgen.

Ook voor aanhangwagens geldt de verplichte aansprakelijkheidsverzekering, maar in Nederland is het zo geregeld dat de aanhanger automatisch onder de verzekering van het trekkende voertuig valt.

Inmiddels zijn in Nederland 11 trajectcontrolesystemen actief (stand van zaken: augustus 2010)

  • A4 tussen Hoofddorp en Nieuw Vennep - maximum snelheid: 120 km/u;
  • A10 tussen Nieuwe Meer en Coentunnel (in beide richtingen) - maximum snelheid: 80 km/u;
  • A12 parallelrijbanen, tussen Oudenrijn en Lunetten (in beide richtingen) - maximum snelheid: 80 km/u;
  • A12 hoofdrijbaan, tussen Lunetten en De Meern (in beide richtingen) - maximum snelheid: 100 km/u;
  • A12 tussen De Meern en Woerden - maximum snelheid: 120 km/u;
  • A12 Utrechtsebaan, tussen Prins Clausplein en Den Haag (in beide richtingen) - maximum snelheid: 80 km/u;
  • A12 Arnhem/Velp, tussen knooppunt Velperbroek en knooppunt Waterberg (in beide richtingen) - maximum snelheid: 100 km/u;
  • A13 Overschie, tussen Berkel en Rodenrijs en Kleinpolderplein (in beide richtingen) - maximum snelheid: 80 km/u;
  • A20 tussen Kleinpolderplein en Terbregseplein (in beide richtingen) - maximum snelheid: 80 km/u;
  • Zeelandbrug (in beide richtingen) - maximum snelheid: 80 km/u;
  • Westerscheldetunnel (in beide richtingen) - maximum snelheid: 100 km/u.

 

Voor nadere informatie over de overtreding (of voor het bekijken van een foto) kunt u contact opnemen met de politie in de plaats waar de overtreding is geconstateerd. Op de beschikking wordt u verzocht dit te doen via het algemene politienummer (0900-8844).

Er bestaat de mogelijkheid om te zoeken in de databank van de SDU. Deze is in opdracht van de overheid is samengesteld. Het adres is www.wetten.nl. Hier vindt u o.a. het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV 1990) en de Wegenverkeerswet (WVW 1994).

In 30 km-zones waarin geen infrastructurele maatregelen zijn genomen, voert de politie alleen de 'normale' snelheidscontroles uit. Wegbeheerders kunnen er met drempels, bloembakken, bochten etc. voor zorgen dat het overgrote merendeel van de weggebruikers zich uit zichzelf aan de snelheidslimiet houdt. Wegbeheerders die 30-km-zones instellen zonder deze infrastructurele aanpassingen, hoeven niet op extra handhavingstoezicht te rekenen.

Het beginnersrijbewijs is er voor de verkeersveiligheid. De regeling moet tot vermindering leiden van het grote aantal ongevallen waarbij beginnend bestuurders zijn betrokken. De categorie 18-24 jarigen vormt in absolute aantallen ongeveer 8% van de totale bevolking. Hun aandeel in de ongevalstatistieken is echter bijna twee keer zo groot. Ruim 16% van de verkeersdoden valt in deze leeftijdscategorie en bijna 14% van de ziekenhuisgewonden. Relatief lopen jongeren dus een groot risico om in het verkeer bij een ongeluk betrokken te raken. In deze leeftijdscategorie zijn in totaal jaarlijks 180 dodelijke slachtoffers en 2.450 ziekenhuisgewonden te betreuren. Dit heeft veel te maken met de gevaarlijke combinatie van jeugdige overmoed en onervarenheid. Een groot aantal jongeren (vooral jongens) voelt zich in het verkeer onaantastbaar. Helaas wijzen de ongevalsstatistieken anders uit... Voor jonge mensen is het verkeer zelfs doodsoorzaak nummer 1. (Bron: AVV)

Omdat fietsen, gelet op hun geringe gewicht en de geringe snelheid die ermee wordt bereikt, aanzienlijk minder gevaar op de weg opleveren.

Dit heeft met de verkeerssituatie ter plaatse te maken. De reden is meestal dat er een aantal op- en afritten in het traject zijn.

