Aanwijzing in de zin van art. 130, lid 4 Wet RO
Deze richtlijn voor strafvordering voor de Flora- en faunawet
bevat indicaties voor de eis ter zitting en
transactiebedragen.
De prioriteit bij de handhaving van Flora- en faunawet ligt bij
de bedreigingen die uitgaan van overtreding van de benoemde
kernbepalingen uit die wet.
De in deze richtlijn opgenomen bedragen betreffen eisen ter terechtzitting (zie bijlage). In een aantal gevallen zal eerst nog een transactie worden aangeboden. In dat geval kan voor het bepalen van het transactiebedrag 20% van het tarief worden afgetrokken.
Polaris: basis- en beoordelingsfactoren milieu-overtredingen.
De richtlijn voor strafvordering van de Flora- en faunawet is gebaseerd op Polaris, een stelsel van samenhangende richtlijnen voor strafvordering van het Openbaar Ministerie. Polaris gaat uit van de basisdelicten (in casu de kernbepalingen Flora- en faunawet). Belangrijke bijkomende strafverzwarende omstandigheden zijn:
- de kwetsbaarheid van de dier- en plantensoort en producten (zie definitie art. 1 Habitatrichtlijn) daarvan waarbij een onderscheid is gemaakt tussen soorten die met uitroeiing bedreigd of speciaal gevaar lopen en daarom zijn opgenomen in lijsten, en overige minder kwetsbaar geachte soorten;
- de kwetsbaarheid van een gebied waarbinnen de overtreding is begaan. Het gaat daarbij om vaste rust- of voortplantings- of verblijfplaatsen van soorten.
- De mate van redelijkerwijs te verwachten deskundigheid van de verdachte in relatie tot de overtreding;
- De schaal waarop de soort(en)populatie is bedreigd;
- Het oogmerk van economisch gewin/belang
Transactie of dagvaarden
Bij overtreding van de kernbepalingen uit de Flora- en faunawet zal in beginsel proces-verbaal opgemaakt moeten worden. Voor gecompliceerde zaken is maatwerk van belang waarbij het OM voldoende inzicht moet hebben in de verhouding van de verdachte ten opzichte van de milieuregels en de te beschermen belangen. Belangrijke kenmerken die daarbij een rol spelen komen terug in de beoordelingsfactoren in de Polaris-systematiek: o.a. professionaliteit, doelbewust overtreden, recidive, aard van de verdachte, draagkracht van de verdachte, zorgplicht.
Uitgangspunt bij complexe zaken is dagvaarding. De rechtvaardiging is gelegen in de veelal grotere bedreiging die van de overtredingen uitgaat ten aanzien van (mogelijke) schade aan de te beschermen belangen veelal in combinatie met het doelbewust en calculerend overtreden van wettelijke voorschriften.
Bij eenvoudige strafzaken zal, gelet op de aard en de geringe inbreuk op de te beschermen belangen, de meest passende reactie in de regel een transactievoorstel zijn. In principe wordt geen transactiegrens gehanteerd bij (economische en) milieudelicten. Bij de afdoening van veel voorkomende milieuzaken van relatief eenvoudige aard of met een vrij geringe inbreuk op de te beschermen belangen - naar schatting ongeveer tweederde van het totaal - zal veelal alleen normbevestiging door bewustmaking en, voor zover nodig, ontmoediging worden beoogd. Snelheid is hierbij een belangrijke factor. Het streven van het OM zal er dan ook op gericht zijn om zo snel mogelijk, bij voorkeur lik-op-stuk, maar uiterlijk binnen drie maanden na ontvangst van het proces-verbaal de verdachte te informeren over de vervolgingsbeslissing (zie ook de aanwijzing handhaving milieurecht d.d. 08-06-1999; Staatscourant 1999, 119). Binnen het lik-op-stuk-beleid kan een overtreding van regels m.b.t. handelingen met (in het wild) levende dieren en planten tot een maximum transactiebedrag dat gelijk is aan 50 punten worden afgedaan. In geval van een inrichtingsgebonden, in het kader van de bedrijfsuitoefening gepleegde overtreding, is lik-op-stuk mogelijk tot een maximum transactiebedrag dat gelijk is aan 100 punten.
