Tijdelijke ontheffing Aanwijzing auditief en
audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en
verdachten
Het College van procureurs-generaal
verleent tot 1 oktober 2010 aan alle politiekorpsen ontheffing
van de verplichting om te voldoen aan de beleidsregels uit deze
aanwijzing.
Vanaf 1 oktober 2010 verleent het College nog ontheffing van deze
verplichting aan de volgende politiekorpsen:
- Amsterdam-Amstelland
- Kennemerland
- Zaanstreek-Waterland
- Noord-Holland Noord
- Rotterdam-Rijnmond
- Zuid-Holland Zuid
De ingangsdatum van inwerkingtreding van de Aanwijzing voor
genoemde politiekorpsen wordt nader bepaald.
In het belang van de waarheidsvinding is het wenselijk dat in bepaalde gevallen aangiften en/of verhoren auditief of audiovisueel worden opgenomen. Deze vormen van registratie kunnen ingezet worden zowel voor verhoren van aangevers en getuigen (waaronder slachtoffers) als voor verhoren van verdachten. Een landelijk uniforme aanpak is noodzakelijk. Om die reden wordt in deze aanwijzing auditieve of audiovisuele registratie in een aantal gevallen verplicht gesteld. In andere gevallen blijft dit facultatief.
De auditieve en audiovisuele registratie zijn in de eerste
plaats hulpmiddelen ten behoeve van de toetsbaarheid van de
verhoren in een latere fase van het strafproces. Audiovisueel
registreren kan van belang zijn als er sprake is van
omstandigheden die gelegen zijn in de kwetsbaarheid van de
verhoorde persoon of in de aard van het verhoor. Audiovisuele
opnamen bieden immers de mogelijkheid om non-verbale signalen en
vastgelegde emotie terug te zien.
Daarnaast geeft het gebruik van opnameapparatuur de mogelijkheid
om:
- aanwijzingen te geven aan de verhoorders tijdens het verhoor en
vervolgverhoren;
- (gedrags)deskundigen te laten adviseren tijdens of na het
verhoor;
- ondersteuning te bieden bij het uitwerken van de verklaring in
het proces-verbaal;
- als evaluatiemateriaal te gebruiken voor verdere
professionalisering van verhoorders;
- leerstof te genereren ten behoeve van opleidingen in
verhoormethodieken.
Deze aanwijzing bevat regels voor het auditief respectievelijk audiovisueel registreren van verhoren afgenomen van aangevers, getuigen en verdachten. Aangegeven is wanneer het verplicht is om verhoren auditief dan wel audiovisueel vast te leggen en wanneer dit facultatief is. Hierbij is niet de opsporingsinstantie maar de aard van de zaak bepalend. Voorgeschreven is welk type registratie minimaal verplicht is. Indien de Officier van Justitie (OvJ) of Advocaat-generaal (A-G) dit in een concreet geval noodzakelijk acht, kan besloten worden tot een "zwaardere" vorm van registratie. Voorts bevat de aanwijzing regels voor registratie van verhoren van kwetsbare personen.
De opsporingsinstantie is verantwoordelijk voor de beschikbaarheid, capaciteit, organisatie en integriteit van de technische infrastructuur en voor een deugdelijke opslag en administratie van de registraties. De procedures voor het auditief en audiovisueel registreren zijn beschreven in een protocol. Voor audiovisuele registratie van verhoren is daarbij uitgangspunt dat alle actoren in de verhoorkamer op de audiovisuele registratie waarneembaar zijn. Het protocol, dat hierachter is opgenomen, maakt onderdeel uit van deze aanwijzing en heeft aldus een bindend karakter.