Een eigen kentekenbewijs en kentekenplaat voor brom- en snorfietsen is een lang gekoesterde wens van overheid, politie, verzekeraars, fabrikanten en verkopers. Met de kentekenregistratie worden van alle Nederlandse brom- en snorfietsen de technische gegevens van het voertuig en de persoonsgegevens van de eigenaar/houder geregistreerd. Daarmee wil de overheid de verkeersveiligheid vergroten, criminaliteit beter aanpakken, de aansprakelijkheid duidelijk vaststellen en de verzekeringsplicht beter handhaafbaar maken. Veel Europese landen, zoals Duitsland, hebben ook een nationale kentekenregistratie.

Kijk voor meer (praktische) informatie op www.ishetgeenplaatje.nl.
Bron: www.rdw.nl

Anders ontstaat rechtsongelijkheid. Stel dat iemand met een noodvaart de eerste sectie inrijdt en de eerst afrit kiest, terwijl iemand anders met dezelfde snelheid de eerste sectie aflegt maar in de andere secties flink afremt. In dat geval is het logisch om beide bestuurders voor dezelfde overtreding te bekeuren.

Het voordeel van trajectcontrole is dat de snelheid niet op één punt wordt gemeten, maar dat het om de gemiddelde snelheid over een langere afstand gaat. Veel mensen vinden trajectcontrole om die reden eerlijker dan bijvoorbeeld meting met behulp van een flitspaal. Ander voordeel voor de weggebruiker is dat het verkeersbeeld rustiger wordt, doordat de onderlinge snelheidsverschillen kleiner worden. Met trajectcontrole kan zeven dagen per week en 24 uur per dag gecontroleerd worden. Er hoeven geen fotorolletjes gewisseld te worden en de verwerking van de bekeuringen verloopt vrijwel volledig geautomatiseerd.

De officier van justitie beslist in beginsel binnen 16 weken nadat het beroepschrift is ontvangen. Deze termijn kan met 8 weken worden verlengd. De beslissing wordt per brief meegedeeld.

Het is een enigszins rekbaar begrip, maar als dagelijks of wekelijks hetzelfde kind wordt vervoerd is dat niet incidenteel. De uitzonderingsmogelijkheid is in de regels opgenomen om bestuurders niet strafbaar te maken in gevallen waarin redelijkerwijze niet van hen verwacht kan worden dat ze voor het kind dat zij vervoeren een kinderzitje bij zich hebben. Bij regelmatig vervoer mag dat redelijkerwijze wel verwacht worden.

Sinds 30 maart 2002 is het verboden om tijdens het besturen van een motorvoertuig, bromfiets of invalidevoertuig een mobiele telefoon vast te houden. Handheld bellen op de fiets is niet verboden.

Bij de inwerkingtreding van het verbod is een uitgebreide voorlichtingscampagne gehouden. Ook in de meeste ons omringende landen is het verboden om tijdens het rijden een telefoon vast te houden.

De situaties waarin de politie het rijbewijs invordert zijn omschreven in artikel 164 van de Wegenverkeerswet. Deze situaties zijn:
- Bij een alcoholpromillage van meer dan 1.3
- Bij een snelheidsoverschrijding van 50 kilometer (of meer)
- Bij een weigering aan een alcoholonderzoek

Overigens, ook bij gevaar of hinder voor de veiligheid op de weg kan de politie het rijbewijs invorderen.

Een brom- of snorfiets kan inbeslag worden genomen als is geconstateerd dat de brom- of snorfiets meer dan 20 km/uur sneller kan rijden dan de snelheid die in het kentekenbewijs staat vermeld en deze overtreding door dezelfde verdachte voor de derde keer binnen twee jaar is begaan. Voor de meeste bromfietsen is dit het geval bij 65 km/uur (45 + 20 km/uur) en voor de meeste snorfietsen geldt dit bij 45 km/uur (25+20 km/uur). Aan de verdachte moet bij één van de 2 voorafgaande overtredingen een waarschuwingsbrief zijn uitgereikt of toegestuurd. In deze brief staat het beleid ten aanzien van inbeslagneming van brom- en snorfietsen. Een afschrift van de brief moet als bijlage bij het proces-verbaal worden gevoegd. Een gelijksoortige bepaling is opgenomen over de overschrijding van het maximum toegestane geluidsniveau.

