Aanwijzing i.d.z.v. artikel 130 lid 4 Wet RO
art. 4 en art. 108 Vreemdelingenwet 2000
De boetebedragen in deze richtlijn zijn geïndexeerd met 20 procent conform de door de minister voorgestelde verhoging per 1 januari 2012, waarbij de bedragen conform de Aanwijzing kader voor strafvordering zijn afgerond. Voor de waarde van één sanctiepunt wordt verwezen naar genoemde aanwijzing.
De Uitvoeringsovereenkomst bij het Akkoord van Schengen
(respectievelijk d.d. 19 juni 1990 en 14 juni 1985) is op 1
februari 1994 in werking getreden en per 26 maart 1995 in werking
gesteld. Krachtens de Uitvoeringsovereenkomst zijn de
binnengrenscontroles tussen de Beneluxlanden, Duitsland,
Frankrijk, Spanje Italië, Portugal, Griekenland, Denemarken,
Zweden, Finland, Oostenrijk, IJsland, Noorwegen, Estland,
Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije,
Tsjechië en Zwitserland afgeschaft en is een vrij circulatierecht
ontstaan voor degenen die rechtmatig toegang hebben tot het
gemeenschappelijke rechtsgebied. Aan de buitengrenzen - voor
Nederland zijn dat de doorlaatposten aan de lucht- en zeehavens -
wordt de personencontrole gehandhaafd.
Ter uitvoering van de artikelen 26 en 27 van de
Uitvoeringsovereenkomst is in artikel 108 van de Vreemdelingenwet
2000 (Vw) een bepaling opgenomen die de aansprakelijkheid van de
vervoerder met betrekking tot de aanvoer van niet of onjuist
gedocumenteerde vreemdelingen aanscherpt. Veronachtzaming van de
in dit verband aan de vervoerder opgelegde zorgplicht is
ingevolge artikel 108 Vw strafbaar als overtreding. Artikel 4 ,
tweede lid, Vw werkt de aansprakelijkheid van de vervoerder op
risicodragende vluchten verder uit. De vervoerder op
risicodragende lijnen wordt verplicht een afschrift te nemen van
de reisdocumenten van zijn passagiers.
In hoofdstuk 1 van deze richtlijn voor strafvordering wordt artikel 4 Vw besproken. Aan de orde komen de terminologie, de inhoud van de voor de vervoerders nieuwe verplichtingen, daderschap en strafuitsluitingsgronden en de bepaling van de jurisdictie.
Het transactie- en vervolgingsbeleid ten aanzien van de artikelen 4 en 108 Vw komt aan de orde in hoofdstuk 2.
In deze richtlijn voor strafvordering wordt de aansprakelijkheid van de vervoerder met betrekking tot de aanvoer van niet of onjuist gedocumenteerde vreemdelingen beschreven.
Hoofdstuk 1 Artikel 4 Vw
1.1 Art. 4, eerste lid, Vw
Artikel 4, eerste lid, Vw legt op 'de vervoerder door wiens
tussenkomst een vreemdeling aan een buitengrens of binnen het
grondgebied van Nederland wordt gebracht' de verplichting dat hij
de nodige maatregelen neemt en het redelijkerwijs te vorderen
toezicht houdt om te voorkomen dat een vreemdeling inreist zonder
de vereiste grensoverschrijdings- en identiteitsbescheiden (zoals
bedoeld in artikel 3 eerste lid, onder a van de Vreemdelingenwet
2000 en artikel 5, eerste lid, onder a van de Verordening
562/2006/EG (de Schengengrenscode)). [1]
1.2 De vervoerder
Degene die, al dan niet bedrijfsmatig, met behulp van
(lucht)vaartuigen vreemdelingen naar een Nederlandse
buitengrenscontrolepost vervoert of pleegt te vervoeren, dient te
worden beschouwd als vervoerder. Ook diegene die zoiets eenmalig
doet, kan gelden als vervoerder, ongeacht of het (lucht)vaartuig
uit winstbejag wordt gebezigd, uit hoofde van enig beroep of als
gewoonte. Naar verwachting zal de kwaliteit 'vervoerder' in
hoofdzaak toekomen aan een onderneming, zoals een
luchtvaartmaatschappij of een rederij. Veelal zal de vervoerder
derhalve een rechtspersoon in de zin van 51 Sr zijn. Soms zal
personeel van de onderneming, met name leidinggevend personeel,
als opdrachtgever of feitelijk leidinggevende ingevolge artikel
51, tweede lid, aanhef, onder 2e, Sr, (mede) als vervoerder
kunnen worden beschouwd.
