Het is de officier van Justitie die verdachten voor de rechter brengt en in de rechtszaal een passende straf eist. Maar hoe bepaalt een officier zijn strafeis? En hoe zorgt het OM ervoor dat een verdachte in Middelburg dezelfde eis krijgt als een verdachte in Groningen?Voor ongeveer tachtig procent van wat wel 'veelvoorkomende criminaliteit' wordt genoemd gebruikt het Openbaar Ministerie speciale richtlijnen (de Polaris-richtlijnen) die worden ondersteund door een computerprogramma met de naam BOS (Beslissing Ondersteunend Systeem).
U mag net zo vaak downloaden als u wilt. Zie voor meer vragen over dit onderwerp bij de inhoudelijke vragen.Heeft u problemen met het inloggen, email dan naar bostechniek@boscentre.nl
De Polaris-richtlijnen werken volgens een vast stramien. Het systeem waardeert misdrijven via een rekensom. Aan ieder delict is in de richtlijnen van Polaris gelijk aan een aantal strafpunten toegekend. Polaris werkt daarvoor met het begrip 'basisdelict': een strafbaar feit in de kale vorm. Ieder basisdelict heeft een vast aantal strafpunten. Fietsendiefstal levert bijvoorbeeld 10 punten, woninginbraak 60 punten en een autokraak 20 punten op.
Bijzondere omstandigheden kunnen maken dat een delict voor lichtere of zwaardere bestraffing in aanmerking komt dan door dit aantal punten wordt aangegeven. Gebruik van een wapen bij mishandeling of letsel van een slachtoffer leveren bijvoorbeeld extra strafpunten op. Ook als er elementen van discriminatie in het spel zijn, betekent dat een zwaardere waardering. Aan de andere kant krijgen bijvoorbeeld een poging tot inbraak of medeplichtigheid minder strafpunten dan een voltooide inbraak. Tenslotte is er de recidive: één maal recidive betekent 10% van het aantal strafpunten erbij, meermalen tenminste 20% procent.
Het omrekenen van strafpunt naar straf is de laatste stap van Polaris. Daarvoor is er het begrip 'sanctiepunt'. Tot 180 strafpunten staat ieder strafpunt voor een misdrijf gelijk aan een sanctiepunt. Daarboven vindt een zekere afvlakking plaats.
Ieder sanctiepunt staat voor € 29,- aan transactie of boete, dan wel een dag gevangenisstraf of -als een verdachte daarvoor in aanmerking komt- 2 uren taakstraf. Bij bijvoorbeeld een simpele fietsdiefstal (basiswaardering: 10 strafpunten) horen dus ook 10 sanctiepunten: € 290,- transactie, volgens Polaris.
Tot en met een totaal van 30 sanctiepunten kan het OM de zaak afdoen met een geldtransactie, van 31 tot 60 punten kan een taakstraf als transactie worden aangeboden. Bij meer dan 60 punten volgt dagvaarding. Tot 120 punten kan ter zitting een taakstraf worden geeïst. Gaat het om een hoger aantal sanctiepunten of komt een verdachte niet in aanmerking voor een taakstraf (bijvoorbeeld omdat hem in het verleden al meer dan eens een taakstraf is opgelegd) dan volgt doorgaans een gevangenisstraf-eis. Komt het aantal strafpunten boven de 180, dan telt een strafpunt niet langer als een vol sanctiepunt. Bij 181 tot en met 540 punten komt een strafpunt overeen met een half sanctiepunt en boven de 541 met een kwart sanctiepunt.
Nee, zoals gezegd leveren de Polaris-richtlijnen alleen een eerste uitgangspunt, dat gebaseerd is op objectieve, aan het feit en niet aan de verdachte gerelateerde, factoren. Er kunnen behalve de beschreven factoren nog allerlei andere omstandigheden zijn die op de strafmaat van invloed behoren te zijn. Of die er zijn en in welke mate zij van invloed moeten zijn, is een kwestie van professionele afweging, die niet in een computerprogramma kan worden vastgelegd.
Nee, het is vooralsnog niet de bedoeling een internetversie te ontwikkelen. Daarnaast is ook de complexiteit van de beoordeling bij bijvoorbeeld meer dan 1 delict niet eenvoudig in zo'n toepassing te vangen.
Heeft u problemen met het inloggen, email dan naar bostechniek@boscentre.nl
In de Polaris-richtlijnen zijn zoveel mogelijk de objectieve factoren beschreven, die de ernst van een misdrijf kunnen bepalen. Met uitzondering van de factor recidive zijn er in deze richtlijnen geen subjectieve factoren opgenomen. De wel gedefinieerde objectieve factoren leveren de officier van justitie een eerste uitgangspunt voor de passende strafmaat. Spelen er in een zaak ook nog (objectieve of subjectieve) factoren een rol die niet beschreven zijn, dan kan dat leiden tot een andere strafmaat. Een Officier van Justitie kan derhalve afwijken van wat de richtlijnen als uitgangspunt opleveren. Hij of zij zal in dat geval wel moeten motiveren waarom in een specifiek geval wordt afgeweken van de Polaris-eis.