Mistlampen aan de voorkant van de auto mogen alleen branden als het zicht ernstig wordt belemmerd door bij mist, sneeuwval of regen. Het mistachterlicht mag alleen gevoerd worden bij mist of sneeuwval waardoor het zicht minder is dan 50 meter. Bij zware regen mag het mistachterlicht dus niet gebruikt worden!

Dat is bepaald in artikel 34 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (feitcode R434 of R436).

De auto wordt in beslag genomen bij een overschrijding van 100% van de toegestane snelheid (of meer) en/of bij gevaar of hinder voor de veiligheid op de weg . De periode dat de auto in beslag genomen blijft, is afhankelijk van het oordeel van het lokale OM. Dit hangt af van de "staat van dienst" van de bestuurder.

De startdatum van de kentekenregistratie voor brom- en snorfietsen is 1 september 2005. Vanaf dat moment worden nieuwe brom- en snorfietsen alleen nog maar verkocht met kentekenbewijs en bijbehorende kentekenplaat. Donderdag 1 september 2005 is ook het startmoment voor de registratie van het bestaande park. Alle eigenaren kunnen vanaf dat moment hun brom- en snorfiets laten schouwen bij de erkende brom- en snorfietshandelaren, een kentekenbewijs aanvragen op het postkantoor en een kentekenplaat laten maken bij een erkende kentekenplaatfabrikant. De laatste dag dat het postkantoor nog een eerste aanvraag accepteert, is dinsdag 31 oktober 2006. Daarna kan een eerder gebruikte bromfiets enkel nog via een keuringsstation een kentekenbewijs krijgen na een keuring. Vanaf 1 januari 2007 is voor alle brom- en snorfietsen een eigen kentekenbewijs en kentekenplaat verplicht. De maanden november en december vormen een overgangsfase waarin de RDW openstaande aanvragen afhandelt.

Kijk voor meer (praktische) informatie op www.ishetgeenplaatje.nl.

Bron: www.rdw.nl

Is er sprake van een rijbewijs dat niet meer geldig is doordat het verlopen is, dan krijgt u een boete opgelegd van € 60,- of € 40,- in geval van brom- of snorfiets (feitcode K060b). Gaat het om het besturen van een motorrijtuig zonder rijbewijs voor de categorie waartoe dat motorrijtuig behoort ( feitcode K055), dan zal de Officier van Jusitie een hogere transactie opleggen. Wordt dit vergrijp binnen vier jaar nogmaals geconstateerd, dan volgt een dagvaarding en zal de officier een hogere boete en een voorwaardelijke gevangenisstraf eisen. Bij een derde overtreding binnen vier jaar wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geëist.

De wettelijke bepalingen over rijden zonder rijbewijs staan in artikel 107 van de Wegenverkeerswet. Meer informatie over het rijbewijs en de wet.

Is er sprake van een rijbewijs dat niet meer geldig is doordat het minder dan een jaar verlopen is, dan krijgt u een boete opgelegd van € 60,-. Is het rijbewijs langer dan een  jaar ongeldig of gaat het om het besturen van een motorrijtuig zonder rijbewijs voor de categorie waartoe dat motorrijtuig behoort, dan zal de Officier van Jusitie een transactie opleggen. Wordt dit vergrijp binnen vier jaar nogmaals geconstateerd, dan volgt een dagvaarding en zal de officier een geldboete en een voorwaardelijke hechtenis eisen. Bij een derde overtreding binnen vier jaar wordt een onvoorwaardelijke hechtenis geist.

De wettelijke bepalingen over rijden zonder rijbewijs staan in artikel 107 van de Wegenverkeerswet.

De recidiveregeling is van toepassing als een bestuurder nadat hij al eerder meer dan 30 km/u te hard hebt gereden (40 km/uur op autosnelwegen), binnen een jaar na afdoening van die eerste zaak nogmaals meer dan 30 (40) km/uur te hard rijdt. Het OM biedt dan geen transactie meer aan. De verdachte moet voor de kantonrechter verschijnen. In zo'n geval kan de officier naast een boete een ontzegging eisen van de bevoegdheid een motorrijtuig te besturen (OBM). Die kan onvoorwaardelijk zijn of voorwaardelijk. In het laatste geval mag de chauffeur blijven rijden, mits hij niet opnieuw over de schreef gaat. Doet hij dat wel, dan gaat de ontzegging alsnog in.

De Recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen is opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

Een educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMA) is een verplichte cursus voor voor iedereen die met een promillage tussen 1,3 en 1,8 achter het stuur zit. Voor beginnende bestuurders en voormalige cursisten is 0,8 promille de grens. De overtreders moeten zelf de kosten betalen (ruim € 500,-). De cursus wordt gegeven door de Instellingen voor Verslavingszorg in opdracht van het CBR. De EMA-cursus beslaat -buiten het voorgesprek- drie dagen, met tussenpozen van n tot drie weken. De deelnemers leren wat de effecten van alcohol op het rijgedrag zijn, waarom zij drinken en hoe zij dat kunnen voorkomen. Mensen die al eerder een EMA hebben gevolgd, gaan niet opnieuw naar een EMA-cursus, maar naar een medisch onderzoek. Blijken ze medisch rijgeschikt, dan volgt alsnog de EMA-cursus.

Het beginnersrijbewijs, formeel de Maatregel beginnende bestuurder, is sinds 30 maart 2002 van kracht en is ingevoerd om het aantal ongelukken onder beginnende bestuurders te verminderen. De maatregel bestaat eruit dat van zware overtredingen na onherroepelijke veroordeling of het betalen van de transactie - een aantekening wordt gemaakt. Na drie zware overtredingen binnen vijf jaar wordt het rijbewijs geschorst en volgt een onderzoek. De bestuurder moet dan een rijproef en een theorieproef bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen ( CBR) afleggen. Als hij of zij voor een van de twee of beide proeven zakt, wordt het rijbewijs ongeldig verklaard en moet het rijexamen opnieuw afgelegd worden. De regeling geldt voor iedereen die voor de eerste keer een rijbewijs haalt. Het maakt niet uit of dat voor de auto of de motor is. Evenmin speelt leeftijd een rol.

Het beginnersrijbewijs, formeel de Maatregel beginnende bestuurder, is sinds 30 maart 2002 van kracht en is ingevoerd om het aantal ongelukken onder beginnende bestuurders te verminderen. De maatregel bestaat eruit dat van zware overtredingen na onherroepelijke veroordeling of het betalen van de transactie - een aantekening wordt gemaakt. Na drie zware overtredingen binnen vijf jaar wordt het rijbewijs geschorst en volgt een onderzoek. De bestuurder moet dan een rijproef en een theorieproef bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) afleggen. Als hij of zij voor een van de twee of beide proeven zakt, wordt het rijbewijs ongeldig verklaard en moet het rijexamen opnieuw afgelegd worden. De regeling geldt voor iedereen die voor de eerste keer een rijbewijs haalt. Het maakt niet uit of dat voor de auto of de motor is. Evenmin speelt leeftijd een rol.

Klik hier voor meer informatie over beginnend bestuurders.

De snelheidsapparatuur van de politie is zo ingesteld dat er geflitst wordt bij snelheden die 7 km of meer boven de maximaal toegestane snelheid ligggen (8 km of meer bij toegestane snelheden van 100 km/uur of meer). Op de gemeten snelheid wordt standaard een correctie toegepast. Bij een gemeten snelheid van minder dan 100 km/uur bedraagt de correctie standaard 3 kilometer; bij een snelheid van meer dan 100 km/uur is de correctie 3% van de gemeten snelheid. Op de acceptgiro staat zowel de gemeten als de gecorrigeerde snelheid vermeld.

Voor bepaalde, relatief zware verkeersovertredingen biedt het Openbaar Ministerie soms een transactie/schikking aan. OM-transacties worden o.a. uitgereikt voor overschrijding van de maximumsnelheid met meer dan 30 km/u ( 40 km/u op de snelweg ), rijden zonder rijbewijs en voor het niet tonen van een identiteitsbewijs aan een bevoegd ambtenaar.

Door het betalen van de OM-transactie kan de overtreder voorkomen dat hij of zij gedagvaard zal worden om zich voor de rechter te verantwoorden. Beroep of bezwaar is niet mogelijk. Als de transactie niet wordt betaald, zal de zaak voor de rechter komen.

De meeste lichtere verkeersovertredingen vallen niet onder het strafrecht, maar worden langs administratiefrechtelijke weg afgedaan.