Meer strafbare feiten in een zaak
In enkele gevallen is het moeilijk vast te stellen of sprake is van meer strafbare feiten. Dat geldt in situaties waarin preparaten van dieren en of planten zijn gebruik in bijvoorbeeld traditionele medicijnen. Een ander voorbeeld kan zijn een hoeveelheid "bush-meat" (vlees van exotische wilde dieren ten behoeve van consumptie).
Veelal is niet duidelijk vast te stellen hoeveel (delen van) dieren en of planten voor de productie zijn gebruikt, hetgeen het bepalen van een richteis aan de hand van Polaris vrijwel onmogelijk maakt. Voor deze gevallen is in de betreffende richtlijn een schijfverdeling naar gewichtsklasse gemaakt waarmee dan het aantal basispunten kan worden bepaald. Voor de bepaling van het gewicht dient te worden uitgegaan van het totale netto gewicht van de producten waarin preparaten van dieren en of planten zijn verwerkt.
Indien sprake is van een gemengde partij met daarin preparaten van zowel bijlagen A, B of C van verordening 338/97, dan dient men (indien mogelijk) per bijlage de totale gewichtsklasse en de bijbehorende puntenwaardering te bepalen.
De puntenverdeling is als volgt opgebouwd.
Grote partijen bestaan in de praktijk uit een netto gewicht van meer dan 10 kilogram. Voor dergelijke grote hoeveelheden is qua puntentoedeling aansluiting gezocht bij het puntenaantal voor levende/dode exemplaren van dezelfde bijlage afkomstig. Onderscheid is gemaakt bij soorten van bijlage A tussen dieren en planten aangezien alleen bij deze richtlijn ook dat onderscheid zich voordoet tussen waardering tussen dieren en planten.
Voor dergelijke grote partijen geldt dat het puntentotaal moet worden gezien als sanctie alleen. Door inbeslagname van de partij wordt het aanwezige economische voordeel (veelal vele malen groter dan de sanctie) eveneens weggenomen.
Voor middelgrote partijen is aansluiting gezocht bij de waardering van (herkenbare) delen van dieren of planten.
Voor kleine partijen die als handelsgoed zijn te beschouwen is het aantal punten ten opzichte van middelgrote partijen gehalveerd.
Partijen met een gewicht lager dan 500 gram worden beschouwd als persoonlijk goed. Het gaat om hoeveelheden die gemiddeld genomen vergelijkbaar zijn met individueel gebruik voor enkele weken. De puntenwaardering heeft primair tot doel de overtreder te attenderen op het feit dat het bezit niet is toegestaan.
Voor ivoor en kaviaar gelden, gelet op de afwijkende economische waarde, aangepaste richtlijnen.
Bijkomende straffen
Indien sprake is van overtredingen van de Flora- en faunawet waarbij door jacht en schadebestrijding de bescherming van inheemse diersoorten onnodig en opzettelijk in gedrang is gekomen, kan overwogen worden verleende vergunningen (akten) en ontheffingen in te trekken.
Imperatieve en facultatieve gronden voor het intrekken van jachtakten, valkeniersakten en kooikersakten staan vermeldt in art 41 Flora- en faunawet. Na intrekking jachtakte moet een geweer in bewaring worden gegeven bij (plaatselijke) politie zolang de aktehouder niet kan beschikken over de jachtakte. De intrekkingsduur van de jachtakte zal aan de verdachte (schriftelijk) bekend moeten zijn gemaakt.
Ook is het verbeurdverklaren van een in beslag genomen geweer of (andere) ongeoorloofde vangmiddelen aan te merken als een bijkomende straf.
Redenen om een preparateurvergunning in te trekken kunnen gelegen zijn in het stelselmatig overtreden van de wettelijke verplichtingen door de vergunninghouder.
Voor vergunningen en ontheffingen gelden de gronden voor intrekking zoals genoemd in art 80 Flora- en faunawet.