In deze paragraaf staan de gevallen genoemd waarin auditieve of audiovisuele registratie verplicht is en is een indicatie gegeven wanneer daartoe facultatief zou kunnen worden overgegaan (zie voor beslisschema Bijlage 1). De verplichting geldt niet voor verhoren in het kader van de vaststelling van de identiteit, het verhoor bij voorgeleiding door de hulpofficier van justitie en het verhoor bij de inverzekeringstelling door de hulpofficier van justitie.
a. Verplichte auditieve registratie
Auditieve registratie van alle verhoren van verdachten en
geplande [1] verhoren van getuigen en
aangevers is verplicht bij misdrijven die strafbaar zijn
gesteld in het Wetboek van (Militair) Strafrecht, als:
- er een overleden slachtoffer is;
- de strafbedreiging 12 jaar of meer bedraagt;
- de strafbedreiging minder dan 12 jaar bedraagt en er sprake is
van evident zwaar lichamelijk letsel;
- het gaat om een zedendelict met een strafbedreiging van 8 jaar
of meer of om seksueel misbruik in een
afhankelijkheidsrelatie.
b. Verplichte audiovisuele registratie
1. bij alle verhoren van verdachten en geplande verhoren van
getuigen en aangevers wanneer:
- de verhoorder tijdens de uitvoering van het verhoor wordt
ondersteund door een gedragsdeskundige of
- de persoon die wordt verhoord kwetsbaar is én er sprake is van
een hierboven onder a genoemd misdrijf.
Kwetsbaar zijn minderjarigen onder de 16 jaar en personen met
een (kennelijke) verstandelijke beperking of cognitieve
functiestoornis. Indien de minderjarige onder de 12 jaar is,
wordt het verhoor in een kindvriendelijke studio afgenomen.
2. wanneer een getuige wordt gehoord door een gedragsdeskundige.
[2]
c. Facultatief registreren
Ook in andere dan de hierboven genoemde gevallen kan de
OvJ/A-G termen aanwezig achten om tot auditieve of audiovisuele
registratie van verhoren over te gaan. Reden hiervoor kan gelegen
zijn in:
- de persoon van de betrokkene;
- de aard van de zaak;
- het verloop van het verhoor.
Waar het een getuige of aangever betreft wordt in de afweging om
al dan niet tot auditieve of audiovisuele registratie over te
gaan rekening gehouden met de belangen van de betrokkene.
Facultatieve auditieve en audiovisuele registratie vindt uitsluitend plaats na overleg tussen de teamleider van de opsporingsinstantie en de OvJ/A-G. In uitzondering hierop kan de teamleider hiertoe zelfstandig opdracht geven, indien het verloop van het verhoor onverwacht aanleiding geeft om tot registratie over te gaan.
Wanneer er sprake is van een verhoor in opdracht van de rechter-commissaris (R-C), kan de R-C bevelen dat het verhoor auditief of audiovisueel wordt geregistreerd.(artikel 177 Wetboek van Strafvordering). Hij doet dat zoveel mogelijk door tussenkomst van de OvJ.
d. Opslag en bewaartermijn
De auditieve en audiovisuele registraties worden opgeslagen
bij de instantie die de verhoren auditief of audiovisueel heeft
geregistreerd.
De auditieve of audiovisuele registraties van verhoren worden
verwijderd zodra zij niet langer noodzakelijk zijn voor het doel
van het onderzoek. In geval een opsporingsonderzoek geleid heeft
tot een vervolging, zal dit het geval zijn op het moment dat de
uitspraak onherroepelijk is geworden. In andere gevallen worden
registraties van verhoren bewaard tot de verjaringstermijn van
het delict in kwestie is verstreken.
Nadat deze termijn is verstreken verzoekt de instantie waar de registraties zijn opgeslagen de OvJ om een opdracht tot vernietiging van de registratie. De opdracht tot vernietiging wordt binnen 30 dagen uitgevoerd.
Als een getuige geen informatie heeft verstrekt over het vermeende strafbare feit, kan de OvJ/A-G opdracht geven tot (eerdere) vernietiging van de registratie.