Dat houdt in dat de overtreder een beschikking krijgt thuis gestuurd door het CJIB. Op de beschikking staat een korte beschrijving van de overtreding. De overtreder moet via de bijgevoegde acceptgiro een bepaald bedrag betalen. Deze lichtere verkeersovertredingen worden ook wel Mulder-gedragingen genoemd. Ze zijn te herkennen aan de M in de rechterbovenhoek van de CJIB-brief. Muldergedragingen worden niet bijgehouden. U krijgt dus geen strafblad. Andere, zwaardere verkeersovertredingen vallen onder het strafrecht en worden wel geregistreerd.

De politie heeft de bevoegdheid om voor een aantal feiten een transactie aan te bieden. Door de transactie te betalen, kan de overtreder voorkomen dat hij of zij gedagvaard zal worden om voor de rechter te komen. Tegen een politietransactie kan geen beroep/bezwaar worden aangetekend. Als de politietransactie niet wordt betaald, wordt het doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie en zal de zaak voor de rechter komen.

Via regionale verkeershandhavingsprojecten wordt veel geïnvesteerd in de handhaving op de vijf speerpunten, helm, gordel, rood licht, alcohol en snelheid. Uit een eigen onderzoek van OM blijkt dat de inspanningen volgens voorzichtige schattingen hebben geleid tot 150 tot 200 minder verkeersslachtoffers (doden en gewonden). Dit blijkt uit een vergelijking van trajecten uit zes regioprojecten en zes vergelijkingstrajecten waar geen bijzondere inspanningen zijn verricht. Het onderzoek is te lezen in Goed Beschouwd, een uitgave van het Openbaar Ministerie bij het Jaarverslag 2002.

Ook de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid ( SWOV) heeft de effectiviteit van de verkeershandhavingprojecten onderzocht. Na een meerjarig onderzoek concludeert de SWOV dat waar intensief is gecontroleerd, het aantal dodelijke slachtoffers landelijk gezien met ongeveer 10% is afgenomen. Eerder onderzocht de SWOV de effecten van de inspanningen van het Friese handhavingsteam. Bij dat onderzoek luidde de conclusie dat er op de gecontroleerde wegen minder hard gereden werd, hetgeen gepaard ging met een afname van het aantal ernstige verkeersslachtoffers met ongeveer 20% op de gevaarlijkste 80- en 100 km/uur wegen.

Praktisch gezien is er geen verschil: bij een doorgetrokken streep (enkele of een dubbele) is het niet toegestaan om in te halen.

Niet alle overtredingen worden meegeteld in de maatregel Beginnend Bestuurder. Het betreft alleen overtredingen waarvoor de bestuurder is staande gehouden. Flitsboetes tellen dus niet mee. Ook overtredingen die in het buitenland zijn begaan, tellen niet mee.

De overtredingen die worden geregistreerd zijn:

  • bumperkleven;
  • ernstige snelheidsovertredingen (meer dan 30 km/uur te hard/op autosnelwegen meer dan 40 km/uur te hard);
  • het veroorzaken van gevaar of hinder in het verkeer;
  • veroorzaken van materile of immaterile schade door onjuiste naleving van de verkeersregels;
  • het veroorzaken van een ongeval met dodelijk gevolg of zwaar letsel.

Trajectcontrole draagt bij aan een daling van de gemiddelde snelheid, waardoor de uitstoot van schadelijke stoffen afneemt en de geluidsoverlast wordt verminderd. Op de A13 heeft het volgens TNO tot goede resultaten geleid: in de woonwijk Overschie is de lucht vijf tot tien procent schoner geworden (overigens niet alleen dankzij trajectcontrole, ook is de snelheidslimiet verlaagd naar 80 km/uur).

Ja, wanneer het vermoeden bestaat dat de rijbewijshouder niet beschikt over voldoende rijvaardigheid of lichamelijke / geestelijke geschiktheid, kan het rijbewijs worden ingevorderd (artikel 130 van de Wegenverkeerswet). Dit rijbewijs wordt dan aan het CBR gestuurd.

Bij verkeer in beide richtingen bedraagt de boete voor het overschrijden van de doorgetrokken streep € 160,-. Deze boete geldt eveneens voor het gebruiken van een verdrijvingsvlak. Bij verkeer in één richting is de boete voor het overschrijden van een doorgetrokken streep € 90,-.