Van 'tussenkomst' is sprake wanneer door toedoen van de
vervoerder de vreemdeling naar de Nederlandse
buitengrenscontrolepost wordt gebracht. Niet noodzakelijk is dat
de vervoerder de vreemdeling ononderbroken naar Nederland brengt,
noch dat de vervoerder die vreemdeling als laatste vervoerde. Het
is voldoende om vast te stellen dat de vreemdeling zonder
tussenkomst van de vervoerder hier niet had kunnen arriveren of
verkeren. Ook het brengen naar een transitplaats of tussenstation
wordt derhalve als tussenkomst aangemerkt.
1.3 De zorgplicht
De precieze inhoud van de zorgplicht, het nemen van de 'nodige
maatregelen' en het uitoefenen van het 'redelijk te vorderen
toezicht', is niet in het algemeen aan te geven; deze is
afhankelijk van de ervaringsregels met betrekking tot de risico's
van de desbetreffende lijn. In de Vreemdelingencirculaire 2000 is
in hfdst. A2/7/7.1 de zorgplicht van vervoerder nader uitgewerkt.
Hier is opgenomen dat voor de vaststelling of een document geldig
is voor grensoverschrijding een vervoerder zodanige maatregelen
moet treffen dat zijn personeel, waaronder ook wordt begrepen het
personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde
formaliteiten verricht, dusdanig wordt geïnstrueerd dat controle
van reisdocumenten plaatsvindt bij het inchecken en bij vertrek
naar Nederland. Deze controle houdt minimaal het volgende in:
controle op de geldigheid van het aangeboden reisdocument en,
indien nodig, de aanwezigheid van een geldig visum (voor zowel
Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming);
controle op valsheid en vervalsing mede aan de hand van de
bekende algemene vervalsingskenmerken; controle of degene die het
reisdocument aanbiedt de in het document beschreven rechtmatige
houder is; het overleggen van de passagierslijst.
Het delict is voltooid indien de hier bedoelde vervoerder zijn
zorgplicht heeft veronachtzaamd. Een daadwerkelijke inreis van
een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling door tussenkomst
van de vervoerder is daarvoor niet noodzakelijk.
1.4 Art. 4, tweede lid, Vw (de
afschriftplicht)
Artikel 4, tweede lid, Vw legt een extra verplichting voor de
vervoerder op. Hij dient een afschrift (fotokopie of scan) te
nemen van de reisdocumenten van zijn passagiers en dit na inreis
desgevraagd ter hand te stellen aan de ambtenaren belast met de
grensbewaking. Deze verplichting geldt voor vervoerders die
opereren op zogenoemde 'risicodragende lijnen'. De
afschriftplicht geldt slechts voor vluchten of vaarten vanaf die
plaatsen van vertrek die specifiek, bij ministeriële regeling,
zijn aangegeven. Deze lijst met plaatsen van vertrek wordt bij
ministeriële regeling vastgesteld en is terug te vinden in
Bijlage 1 in het Voorschrift Vreemdelingen. Ook kunnen bepaalde
vervoersondernemingen worden aangewezen.
Aan de afschriftplicht wordt voldaan door het maken van een
afbeelding (fotokopie of scan) van de pagina's van het
reisdocument welke de essentiële gegevens van de vreemdeling
betreft (in ieder geval de personaliapagina en in het document
opgenomen visa).
Met het niet overleggen van het afschrift is de delictsinhoud
vervuld.
1.5 Risicodragende lijnen
Met risicodragende lijnen wordt gedoeld op lijnen waarover, naar
de ervaring heeft geleerd, relatief meer niet of onjuist
gedocumenteerde vreemdelingen plegen te reizen, waaronder
bijvoorbeeld personen die hun identiteitsbescheiden tijdens de
vlucht of vaart vernietigen.