Voor auditieve registratie van verhoren in opsporingsonderzoeken
[3] geldt het volgende. De
beleidsregels in deze aanwijzing zijn van toepassing op
opsporingsonderzoeken die zijn gestart op of na de datum van
inwerkingtreding van deze aanwijzing.
Voor audiovisuele registratie van verhoren in
opsporingsonderzoeken geldt het volgende. De beleidsregels in
deze aanwijzing zijn van toepassing op opsporingsonderzoeken die
zijn gestart op of na de datum van inwerkingtreding van deze
aanwijzing.
Op deze hoofdregel zijn twee uitzonderingen van toepassing:
1. Als het een opsporingsonderzoek betreft naar een seksueel
misdrijf en dat onderzoek is gestart vóór de datum van
inwerkingtreding van deze aanwijzing. In deze gevallen zijn de
beleidsregels voor het registreren van verhoren van toepassing
ingevolge de Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel
misbruik.
2. Als het verhoor wordt afgenomen van een persoon onder de
leeftijdsgrens van zestien jaar of van een persoon met een
verstandelijke beperking in het geval van een opsporingsonderzoek
naar een misdrijf dat strafbaar is gesteld in het Wetboek van
Strafrecht:
- waarbij sprake is van een overleden slachtoffer;
- de strafdreiging voor het delict 12 jaar of meer bedraagt;
- dan wel het een zedendelict betreft met een strafdreiging van 8
jaar of meer of een geval van seksueel misbruik in een
afhankelijkheidsrelatie.
Bij deze verhoren is audiovisuele registratie met ingang van 1
oktober 2006 verplicht.
1. Definities
a) Algemeen
Gepland verhoor
Een verhoor dat is voorzien en
plaatsvindt in een politiebureau of door omstandigheden elders
(ziekenhuis, penitentiaire inrichting, thuis).
Registratie
De digitale opname van een verhoor
opgeslagen bij de betreffende opsporingsinstantie.
Registratieapparatuur
De auditieve of audiovisuele opnameapparatuur die is bestemd voor
het vastleggen van het verhoor.
b) Ruimtes
Verhoorruimte
De ruimte in het bureau van een
opsporingsinstantie of penitentiaire inrichting waar het verhoor
wordt afgenomen en die is voorzien van registratieapparatuur.
Regieruimte audiovisuele registratie
De ruimte, niet deel uitmakende van een kindvriendelijke studio,
van waaruit het verhoor direct kan worden beïnvloed door de
verhoorcoach.
Meekijkruimte
De ruimte bestemd om het verhoor live te volgen en van waaruit
het verhoor niet kan worden beïnvloed.
Uitkijkruimte raadsman
Ruimte waar een raadsman ongestoord een registratie kan
bekijken/beluisteren.
Kindvriendelijke studio
Een studio die is ingericht voor het verhoren van kinderen
beneden de 12 jaar.
Regieruimte kindvriendelijke studio
De ruimte van waaruit de bediening van de opnameapparatuur in de
verhoorruimte plaatsvindt. Directe communicatie met de
verhoorders is niet mogelijk.
c) Functies
Verhoorder
De opsporingsambtenaar die het verhoor uitvoert.
Verhoorcoach
De opsporingsambtenaar die de verhoorder begeleidt en inhoudelijk
adviseert bij de voorbereiding en/of uitvoering van het
verhoor.
Gedragsdeskundige
Een persoon die deskundig is op het gebied van de
gedragswetenschappen en vanuit die expertise adviseert bij de
voorbereiding en/of uitvoering van het verhoor.
Beheerder verhoorregistraties
De door een korpschef/werkgever aangewezen coördinator die
verantwoordelijk is voor:
- beheer en planning van het gebruik van de verhoorruimtes met
registratieapparatuur en regiekamer(s);
- het verstrekken van registraties;
- het geheel of gedeeltelijk laten kennisnemen van
registraties.