1. Doden, vangen, bemachtigen van beschermde inheemse dieren/Plukken, afsnijden, uitsteken, vernielen etc beschermde inheemse planten (artikel 8 en 9)
Beschrijving
Bij de beoordeling van het doden, vangen, bemachtigen van beschermde inheemse dier- en plantensoorten zijn de soort, de mate van bedreigd zijn en de omvang van het delict van primair belang. Voor wat betreft de soort is een verschil gemaakt tussen bedreigde soorten en de overige soorten.
Als verzwarende factoren kunnen gelden dat de activiteit in een kwetsbaar gebieden heeft plaatsgevonden (gebieden zoals bedoeld in art 19 en art 46, lid 3 Flora- en faunawet), de mate van professionaliteit van de overtreder (o.a. deskundigheid, werkwijze en omvang vangactiviteiten), het doelbewust overtreden met "winst"-oogmerk en de zorgplicht.
| Basisfactoren | |
| Aantal minder bedreigde specimina, per stuk: 6 pt | = € 150,- |
| Aantal bedreigde specimina, per stuk: 30 pt | = € 750,- |
Delictspecifieke factoren | |
| Kwetsbaar gebied: | + 50% |
Recidive Mate van recidive (voor milieu geldt een recidive-termijn van 5 jaar) | |
| - geen recidive | + 0% |
| - 1 maal | + 50% |
| - 2 maal | +100% |
| - 3 maal of meer | +150% |
| Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive. | |
| Draagkracht | |
| Geen invloed | |
| Professionaliteit | |
| Gelet op de extra bedreiging die uit gaat van
handelsactiviteiten (grootschaliger negatieve inbreuk op
populaties, commerciële motieven) dient de richteis voor
delicten door specialisten en handelaren verzwaard te
worden: | |
| Het betreft een deskundige/specialist/handelaar | + 100% |
| Andere verdachte | + 0% |
| Uitgangspunt indien onbekend: conform omschrijving
'ander soort verdachte'. | |
| Doelbewuste overtreding | |
| Er is doelbewust in strijd met de milieuwetgeving
gehandeld en/of het delict heeft het aantoonbaar oogmerk van het behalen van economisch voordeel | + 25% |
| Het delict is per ongeluk gepleegd | - 25% |
| Anders | + 0% |
| Uitgangspunt indien onbekend: conform omschrijving
'anders'. | |
| Zorgplicht | |
| Niet voldoen aan zorgverplichting (artikel 2 Ffw [1]) | + 25% |
2. Opzettelijk verontrusten van beschermde inheemse diersoorten/Verstoren, beschadigen, wegnemen, uithalen nesten, holen, of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaats van beschermde inheemse diersoort (artikel 10 en 11)
Beschrijving
Bij het verontrusten van beschermde inheemse dieren dient expliciet de opzet te worden aangetoond.
Van belang bij de beoordeling is de omvang van de verontrusting in relatie tot de kwetsbaarheid van de soort die wordt verontrust. Voor wat betreft de soort is een verschil gemaakt tussen kwetsbare soorten en de overige minder kwetsbare soorten.
Als verzwarende factor geldt het verstoren of verontrusten in een kwetsbaar gebied (gebieden zoals bedoeld in art 19 en art 46, lid 3 Flora- en faunawet). Bij het verstoren van nesten, holen, voortplantings- of rust- of verblijfplaatsen van beschermde inheemse diersoorten is het aantonen van opzet niet noodzakelijk.