Als het busjes betreft die onder het begrip personenauto vallen (= bestemd voor het vervoer niet meer dan 8 personen, exclusief de bestuurder) en het zijn geen taxi's (blauwe kentekenplaten), dan moeten er zitjes gebruikt worden. Er zijn scholen die zelf busjes hebben, soms met vrijwilligers die aan het stuur zitten en soms met ingehuurde chauffeurs. Als het busjes betreft die onder het begrip auto vallen (bestemd voor het vervoer van niet meer dan 8 personen, exclusief de bestuurder) en het zijn geen taxis (blauwe kentekenplaten), dan moeten er zitjes gebruikt worden.

Bij relatief lichte overschrijdingen van de wettelijke alcohollimiet kan de politie een transactie aanbieden; zwaardere overtredingen (worden voorgelegd aan het Openbaar Ministerie. De straffen voor rijden onder invloed variëren van een boete van € 120,- (voor beginnend bestuurders) tot enkele jaren gevangenisstraf. Ook kunnen overtreders een rijverbod krijgen, kan de rechter een ontzegging van de rijbevoegheid opleggen en een EMA (Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer) opleggen gelegd krijgen. Dat is een cursus die drie dagen duurt en die de deelnemer zo'n € 750,- kost. Het is verplicht voor bestuurders die zijn aangehouden met een promillage van meer dan 1,3. De verslavingsinstellingen voeren het programma uit en wie dat niet of onvoldoende volgt, raakt het rijbewijs kwijt.

In de eis wordt onder meer gerekend met de volgende verzwarende factoren:

  • is er sprake van een verkeersongeval; zo ja, zijn er slachtoffers?
  • is er sprake van recidive?
  • is er door de manier van rijden sprake van in gevaar brengen van de verkeersveiligheid?

Een motorstepje valt volgens de wet- en regelgeving onder de definitie van brom- en snorfiets uit het Voertuigreglement. Dit betekent dat een step goedgekeurd moet zijn door de RDW. Bovendien moeten ze zijn verzekerd (WA) en moeten ze worden voorzien van het verzekeringsplaatje. Daarnaast moet de bestuurder minstens 16 jaar zijn en moet hij/zij een bromfietscertificaat hebben. Steprijders moeten zich houden aan de verkeersregels die gelden voor fietsers.

Zie ook de rubriek bijzondere voertuigen op de site van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat

De A20, de A12 bij Den Haag (alleen de stad in), de A12 bij Utrecht op de parallelrijbaan, de A10 en de trajectcontrole op de Zeelandbrug kennen meerdere controlesecties achter elkaar.

Nee, de kentekenspray werkt niet. Na diverse testen werd duidelijk dat de spray geen effect heeft, overdag niet en 's avonds niet. De kentekenplaat blijft duidelijk op de foto te lezen. Overigens, mocht er ooit wel iets op de markt komen dat het flitsen bemoeilijkt, dan zal er actie ondernomen worden. Volgens artikel 7 van de Regeling kentekens en kentekenplaten mag er namelijk aan de platen überhaupt niet worden geknoeid. Momenteel wordt er nog geen actie ondernomen in de richting van de fabrikant. Het spul werkt namelijk niet.

Normaal gesproken staat de apparatuur altijd aan. De pakkans is dus 100%. Bij (vermoedens van) storingen wordt het systeem echter direct uitgeschakeld. Ook in de introductiefase van nieuwe systemen of als de jaarlijkste ijking plaatsvindt, staat de apparatuur niet altijd aan. Het is niet te zien of een systeem aanstaat of niet - ook niet met een radardetector.

Ja. Trajectcontrole werkt op alle rijstroken en herkent ook voertuigen als ze van rijstrook zijn veranderd.

Ja. De meting van motorrijders verloopt hetzelfde als die van personenauto's. Bij vrachtwagens, bussen en auto's met aanhanger signaleert het systeem aan de hand van de afmetingen en/of het kenteken dat er een andere maximumsnelheid van toepassing is (max. 80 of 90 km/uur).