Verhoorder in de kindvriendelijke studio
De
opsporingsambtenaar die het verhoor in een kindvriendelijke
studio afneemt en die is gecertificeerd voor de opleiding "Het
verhoren van jonge of verstandelijk beperkte getuigen" dan wel
deze opleiding volgt. Indien dit laatste het geval is, vindt het
verhoor plaats onder begeleiding van een aan die opleiding
verbonden docent. Ook kan het verhoor in bijzondere gevallen
worden afgenomen door een door de OvJ/A-G of R-C aangewezen
deskundige.
Regisseur in de kindvriendelijke studio
De opsporingsambtenaar die de audiovisuele vastlegging van het
verhoor in een kindvriendelijke studio technisch verzorgt en is
gecertificeerd voor de opleiding "Het verhoren van jonge of
verstandelijk beperkte getuigen" dan wel deze opleiding volgt.
Indien het laatste het geval is, vindt de registratie plaats
onder begeleiding van een aan die opleiding verbonden docent dan
wel een op dit gebied gecertificeerde verhoorder.
2. Procedure registreren van het verhoor
2.1 Het auditief registreren van verhoren
a) Wanneer op grond van de Aanwijzing een verhoor auditief wordt geregistreerd, worden alle vervolgverhoren van de betreffende persoon eveneens zo geregistreerd;
b) Auditief te registreren verhoren vinden plaats in een verhoorruimte. Indien de te verhoren persoon niet in de omstandigheden verkeert om in een verhoorruimte te worden gehoord, dan moet indien mogelijk mobiele audio registratieapparatuur worden gebruikt. In dit geval dient de registratie, zodra dit mogelijk is, op het netwerk te worden opgeslagen;
c) De verhoorder start de registratie voor aanvang van het verhoor;
d) De verhoorder doet mededeling van de datum, tijd en namen van de aanwezigen in de verhoorruimte. Tevens deelt de verhoorder aan de te verhoren persoon mede dat het verhoor auditief wordt geregistreerd;
e) Als tijdens het verhoor voorwerpen worden getoond, benoemt de verhoorder deze zodat op de registratie is te horen wat er wordt getoond;
f) Als tijdens het verhoor geluidsfragmenten ten gehore worden gebracht, benoemt de verhoorder deze vooraf zodat op de registratie duidelijk is uit welke bron dit fragment afkomstig is;
g) De verhoorder benoemt de datum en tijd van het einde van het verhoor en beëindigt daarna de registratie.
2.2 Het audiovisueel registreren van verhoren van
personen van 12 jaar en ouder
a) Wanneer op grond van de Aanwijzing een verhoor audiovisueel wordt geregistreerd, worden alle vervolgverhoren eveneens zo geregistreerd;
b) Audiovisueel te registreren verhoren vinden plaats in een verhoorruimte;
c) De registratie wordt gestart voor aanvang van het verhoor en voordat de te verhoren persoon de verhoorruimte betreedt;
d) Tijdens de registratie lopen in het opgenomen beeld de datum en tijd continue mee;
e) Bij verhoren van:
verdachten wordt de verdachte zodanig in beeld gebracht dat gezicht en bovenlichaam duidelijk waarneembaar zijn (nieuwslezeropstelling). De verhoorders worden met behulp van een inzet op eenzelfde manier in beeld gebracht. Met een overzichtscamera wordt een totaaloverzicht van de verhoorruimte gegenereerd. Dit wordt ook als inzet in beeld gebracht.
aangevers en getuigen wordt het verhoor minimaal met één overzichtscamera geregistreerd en wel zodanig dat het front van de te verhoren persoon duidelijk zichtbaar is;
f) De verhoorder deelt aan de te verhoren persoon mee welke functionarissen het verhoor volgen en dat het verhoor audiovisueel wordt geregistreerd;
g) Als tijdens het verhoor voorwerpen worden getoond, benoemt de verhoorder deze zodat op de registratie is te horen en te zien wat er wordt getoond;
h) Als tijdens het verhoor geluidsfragmenten ten gehore worden gebracht, benoemt de verhoorder deze vooraf zodat op de registratie duidelijk is uit welke bron dit fragment afkomstig is;
i) Als tijdens het verhoor beeldfragmenten worden getoond, dienen deze te worden geregistreerd zodat ze zichtbaar zijn op de opnamen;
j) De registratie wordt pas beëindigd nadat het verhoor is afgesloten. Indien het een verdachtenverhoor betreft, wordt de registratie beëindigd nadat de verdachte de verhoorruimte heeft verlaten;
k) Elke verplaatsing van de verdachte naar of vanuit de verhoorruimte (buiten het bereik van de registratieapparatuur) wordt begeleid door anderen dan de verhorende ambtenaren.
