Aanwijzing i.d.z.v. artikel 130 lid 4 Wet RO
Winkeltijdenwet d.d. 21 maart 1996, Stb. 1996, 182;<BR> Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet d.d.21 maart 1996, Stb. 1996, 183
De Winkeltijdenwet en het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet geven een regeling ten aanzien van de openstelling van winkels en andere vormen van verkoop aan particulieren.
Met de feitelijke handhaving van de Winkeltijdenwet zijn de politie en de Belastingdienst/FIOD-ECD belast. Het primaat van de handhaving ligt bij de politie. Redenen hiervoor zijn:
Handhaving door de Belastingdienst/FIOD-ECD zal - in overleg (en eventueel in samenwerking) met de lokale politie - plaatsvinden in gevallen waarin overtreding van de wet een landelijke verstoring van de concurrentieverhoudingen oplevert of sprake is van overtredingen met een bijzonder karakter.
De inhoud van paragraaf 2, van het onderdeel Opsporing, in deze aanwijzing is ingrijpend gewijzigd door het in artikel 22, lid 1, sub a van de Drank- en Horecawet (Stb. 2000, 185) opgenomen verbod om bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken op plaatsen waar brandstof voor middelen van vervoer aan particulieren wordt verstrekt en in winkels die aan een benzinestation zijn verbonden.
Deze aanwijzing bevat regels voor de handhaving van de Winkeltijdenwet.
1. Overtredingen door winkels
Overtredingen van de wet door winkelbedrijven (en andere vormen
van verkoop aan particulieren) zullen zich in hoofdzaak voordoen
op niet door de gemeenteraad aangewezen zon- en feestdagen dan
wel op een van de tijdstippen waarop de wet verplichte sluiting
voorschrijft.
Repressief optreden zal in beginsel worden ingegeven door de mate
waarin de (lokale) concurrentieverhoudingen dreigen te worden
verstoord, dan wel de verboden openstelling navolging dreigt te
krijgen (olievlekwerking).
2. Overtredingen door benzinestations
Een categorie ondernemingen, waarvoor een vrijstellingsregime van
kracht is, wordt gevormd door de benzinestations. Alle goederen
mogen gedurende 7 dagen per week, 24 uur per dag, worden
verkocht, mits in de winkel de omzet uit de verkoop van goederen
grotendeels wordt behaald uit de verkoop van brandstof en
smeermiddelen voor voer- of vaartuigen en van benodigdheden voor
gebruik, reiniging of spoedeisende reparaties van voer- of
vaartuigen, alsmede accessoires daarvoor.
Waar de verhouding tussen brandstofomzet en goederenomzet
problematisch wordt, kan de Belastingdienst/FIOD-ECD bij
controle(s) worden ingeschakeld, zodat een gedetailleerde
omzetberekening kan worden gemaakt.
De in deze aanwijzing vervatte beleidsregels hebben onmiddellijke gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.