| Basisfactoren | ||
| Aantal opzettelijk verontruste dieren Minder kwetsbare soorten: Één of enkele exemplaren | 1 pt | = € 25,- |
| Enkele tientallen | 8 pt | = € 200,- |
| Grotere aantallen | 18 pt | = € 450,- |
| Kwetsbare soorten Per stuk | 30 pt | = € 750,- |
Aantal verstoorde nesten, holen, voortplantings- of
vaste rust- of verblijfplaatsen | 5 pt | = € 125,- |
| Kwetsbare soorten per stuk | 30 pt | = € 750,- |
| Delictspecifieke factoren | ||
| Kwetsbaar gebied: | + 50% | |
| Recidive | ||
| Mate van recidive (milieu, 5 jaar) - geen recidive - 1 maal - 2 maal - 3 maal of meer | + 0% + 50% +100% +150% | |
Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive. | ||
| Draagkracht | ||
| Geen invloed | ||
| Professionaliteit | ||
| Gelet op de extra bedreiging die uit gaat van
handelsactiviteiten (grootschaliger negatieve inbreuk op
populaties, commerciële motieven) dient de richteis voor
delicten door specialisten en handelaren verzwaard te
worden: Het betreft een deskundige/specialist/handelaar | + 100% | |
| Andere verdachte | + 0% | |
| Uitgangspunt indien onbekend: conform omschrijving
'ander soort verdachte'. | ||
| Doelbewuste overtreding | ||
| Er is doelbewust in strijd met de milieuwetgeving gehandeld | + 25% | |
| en of het delict heeft het aantoonbaar oogmerk van het | ||
| behalen van economisch voordeel. | ||
| Het delict is per ongeluk gepleegd Anders | - 25% + 0% | |
Uitgangspunt indien onbekend: conform omschrijving 'anders'. | ||
| Zorgplicht | ||
| Niet voldoen aan zorgverplichting (art 2 Ffw [2]) | + 25% | |
3. Exemplaren of producten van beschermde inheemse plant en of diersoorten onder zichhebben, vervoeren of verhandelen (artikel 13)
Beschrijving
Het onder zich hebben omvat ook het vervoeren van een beschermde dier of plant en alle met het oog op handelsactiviteiten gerichte handelingen, waaronder ook uitvoer en het tentoonstellen met planten en dieren.
De beoordeling van het onder zich hebben, vervoeren of verhandelen van beschermde inheemse plant en of diersoorten is afhankelijke van de mate van kwetsbaarheid van de soort. Voor wat betreft de soort is een verschil gemaakt tussen kwetsbare soorten en de overige minder kwetsbare soorten.
Basisfactoren
| Dieren onder zich hebben | ||
| Aantal minder kwetsbare dieren, per stuk: | 2 pt [3] | = € 50,- |
| Aantal kwetsbare dieren, per stuk: | 30 pt | = € 750,- |
| Aantal producten gemaakt van of door minder kwetsbare dieren, per stuk | 2 pt | = € 50,- |
| Aantal producten gemaakt van of door kwetsbare dieren, per stuk | 4 pt | = € 100,- |
| Planten onder zich hebben | ||
| Aantal minder kwetsbare planten, per stuk: | 5 pt | = € 125,- |
| Aantal bedreigde kwetsbare planten, per stuk: | 30 pt | = € 750,- |
| Aantal producten gemaakt van of door minder kwetsbare planten, per stuk | 2 pt | = € 50,- |
| Aantal producten gemaakt van of door kwetsbare planten, per stuk | 10 pt | = € 250,- |
Delictspecifieke factoren
Recidive
| Mate van recidive (milieu, 5 jaar) | ||
| - geen recidive | + 0% | |
| - 1 maal | + 50% | |
| - 2 maal | +100% | |
| - 3 maal of meer | +150% | |
Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive. |
Draagkracht
Geen invloed
Professionaliteit
Gelet op de extra bedreiging die uit gaat van handelsactiviteiten (grootschaliger negatieve inbreuk op populaties, commerciële motieven) dient de richteis voor delicten door specialisten en handelaren verzwaard te worden:
| Het betreft een specialist/handelaar | + 100% |
| Andere verdachte | + 0% |
Uitgangspunt indien onbekend: conform omschrijving 'ander soort verdachte'. |
Doelbewuste overtreding
| Er is doelbewust in strijd met de milieuwetgeving
gehandeld en of het delict heeft het aantoonbaar oogmerk van het behalen van economisch voordeel. | + 25% |
| Het delict is per ongeluk gepleegd | - 25% |
| Anders | + 0% |
Uitgangspunt indien onbekend: conform omschrijving 'anders'. | |
| Zorgplicht | |
| Niet voldoen aan zorgverplichting (art 2 Ffw) [4] | + 25% |
4 Jacht en beheer en schadebestrijding (diverse artikelen)
Beschrijving
Onder de delictsomschrijvingen in het kader van jacht vallen de subdelicten jacht zonder akte, bezit en gebruik van ongeoorloofde vangmiddelen, jagen in gesloten tijd en drijfjacht. Uitgangspunt is dat de delicten onder het begrip jacht vallen en sprake is van handelingen met aangewezen wildsoorten waarvoor een akte (jacht-, valkeniers- of kooikersakte) noodzakelijk is. In andere gevallen is sprake van overtredingen ten opzichte van beschermde inheemse soorten.