2.3 Het audiovisueel registreren van het verhoor in een
kindvriendelijke studio
a) De registratie start met een totaal overzicht van de ruimte voordat de te verhoren persoon door de verhoorder de verhoorruimte wordt binnengebracht;
b) Tijdens de registratie lopen in het opgenomen beeld de datum en tijd continue mee;
c) De regisseur houdt de te verhoren persoon en de verhoorder beiden in beeld;
d) De verhoorder deelt aan de te verhoren persoon mede welke personen het verhoor volgen en dat het verhoor audiovisueel wordt geregistreerd;
e) Als tijdens het verhoor voorwerpen worden getoond, benoemt de verhoorder deze zodat op de registratie is te horen en te zien wat er wordt getoond;
f) Als tijdens het verhoor geluidsfragmenten ten gehore worden gebracht, benoemt de verhoorder deze vooraf zodat op de registratie duidelijk is uit welke bron dit fragment afkomstig is;
g) Als tijdens het verhoor beeldfragmenten worden getoond, dienen deze te worden geregistreerd zodat ze zichtbaar zijn op de opnamen;
h) Tijdens een korte onderbreking gedurende het verhoor is van de verhoorder en de te verhoren persoon in beginsel tenminste één van hen in de verhoorruimte aanwezig;
i) De regisseur beëindigt de registratie nadat het verhoor is afgesloten en de te verhoren persoon met de verhoorder de verhoorruimte heeft verlaten;
j) Het verhoor wordt door één verhoorder afgenomen. In uitzonderingsgevallen kan één van de gezagsdragers of begeleiders daarbij passief aanwezig zijn. Ten behoeve van vertaling kan tevens een tolk aanwezig zijn;
k) In de regieruimte zijn slechts aanwezig de regisseur en de personen van wie ambtshalve hun aanwezigheid is vereist of gewenst.
3. Procedure opmaken proces-verbaal van verhoor
3.1 Zorgvuldigheidscriteria ten aanzien van het proces verbaal
Van elk geregistreerd verhoor wordt conform art. 152 Sv een proces-verbaal opgemaakt in de vorm van een samenvatting. Hierbij worden de belangrijke passages zo veel mogelijk in de woorden van de verhoorde persoon weergegeven; in dit proces-verbaal wordt ook de gevolgde werkwijze beschreven, waarbij in ieder geval wordt vastgelegd:
- de volledige personalia van de verdachte, getuige of
aangever;
- de melding aan de verdachte, getuige of aangever van het
auditief of audiovisueel registreren van het verhoor;
- de namen van verhoorders en, voor zover aanwezig, van de
personen in de regieruimte;
- de naam van de aanvrager;
- de naam van de toestemming- of opdrachtgevende OvJ/A-G/R-C bij
facultatieve registratie;
- de datum, plaats en tijdstippen van het verhoor en de
onderbrekingen (pauzes);
- de registratienummers;
- de naam van de eventuele tolk;
- de naam van de raadsman van de verdachte en de vermelding of
deze bij het verhoor aanwezig is geweest en zo ja, waar hij/zij
zich bevond.
Dit proces-verbaal wordt altijd in het procesdossier
gevoegd.
De gevalideerde imprimé processen-verbaal van verhoor van
aangevers, getuigen en verdachten zijn opgenomen in het
PolitieKennisNet en/of de bedrijfsprocessensystemen van de
opsporingsinstanties.