In het Voorschrift Vreemdelingen 2000 worden de uitgangspunten
van het Vreemdelingenbesluit 2000 [2] uitgewerkt. Dit Voorschrift bevat
een bijlage met afschriftplichtige (lucht)havens die ieder
half jaar wordt geactualiseerd. [3]
1.6. Daderschap en strafuitsluiting
Met de vaststelling dat er sprake is van een vervoerder
en dat deze zijn zorgplicht heeft nagelaten, dan wel
het afschrift niet heeft kunnen overhandigen, staat het
daderschap vast. Ter bevrijding van zijn aansprakelijkheid zal de
vervoerder het bestaan van een strafuitsluitingsgrond aannemelijk
moeten maken. Zo is het mogelijk dat de vervoerder de aangevoerde
niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling heeft vervoerd
vanwege het vluchtrelaas dat deze heeft gegeven. Indien dit
objectief gezien een aannemelijk relaas was, kan de vervoerder
zich op de strafuitsluitingsgrond overmacht in de zin van
noodtoestand beroepen. Wanneer het relaas, dat aannemelijk was,
bij nader inzien niet juist blijkt te zijn, kan de vervoerder
zich beroepen op verschoonbare dwaling en is hij daarom niet
strafbaar.
1.7 Jurisdictie
1.7.1 De zorgplicht
Indien de vervoerder zijn zorgplicht nalaat, zal de
plaats waar hij het delict begaat veelal in het buitenland zijn
gelegen. De tenlastelegging dient deze plaats te vermelden.
Ingevolge artikel 4, vijfde lid, Vw bestaat op grond van het
nationaal beschermingsbeginsel extraterritoriale rechtsmacht ten
aanzien van de overtredingen van art 4, eerste, tweede en derde
lid. Vestiging van jurisdictie kan verder als volgt
geschieden:
1. aan de hand van de vestigingsplaats van de rechtspersoon:
2. indien de vervolging zich (tevens) via art 51, tweede lid,
aanhef, onder 2e Sr, richt tegen degenen die tot nalatigheid
opdracht gegeven hebben of daartoe feitelijk leiding hebben
gegeven: de plaats waar dezen zich op dat moment bevonden;
3. aan de hand van de plaats waar het ongewenste gevolg (de
aankomst van de niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling) zich
heeft geopenbaard.
1.7.2 De afschriftplicht
Wanneer de vervoerder, die daartoe verplicht was,
heeft nagelaten een afschrift te nemen van de reisdocumenten,
wordt de jurisdictie bepaald door de plaats waar het gevolg,
zijnde het niet kunnen overleggen van dat afschrift, wordt
geconstateerd.
Hoofdstuk 2 Transactie- en vervolgingsbeleid
In dit hoofdstuk komt het transactie- en vervolgingsbeleid ten aanzien van de artikelen 4 en 108 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) aan de orde. Artikel 4 Vw gaat over de toegang tot Nederland en in art. 108 Vw zijn de strafbepalingen te vinden (zie bijlage).
Overtreding van artikel 4, eerste en tweede lid, het nalaten van
de zorg- of afschriftplicht, alsmede overtreding van artikel 4,
derde lid, verzamelen en verstrekken van passagiersgegevens, kan
worden bestraft met geldboete van de vierde categorie of
hechtenis van zes maanden.
In alle gevallen waarin als gevolg van het nalaten van de zorg-
of afschriftplicht een niet of onjuist gedocumenteerde
vreemdeling binnen Nederland is gebracht, wordt voor de
vervoerder proces-verbaal opgemaakt Alle processen-verbaal worden
doorgezonden aan het Openbaar Ministerie. Ongeacht of de
zorgplicht dan wel de afschriftplicht is nagelaten zal een
sanctie volgen, waarbij in beginsel eerst een transactie wordt
aangeboden door het Openbaar Ministerie. De hoogte van het
transactiebedrag wordt ingegeven door de ernst van het feit, met
name het ongewenste gevolg van het inreizen van zogenaamde
technisch onuitzetbare vreemdelingen en de daarmee gepaard gaande
kosten, onder meer veroorzaakt door het niet kunnen effectueren
van de civiele terugnameclaim op grond van artikel 65 Vw en de
noodzaak tot het voeren van wellicht bij voorbaat kansloze
asielaanvragen. Voorts zullen de strafbare feiten van artikel 4
Vw veelal worden gepleegd door een rechtspersoon. Ook dit
rechtvaardigt de strafmaat. Het besluit te dagvaarden dient mede
te worden genomen in het licht van de publicitaire aandacht die
aan de openbare behandeling van een strafzaak kan worden
besteed.