Als verzwarende factor geldt bij de beoordeling van het delict of het in een kwetsbaar gebied heeft plaatsgehad (gebieden zoals bedoeld in art 19 en art 46, lid 3 Flora- en faunawet).
Voor beheer en schadebestrijding dient men in het bezit te zijn van ofwel een jachtakte of gebruiker te zijn van de grond. Het in strijd met de wettelijke regels doden of vangen van dieren in het kader van beheer en schadebestrijding is vergelijkbaar gesteld met de jachtovertredingen.
Basisfactoren
| Jagen/beheer en schadebestrijding zonder akte/ontheffing/vergunning | 15 pt | = € 375,- |
| Jagen buiten toegestane periode | 4 pt | = € 100,- |
| Drijfjacht hoefdieren | 20 pt | = € 500,- |
Bezit en of jacht/beheer en schadebestrijding met ongeoorloofde vangmiddelen: | ||
| - Aantal verboden vangmiddelen voor de vangst van één individu, per stuk | 2 pt | = € 50,- |
| - Aantal verboden vangmiddelen voor de vangst van grotere aantallen, per stuk | 20 pt | = € 500,- |
Het dragen van het geweer door jachtaktehouder op gronden waartoe niet gerechtigd | 3 pt | = € 75,- |
Delictspecifieke factoren
| Kwetsbaar gebied: | + 50% |
Recidive
| Mate van recidive (milieu, 5 jaar) | ||
| - geen recidive | + 0% | |
| - 1 maal | + 50% | |
| - 2 maal | +100% | |
| - 3 maal of meer | +150% | |
| Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive. | ||
| Draagkracht | |
| Geen invloed | |
Zorgplicht
| Niet voldoen aan zorgverplichting m.b.t. het voorkomen van onnodig lijden dieren | + 25% |
5. Exemplaren of producten van beschermde uitheemse plant en of diersoorten uit bijlage A onder zich hebben, vervoeren of verhandelen (art 13)
Beschrijving
Het onder zich hebben omvat ook het vervoeren van een beschermde dier of plant en alle met het oog op handelsactiviteiten gerichte handelingen met planten en dieren.
De beoordeling van het onder zich hebben, vervoeren, in- en uitvoer of verhandelen van beschermde plant en of diersoorten is afhankelijke van de kwetsbaarheid van het specimen. Dier en planten van een soort die onder bijlage A van verordening 338/97 vallen worden direct met uitsterven bedreigd. Daardoor worden delicten met deze soorten zwaarder beoordeeld dan voor dier- of plantensoorten van andere bijlagen.
Basisfactoren
| Aantal levende/dode dieren van bijlage A - per stuk: | 30 pt | = € 750,- |
Aantal levende/dode planten van bijlage A - per stuk: | 12 pt | = € 300,- |
Aantal delen van dieren en of planten van bijlage A - per stuk | 8 pt | = € 200,- |
Hoeveelheid ivoor | 0,1 pt | = € 2,50 |
| Hoeveelheid product gemaakt van dieren en of planten van bijlage A: |
Hoeveelheid | Dierlijke preparaat bijlage A (punten) | Plantaardig preparaat bijlage A (punten) |
<500 gram | 1 = € 25,- | 1 = € 25,- |
500 tot 1.500 gram | 4 = € 100,- | 4 = € 100,- |
1.500 tot 10.000 gram | 8 = € 200,- | 8 = € 200,- |
10 tot25 kilogram | 30 = € 750,- | 12 = € 300,- |
25 tot 100 kilogram | 60 = € 1500,- | 24 = € 600,- |
100 tot 500 kilogram | 120 = € 3000,- | 48 = € 1200,- |
500 tot 1000 kilogram | 240 = € 6000,- | 96 = € 2400,- |
Delictspecifieke factoren
Recidiveregeling
| Mate van recidive (milieu, 5 jaar) | |
| - geen recidive - 1 maal | + 0% + 50% |
| - 2 maal | +100% |
| - 3 maal of meer | +150% |
| Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive. |
Draagkracht
| Aard van de verdachte: | |
| Particulier | - 25% |
| klein bedrijf | + 0% |
| middelgroot bedrijf | + 25% |
| grootbedrijf | + 50% |
6. Exemplaren of producten van beschermde uitheemse planten of diersoorten uit bijlage B onder zich hebben, vervoeren of verhandelen (art 13)
Beschrijving
In bijlage B zijn delen of producten van dieren opgenomen die direct met uitsterven worden bedreigd en die afkomstig zijn van de tijger (botten en daarvan of daarmee vervaardigde producten van de Panthera Tigris) of de neushoorn (hoorns en daarvan of daarmee vervaardigde producten van de familie Thinocerotidae). Daarnaast zijn in bijlage B genoemd dode dieren of delen of producten van dieren en dode planten, alsmede delen of producten van planten die behoren tot de beschermde flora en fauna van het Europese grondgebied.
