Aanwijzing i.d.z.v. art. 130 lid 4 Wet RO
o.a. artt. 225, 227a, 227b, 447c en 447d WvSr; strafbepalingen in de ABW, AKW, ANW, AOW, AWBZ, IOAW, IOAZ, WAO, WAJONG, WAZ, WIK, WW, TW en ZW; alle strafbare feiten m.b.t. overtredingen van de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen; alle strafbare feiten met betrekking tot sociale uitkeringen / toeslagen, waarop in beginsel de bestuurlijke boete van toepassing kan zijn.
Met ingang van 1 januari 2009 is reeds een gewijzigde versie van de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude in werking getreden. De voornaamste reden voor wijziging van de aanwijzing was de verhoging van het schadebedrag dat de grens vormt tussen bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving naar € 10.000,-, ten einde meer bestuursrechtelijke handhaving mogelijk te maken. Deze wijziging en het nieuwe onderscheid in drie verschillende categorieën zaken is in deze richtlijn overgenomen.
In deze richtlijn is als uitgangspunt genomen het brutobedrag dat ten onrechte ten laste van uitvoerende instanties is gekomen. Dit brutobedrag wordt 'nadeel' genoemd en is uitgesplitst over drie categorieën, te weten:
Voor deze drie categorieën is in de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude bepaald of een bestuursrechtelijke - of strafrechtelijke reactie moet volgen.
Categorie I - zaken: een nadeel tot € 10.000,-
Uitgangspunten:
Categorie II - zaken: een nadeel van € 10.000,- tot en
met € 35.000,-
In zaken van deze categorie wordt in beginsel steeds gevorderd
oplegging van een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf of
taakstraf, een combinatie daarvan of elektronisch toezicht. De
officier van justitie heeft uiteraard de mogelijkheid in plaats
van werkstraffen, leerstraffen te vorderen of een combinatie
daarvan, naast al dan niet een (onvoorwaardelijke)
gevangenisstraf en/of elektronisch toezicht.
Categorie III- zaken: een nadeel van meer dan € 35.000,-
De duur van de te vorderen gevangenisstraf of taakstraf[2] of periode van elektronisch toezicht (als vervanging voor onvoorwaardelijke gevangenisstraf conform "aanwijzing elektronisch toezicht) hangt samen met de omvang van het nadeel, zoals uitgewerkt in de als bijlage opgenomen tabel.
In geval van recidive binnen vijf jaar na de vorige veroordeling of transactie voor een soortgelijk feit kan de te vorderen straf met 50% verhoogd worden.
Deze richtlijn voor strafvordering geldt vanaf het moment van inwerkingtreding voor alle zaken waarin nog geen dagvaarding is uitgebracht.
BIJLAGE Tabel
|
Nadeel (ondergrens) in € |
Eis taakstraftransactie |
Eis ter zitting |
|
10.000 |
50 uur |
60 uur |
|
12.000 |
60 uur |
70 uur |
|
15.000 |
70 uur |
80 uur |
|
18.000 |
80 uur |
100 uur |
|
21.000 |
90 uur |
110 uur |
|
24.000 |
100 uur |
120 uur |
|
27.000 |
110 uur |
140 uur |
|
30.000 |
120 uur |
150 uur |
|
35.000 |
170 uur |
|
|
40.000 |
180 uur |
|
|
45.000 |
190 uur |
|
|
50.000 |
210 uur |
|
|
55.000 |
220 uur |
|
|
60.000 |
240 uur |
|
|
70.000 |
5 mnd. / 240 uur + 1 mnd. |
|
|
80.000 |
6 mnd. / 240 uur + 2 mnd. |
|
|
90.000 |
7 mnd. / 240 uur + 3 mnd. |
|
|
100.000 |
8 mnd. / 240 uur + 4 mnd. |
|
|
110.000 |
9 mnd. / 240 uur + 5 mnd. |
|
|
120.000 |
10 mnd / 240 uur + 6 mnd. |
|
|
130.000 |
11 mnd. |
|
|
150.000 |
12 mnd. |
|
|
170.000 |
13 mnd. |
|
|
190.000 |
14 mnd. |
|
|
210.000 |
15 mnd. |
|
[1] Zie voor een toelichting op deze 6 uitzonderingsgevallen de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude.
[2] Overeenkomstig de Aanwijzing taakstraffen ligt de bovengrens voor een taakstraftransactie op 120 uur, de bovengrens voor een werkstraf op 240 uur en de bovengrens voor een taakstraf (werk- en leerstraf) op 480 uur.