3.2 Woordelijk uitwerken van het verhoor in het
proces-verbaal
Slechts in bijzondere situaties en op uitdrukkelijk verzoek van de OvJ/A-G of de R-C wordt het verhoor, of delen daarvan, in het proces-verbaal woordelijk uitgewerkt.
4. Procedure beheer van registraties
4.1 Beheer van registraties
a) De beheerder van het netwerk zorgt voor deugdelijke back-up procedures, zodat de registraties beschikbaar blijven en zijn te bekijken/beluisteren;
b) De beheerder verhoorregistraties zorgt ervoor dat de registraties bekeken/beluisterd kunnen worden door de daartoe bevoegde personen;
c) De beheerder verhoorregistraties zorgt ervoor dat registraties worden verstrekt aan daartoe bevoegde personen.
4.2 Opdracht tot bewaring / vernietiging
a) De OvJ geeft, na een daartoe strekkend verzoek van de kant
van de opsporingsinstantie, schriftelijk opdracht aan deze
opsporingsinstantie de gegevensdragers te bewaren dan wel te
vernietigen.Wanneer de gegevensdragers zijn vernietigd, wordt de
opdracht tot vernietiging aangevuld met de gegevens van de
vernietiging en aan het procesdossier bij het OM toegevoegd. Een
kopie hiervan blijft achter bij de opsporingsinstantie.
De gevalideerde imprimés van het verzoek tot
bewaring/vernietiging en de kennisgeving van vernietiging zijn
opgenomen in het PolitieKennisNet en/of de
bedrijfsprocessensystemen van de opsporingsinstanties. Het
gevalideerde imprimé van de opdracht tot bewaring/vernietiging is
opgenomen in het bedrijfsprocessensysteem van het Openbaar
Ministerie;
b) Indien opdracht tot bewaring wordt gegeven, worden de registraties aan het OM overgedragen.
5. Procedure kennisneming & verstrekking van registraties
5.1 Doel
Het doel van onderstaande procedures m.b.t. alle auditieve en audiovisuele registraties, is het scheppen van waarborgen om het verspreiden, vernietigen, het wijzigen, het kopiëren en ander oneigenlijk gebruik van de tijdens de verhoren geregistreerde beelden of geluid te voorkomen.
5.2 Kennisneming van registraties
Kennisname van registraties tijdens het strafrechtelijk
onderzoek, het gerechtelijk vooronderzoek en / of het onderzoek
ter terechtzitting is geregeld in het Wetboek van Strafvordering.
Hierbij valt te denken aan kennisname door:
- de bij het onderzoek betrokken leden van de rechterlijke
macht;
- een door de behandelend OvJ/A-G of R-C aangewezen
persoon;
- de verdachte en/of diens raadsman met toestemming van de
OvJ/A-G of R-C;
- de met de zaak belaste opsporingsambtenaren.
Kennisname van registraties buiten de onder a genoemde
gevallen is geregeld in de toepasselijke regelgeving (Wet
Politiegegevens, Wet Justitiële en Strafvorderlijke gegevens, Wet
Openbaarheid Bestuur). Hierbij valt te denken aan kennisname
door:
- aangevers of getuigen dan wel hun gezagsdragers;
- de betreffende verhoorders en hun:
1. docenten en examinatoren ten behoeve van opleidingsdoeleinden
of
2. chefs ten behoeve van evaluatiedoeleinden;
- hulpverleners met toestemming van (de gezagsdrager van) de
verhoorde persoon.