Het vervoeren, in- en uitvoer of het onder zich hebben van exemplaren, delen of producten van die soorten wordt zwaarder gestraft dan in geval van soorten van bijlage C, maar minder zwaar dan in geval van soorten van bijlage A.
Basisfactoren
| Aantal levende/dode dieren van bijlage B | ||
| - per stuk: | 20 pt | = € 500,- |
| ||
| - per stuk: | 12 pt | = € 300,- |
Aantal delen van dieren en of planten van bijlage B | ||
| - per stuk | 8 pt | = € 200,- |
Hoeveelheid product gemaakt van dieren en of planten van bijlage B | ||
Hoeveelheid | Dierlijke preparaat bijlage B (punten) | Plantaardig preparaat bijlage B (punten) |
<500 gram | 1 = € 25,- | 1 = € 25,- |
500 tot 1.500 gram | 4 = € 100,- | 4 = € 100,- |
1.500 tot 10.000 gram | 8 = € 200,- | 8 = € 200,- |
10 tot 25 kilogram | 20 = € 500,- | 12 = € 300,- |
25 tot 100 kilogram | 40 = € 1000,- | 24 = € 600,- |
100 tot 500 kilogram | 80 = € 2000,- | 48 = € 1200,- |
500 tot 1000 kilogram | 160 = € 4000,- | 96 = € 2400,- |
Delictspecifieke factoren
Recidiveregeling
| Mate van recidive (milieu, 5 jaar) | |
| - geen recidive | + 0% |
| - 1 maal | + 50% |
| - 2 maal | +100% |
| - 3 maal of meer | +150% |
Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive. |
Draagkracht
| Aard van de verdachte: | |
| Particulier | -25% |
| klein bedrijf | + 0% |
| middelgroot bedrijf | + 25% |
| grootbedrijf | + 50% |
7. Exemplaren of producten van beschermde uitheemse plant en of
diersoorten uit bijlage C onder zich hebben, vervoeren of
verhandelen (art 13)
Beschrijving
In bijlage C staan levende dieren en planten, dode dieren en planten en delen of producten van dieren en planten genoemd die behoren tot soorten waarvoor handelsbeperkende maatregelen moeten worden genomen teneinde te voorkomen dat deze dezelfde status krijgen als de soorten op bijlage A en B.