Transactie | Eis ter zitting | |||
First offender | € 4000 | € 4900 | ||
1 x recidive (verhoging met 50%) | € 6000 | € 6600 | ||
Meermalen recidive (verhoging met 100%) | € 7800 | € 9500 | ||
Bij hardnekkige c.q. zeer verwijtbare recidive dagvaarden en ter zitting een aanzienlijk hogere boete eisen. | ||||
Bij eenmalige recidive binnen vijf jaar of indien er meerdere
vreemdelingen per vlucht worden aangevoerd, wordt het
basistransactiebedrag met 50% verhoogd. Bij meermalen recidive
wordt het boetebedrag met 100% verhoogd. De bedragen zijn echter
(naar beneden) afgerond conform de Aanwijzing kader voor
strafvordering. Onder 'recidive' wordt in dit geval verstaan: de
volgende vlucht/vaart waarmee door de verdachte niet of onjuist
gedocumenteerde vreemdelingen zijn aangevoerd.
Bij veelvuldige recidive wordt gedagvaard voor de
kantonrechter.
Deze richtlijn voor strafvordering is uitsluitend geldig ten aanzien van strafbare feiten gepleegd vanaf de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.
Artikel 4 Vw (Uit hfdst. 2. Toegang)
Artikel 108 Vw (Uit hfdst. 8 algemene en strafbepalingen, paragraaf 2. Strafbepalingen)
1. Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van
de tweede categorie wordt gestraft overtreding van bij
ministeriële regeling aan te wijzen voorschriften vastgesteld bij
of krachtens de Schengengrenscode, overtreding van een
voorschrift, vastgesteld bij of krachtens de artikelen 5, eerste
en tweede lid, 46, tweede lid, aanhef, en onder b,
alsmede handelen in strijd met artikel 56, eerste lid, dan wel
handelen in strijd met een verplichting opgelegd bij of krachtens
de artikelen 6, eerste lid, 54, 55, 57, eerste lid, 58, eerste
lid, of 65, derde lid.
2. Overtreding van een voorschrift, vastgesteld bij of krachtens
artikel 4, eerste tot en met derde lid, wordt gestraft met
hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde
categorie.
3. De in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten
worden beschouwd als overtredingen.
4. Met de opsporing van de in het eerste en tweede lid strafbaar
gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek
van Strafvordering, belast de ambtenaren belast met de
grensbewaking en ambtenaren belast met het vreemdelingentoezicht.
Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de
feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en
184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten
betrekking hebben op een aanwijzing, vordering of handeling,
gedaan of ondernomen door henzelf.
5. In afwijking van het eerste lid wordt handelen in strijd met een verplichting, opgelegd bij of krachtens artikel 54, eerste lid, onder b of e, gestraft met ten hoogste een hechtenis van een maand of een geldboete van de tweede categorie, indien het feit wordt begaan door een gemeenschapsonderdaan. Het derde lid en de eerste volzin van het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
[1] De tekst van het nieuwe artikel 4 Vw
2000 is in werking getreden op 1 mei 2008. In lid 1
ontbreekt echter een verwijzing naar artikel 5 lid 1 onder
b van de Schengengrenscode. Volgens artikel 4 zou er dus
alleen nog gecontroleerd moeten worden op geldige
reisdocumenten en niet op visum. Dat was natuurlijk nooit
de bedoeling van de wetgever bij de wijziging. Daarom komt
er op korte termijn reparatiewetgeving:
'In artikel 4, eerste lid, wordt "artikel 5, eerste lid, onder a,
van de Schengengrenscode" vervangen door: artikel 5, eerste lid,
onder a of b, van de Schengengrenscode'.
Het OM zal op advies van het WB-OM ook de visumzaken blijven
vervolgen ondanks de huidige tekst van de wet. Het betreft een
kennelijke misslag waar geen discussie over kan bestaan.
[2] Vreemdelingenbesluit 2000, Stb.
2000, 497.
[3] Voorschrift Vreemdelingen 2000,
Stcrt. 2001, 10.
[4]Zie de opmerking in noot 1.