Alle inwoners van Nederland van zestien jaar en ouder mogen een brom- en snorfiets op hun naam hebben. Bij de tenaamstelling moeten zij hun leeftijd met een geldig, origineel legitimatiebewijs kunnen aantonen.

Kijk voor meer (praktische) informatie op www.ishetgeenplaatje.nl.

Bron: www.rdw.nl

Ja.

Nee, die kans is uitermate klein. Op veel wegen is trajectcontrole niet het meest geëigende handhavingsmiddel. De snelwegen waar het milieu, geluidsoverlast en doorstroming van het verkeer verbeterd moeten worden komen in principe in aanmerking. Het is wel waarschijnlijk dat het aantal trajectcontroles in de toekomst verder wordt uitgebreid, maar het Nederlandse wegennet wordt beslist niet vol gezet met trajectcontroles.

Ja, een verdrijvingsvlak maakt deel uit van de verkeerstekens op de weg. Het gebruiken van een verdrijvingsvlak is een forse overtreding en kost € 160,-.

Ja, met trajectcontrole wordt ook 's nachts gecontroleerd. Hoewel het 's nachts en in de vroege ochtend rustig is op de weg, vinden juist tijdens de kleine uurtjes de ernstigste ongelukken plaats. Snelheid speelt daarbij een cruciale rol: elke kilometer harder betekent een langere remweg, een hogere botssnelheid en ernstiger letsel. Een andere reden voor nachtelijke snelheidscontroles is het milieu. Voor de uitstoot van schadelijke gassen maakt het nogal wat verschil of een auto 120 of 140 km/uur rijdt - en dat geldt ook 's nachts. Verder is geluidsoverlast voor omwonenden een motivatie om ook op rustige tijden te controleren.

Ja, boetes voor snelheidsovertredingen zijn inderdaad hoger als er sprake is van wegwerkzaamheden. Het niet van belang of er daadwerkelijk gewerkt wordt. Ook als de wegwerkers niet aanwezig zijn, zijn er redenen om een lagere maximumsnelheid aan te houden. Denk bijvoorbeeld aan smallere rijstroken, beschadigd wegdek of het ontbreken van een vluchtstrook. Voor het hoge wegwerkzaamheden-tarief zijn twee zaken zijn relevant: het bord J16 (wegwerkzaamheden) moet geplaatst zijn en er moet sprake zijn van gevaarscheppende elementen.

Vragen over wegwerkzaamheden kunnen weggebruikers stellen aan de (gratis) informatielijn van Rijkswaterstaat. Het nummer (0800-8002) is zeven dagen per week bereikbaar van 6.00 uur 's ochtends tot 22.30 uur 's avonds. Rijkswaterstaat heeft ook een internetsite met 'Geotool' waarop alle wegwerkzaamheden op een kaartje zijn terug te bekijken.

Een Sparta-met is volgens de Wet Aansprakelijkheisverzekering Motorrijtuigen (WAM) een motorrijtuig en moet dus verzekerd worden. Het verzekeringsplaatje moet op de fiets aangebracht worden. Daarnaast moet de bestuurder minstens 16 jaar zijn en moet hij/zij een bromfietsrijbewijs hebben. Mensen die geboren zijn voor 1 juni 1980 hoeven geen examen te doen om op de Sparta-met te mogen rijden, maar ze moeten wél het bromfietsrijbewijs aanvragen. Meer informatie daarover is te vinden op de site van het CBR.

Ja, radardetectoren zijn vanaf 1 januari 2004 verboden. Radardetectoren oftewel 'radarverklikkers' zijn apparaten die bestuurders van voertuigen waarschuwen voor snelheidscontroles. Het gebruik van radarverklikkers ondermijnt deze snelheidscontroles waardoor de verkeersveiligheid negatief wordt benvloed. Het verbod richt zich zowel op de handel in de betreffende apparaten als op de aanwezigheid ervan in voertuigen.

De politie zal het verbod op de radardetector volgend jaar meenemen in de reguliere controles. Daarom staat op de aanwezigheid van een radardetector in een voertuig een boete van 250,- euro en zal het apparaat in beslag worden genomen.

Het verbod beperkt zich tot radarverklikkers. Er wordt gewerkt aan een ruimer verbod. In dat verband kan gedacht worden aan apparaten die met behulp van laserstralen de meetapparatuur van de politie verstoren.

Naar boven

Zoeken