Basisfactoren
| Aantal levende/dode dieren van bijlage C | ||
| - per stuk: | 9 pt | = € 225,- |
Aantal levende/dode planten van bijlage C | ||
| - per stuk: | 9 pt | = € 225,- |
Aantal delen van dieren en of planten van bijlage C | ||
| - per stuk | 6 pt | = € 150,- |
Hoeveelheid product gemaakt van dieren en of planten van bijlage C |
Hoeveelheid | Preparaat bijlage C (punten) |
<500 gram | 1 = € 25,- |
500 tot 1.500 gram | 3 = € 75,- |
1.500 tot 10.000 gram | 6 = € 150,- |
10 tot25 kilogram | 9 = € 225,- |
25 tot 100 kilogram | 18 = € 450,- |
100 tot 500 kilogram | 36 = € 900,- |
500 tot 1000 kilogram | 72 = € 1800,- |
Delictspecifieke factoren5
Recidiveregeling
| Mate van recidive (milieu, 5 jaar) | |
| - geen recidive | + 0% |
| - 1 maal | + 50% |
| - 2 maal | +100% |
| - 3 maal of meer | +150% |
Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive. |
Draagkracht
| Aard van de verdachte: | |
| Particulier | - 25% |
| klein bedrijf | + 0% |
| middelgroot bedrijf | + 25% |
| grootbedrijf | + 50% |
8 Persoonlijke goederen (waaronder ook souvenirs en huisraad) (art 13)
Beschrijving
De belangrijkste indicaties om te bepalen of sprake is van een persoonlijk goed of handelswaar is het aantal en/of de hoeveelheid van de aangetroffen goederen. Voor overtredingen ten aanzien van koralen, schelpen, rainsticks en planten in de sfeer van niet-handelsgoed (maximaal 3 stuks) gelden afwijkende sancties. Voor grotere aantallen (> 3 stuks) wordt uitgegaan van een handelsgoed. Voor producten, gemaakt van beschermde dieren of planten, wordt uitgegaan van het totale netto gewicht (zonder verpakking e.d.) waarbij bij een hoeveelheid van < 500 gram aannemelijk dat het een persoonlijk goed betreft.
Op deze wijze is het mogelijk onderscheid te maken tussen een toerist en een koerier die zich als toerist voordoet.
Basisfactoren
| Aantal souvenirs | ||
| - per stuk: | 2 pt | = € 50,- |
Producten gemaakt van beschermde dieren of planten | ||
| - tot 500 gram: | 1 pt | = € 25,- |
Kaviaar | ||
| - hoeveelheid tot 250 gram [5] | 0 pt | = € 0,- |
| - 250 tot 350 gram | 10 pt | = € 250,- |
| - 350 tot 500 gram | 15 pt | = € 375,- |
Ivoor | ||
| - per gram | 0,1 pt | = € 2,50 |
Delictspecifieke factoren
Recidiveregeling
| Mate van recidive (milieu, 5 jaar) | |
| - geen recidive | + 0% |
| - 1 maal | + 50% |
| - 2 maal | +100% |
| - 3 maal of meer | +150% |
Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive. |
Overzicht wet- en regelgeving Flora- en faunawet (per 13 maart 2002)
WET
- Flora- en faunawet (Stb. 1998, 402, laatstelijk gewijzigd bij wet van 24 april 2002, Stb. 2002, 236))
Amvb's
- Jachtbesluit (Stb. 2000, 520, laatstelijk gewijzigd bij besluit 11 maart 2002, Stb. 2002, 136)
- Besluit beheer en schadebestrijding dieren (Stb. 2000, 521; laatstelijk gewijzigd bij besluit van 16 januari 2004, Stb. 2004, 29)
- Besluit Faunabeheer (Stb. 2000, 522)
- Besluit aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet (Stb. 2000, 523)
- Besluit prepareren van dieren (Stb. 2000, 524)
- Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten (Stb. 2000, 525; gewijzigd bij besluit 23 oktober 2001, Stb. 2001,499)
- Besluit Faunafonds (Stb. 2002, 337))
Regelingen
- Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet (Stcrt. 2002, 51)
- Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet (Stcrt. 2002, 51, gewijzigd bij regeling van 31 maart 2004, Stcrt. 2004,66))
- Regeling administratie bezit van en handel in beschermde dier- en plantensoorten(Stcrt. 2002, 51)
- Regeling afgifte en kenmerken gesloten pootringen en andere merktekens (Stcrt. 2002, 51)
- Regeling prepareren van dieren (Stcrt. 2001, 241)
- Regeling aanwijzing douanekantoren beschermde dier- en plantensoorten (Stcrt. 2001, 220)
- Regeling tarieven Flora- en faunawet (Stcrt. 2001, 220, gewijzigd bij regeling van 23 juli 2002, Stcrt. 2002, 139)