5.3 Kennisneming van registraties door de verdachte en/of diens raadsman
a) In het geval de verdachte samen met zijn raadsman de registratie van zijn verhoor wil bekijken en/of beluisteren, doet de raadsman een verzoek hiertoe aan de behandelend OvJ/A-G.
b) In het geval de raadsman de registratie van een verhoor van een aangever of getuige wil bekijken en/of beluisteren, moet hij hiervoor een verzoek indienen bij de behandelend OvJ/A-G;
c) De OvJ/A-G informeert de leider onderzoek hieromtrent;
d) Het bekijken en/of beluisteren van de registraties van het verhoor door de verdachte en diens raadsman vindt plaats in een door de opsporingsinstantie aangewezen uitkijkruimte.
5.4 Verstrekking van registraties aan de verdediging
a) Uitgangspunt is dat aan de verdediging geen kopieën van registraties worden verstrekt;
b) Bij uitzondering worden in opdracht van de rechter of de recherche-OvJ / Hoofd-A-G registraties verstrekt aan de verdediging;
c) De beheerder verhoorregistraties zorgt er in dat geval voor dat uitsluitend beelden van de verhoorde persoon worden weergegeven en dat het beeld is voorzien van een niet te verwijderen raster over het beeld met daarop het verbod de registratie in het openbaar te vertonen en de naam van de persoon aan wie de registratie is verstrekt.
d) De OvJ/A-G laat door tussenkomst van de beheerder
verhoorregistraties de verdediging een verklaring tekenen waarin
staat dat de registratie niet wordt vermenigvuldigd en/of
gekopieerd en/of openbaar wordt gemaakt en dat de verstrekte
registratie voor een bepaalde datum geretourneerd dient te
worden.
Het gevalideerde imprimé van de verklaring is opgenomen in het
PolitieKennisNet en/of de bedrijfsprocessensystemen van de
opsporingsinstanties.
5.5 Verstrekking van registraties ten behoeve van het uitbrengen van een deskundigenrapport
In het geval een gedragsdeskundige de opdracht krijgt om het
geregistreerd verhoor te beoordelen, dan wordt hem onder
voorwaarden een kopie van de registratie verstrekt. De OvJ laat
door tussenkomst van de leider onderzoek de deskundige een
verklaring tekenen. Daarin verklaart de deskundige dat hij de
registratie uitsluitend zal gebruiken voor het opstellen van de
gevraagde rapportage, dat hij de registratie niet zal kopiëren en
deze terug zal zenden zodra de rapportage is gemaakt.
Het gevalideerde imprimé van de verklaring is opgenomen in het
PolitieKennisNet en/of de bedrijfsprocessensystemen van de
opsporingsinstanties.
6. Afwijkingen ten opzichte van het Protocol
Indien van de bepalingen in dit protocol wordt afgeweken, dient dit met toestemming van de OvJ/A-G en met redenen omkleed in het procesdossier te worden opgenomen.
Indien sprake is van een ernstige calamiteit waardoor de regels van dit Protocol niet kunnen worden uitgevoerd, kan het College ontheffing verlening van de regels van dit Protocol.
7. Brancherichtlijn
De noodzakelijke inrichtingseisen, beheersmaatregelen, procesbeschrijvingen en procedures worden in aparte brancherichtlijnen voor de politie en overige opsporingsinstanties vastgelegd.
Algemeen
Dit betreft een toelichting op de Aanwijzing en het Protocol
'Auditief en audiovisueel registreren van verhoren'. In deze
toelichting wordt het 'waarom' uitgelegd en worden enkele
voorbeelden gegeven. Naar analogie van het Protocol wordt per
procedure het één en ander besproken.
In de Aanwijzing en het Protocol staat het registreren en de
daarmee gepaard gaande richtlijnen en randvoorwaarden centraal.
Waar dit noodzakelijk is, wordt ingegaan op enige inhoudelijke
aspecten. O.a. kwalitatieve aspecten van het verhoor, de coaching
ervan of de inhoudelijke rol van de deskundige alsmede de
technische inrichtingseisen zijn beschreven in de desbetreffende
Brancherichtlijn voor de opsporingsinstanties.