- Jachtregeling (Stcrt. 2001, 244, gewijzigd bij regeling van 9 september 2002, Stcrt. 2002, 175)
- Regeling beheer en schadebestrijding dieren (Stcrt. 2001, 241)
- Regeling aanwijzing toezichthouders Flora- en faunawet (Stcrt. 2001, 220)
- Regeling vaststelling model bewijs van verzekering (Stcrt. 2001, 220, gewijzigd bij regeling van 25 maart 2002, Stcrt. 25 maart 2002, Stcrt. 2002, 61)
- Bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten (Stcrt. 2001, 220)
- Regeling vaststelling rode lijst-soorten (PM)
- Regeling zoeken en rapen van kievitseieren Flora- en faunawet (Stcrt 2002, 62)
- Regeling vaststelling modellen en aanvraagformulier jacht-, valkeniers- en kooikersakten (Stcrt. 2002, 47)
- Regeling erkenning jachtexamen en prepararteursexamen Flora- en faunawet (Stcrt. 2003, 160, gewijzigd bij regeling van 3 september 2004, Stcrt. 2004, 173)
Overzicht verbodsbepalingen Flora- en faunawet
Kernbepalingen Flora- en faunawet
Overige verbodsbepalingen
- Het verbod op het verrichten of doen verrichten van bepaalde handelingen op een plaats die is aangewezen als beschermde leefomgeving (art. 26, derde lid).
- Het doden van dieren met hagel die metallisch lood bevat (art. 7 van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren). Ongeoorloofd middel en bestuursrechtelijk te handhaven(intrekken jachtakte).
- Het niet in acht nemen van de bepaling dat de houder van een jachtakte, resp. een valkeniersakte, zijn geweren of jachtvogels slechts mag gebruiken voor het uitoefenen van de jacht, beheer en schadebestrijding of het schieten van kleiduiven (art 52).
- Het verbod om een geregistreerde eendenkooi vangklaar te houden in de periode dat de jacht is gesloten (art. 58).
- Het verbod voor een ieder, anders dan de kooiker van een geregistreerde kooi, of degene die handelt met diens toestemming, binnen de afpalingskring van die kooi handelingen te verrichten waardoor eenden binnen de afpalingskring kunnen worden verontrust (art. 59, tweede lid).
- Het verbod zich bij het zoeken naar kievitseieren te laten vergezellen door een of meer honden (art 60, vijfde lid).
- Het verbod op het vervoeren of afleveren van kievitseieren, anders dan overeenkomstig het bepaalde in artikel 61, tweede lid).
- Het verbod om dode dieren te prepareren die behoren tot soorten waarop de wet van toepassing is, zonder vergunning van de Minister van LNV (art. 62, eerste lid).
- Het verbod om dieren te prepareren die behoren tot soorten aangewezen krachtens artikel 64, eerste lid (art. 64, tweede lid).
- Het zich buiten gebouwen te bevinden met hagelpatronen die metallisch lood bevatten (art. 11 van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren).
* Behoudens de uitzondering genoemd in art. 21 van het
Jachtbesluit.
** Behoudens de uitzonderingen genoemd in art. 15 van het
Jachtbesluit.
[1] De zorgplicht van artikel 2
gaat niet alleen over handelingen ter voorkoming van
onnodig lijden, maar om alle handelingen of juist het
nalaten daarvan om nadelige effecten te voorkomen bij fauna
en flora
[2]De zorgplicht van
artikel 2 gaat niet alleen over handelingen ter voorkoming
van onnodig lijden, maar om alle handelingen of juist het
nalaten daarvan om nadelige effecten te voorkomen bij fauna
én flora
[3]op basis Bestuurlijke
transactie geldt richteis ter hoogte van 2
punten
[4]De zorgplicht van
artikel 2 gaat niet alleen over handelingen ter voorkoming
van onnodig lijden, maar om alle handelingen of juist het
nalaten daarvan om nadelige effecten te voorkomen bij fauna
én flora
[5]tot 250 gram per
persoon vrijgesteld van de vergunningplicht op grond van
artikel 27, vierde lid
EU-Uitvoeringsverordening
[6]NB: Artikel 13, eerste
lid, onderdeel b en artikel 13, tweede en derde lid, van de
Flora- en faunawet treden niet in werking.