Voor de auditieve of audiovisuele registratie van verhoren
bestaat geen expliciete wetgeving. Wel is er jurisprudentie
ontwikkeld over dit thema, waarnaar in deze toelichting op
sommige plaatsen wordt verwezen. Waar de jurisprudentie
betrekking heeft op audiovisuele opnamen wordt deze van
overeenkomstige toepassing geacht voor auditieve opnamen.
Kwetsbare personen
In de aanwijzing worden bij
de verplichte audiovisuele registratie vier groepen kwetsbare
personen onderscheiden:
- minderjarigen onder de 12 jaar;
- minderjarigen tussen de 12 en de 16 jaar;
- personen met een verstandelijke beperking;
- personen met een cognitieve functiestoring.
Er is sprake van een verstandelijke beperking, wanneer een persoon als gevolg van beperking van de intellectuele vermogens minder vaardig is in het uitoefenen van bezigheden op het gebied van wonen, werken, leren, communicatie, of bij het gebruik van vervoer of andere voorzieningen in de samenleving. Of er sprake is van een persoon met verstandelijke beperkingen is aan de oordeelsvorming van de opsporingsambtenaar. Bij twijfel over de intellectuele vermogens van de te verhoren persoon dient de persoon in kwestie behandeld te worden als ware hij een persoon met verstandelijke beperkingen.
Er is sprake van een cognitieve functiestoornis, wanneer een persoon een ziekte heeft (bijvoorbeeld Parkinson of Alzheimer) of hersenschade heeft opgelopen (bijvoorbeeld hersenbloeding, -infarct of -letsel) met gevolgen voor de cognitieve functies: waarneming, geheugen, denken, taal/spraak, aandacht, concentratie, executieve functies en motoriek. Of er sprake is van een persoon met een cognitieve functiestoornis kan blijken uit voorinformatie of tijdens contact met de betrokkene.
Facultatieve registratie
In de aanwijzing worden redenen genoemd voor het facultatief
registreren van het verhoor, namelijk:
1. De persoon van de betrokkene. Hierbij valt te denken aan
psychische stoornis of gewelddadigheid;
2. De aard en/of gevoeligheid van de zaak. Te denken valt
bijvoorbeeld aan gevallen waarin evident sprake is van zwaar
lichamelijk letsel of aan lokale impact.
3. Het verloop van het verhoor. Hierbij moet worden gedacht aan
onvoorziene omstandigheden die aanleiding zijn over te gaan tot
registratie.
Wel opschalen, niet afschalen
In de loop van het onderzoek kan besloten worden om de wijze van
registratie van verhoren op te schalen. Dus bijvoorbeeld naast
uitsluitend schriftelijke vastlegging ook auditieve registratie.
Of van auditieve registratie als extra hulpmiddel naar
audiovisuele registratie. Is die beslissing eenmaal genomen, dan
kan niet meer teruggeschakeld worden naar een "lichtere"
vorm.
1. Definities
Voor de definities wordt geen nadere toelichting gegeven.
2. Procedure registratie van het verhoor
Inleiding
De audiovisuele registratie van verhoren vindt plaats in een
daartoe specifiek ingerichte verhoorruimte, die veelal in
verbinding staat met een regieruimte. Vanuit de regieruimte
kunnen beeld en geluid elektronisch worden doorgestuurd naar een
of meerdere meekijkruimtes. In een meekijkruimte kan de raadsman
of een schaduwkoppel plaatsnemen. In de verhoorruimte zijn
camera's en een microfoon geplaatst. In de regieruimte bevindt
zich registratieapparatuur en kan het verhoor via genoemde
apparatuur direct worden gevolgd.
Geen schending van privacy
Auditieve en audiovisuele registratie van het verhoor levert geen
inbreuk op van de privacy. Uit een arrest van het Europese Hof
voor de Rechten van de Mens kan worden opgemaakt, dat bij de
beoordeling of de privacy in het geding is, van belang is of
sprake is van een "reasonable expectation of
privacy".[4] Daarvan is tijdens het verhoor
geen sprake, aangezien degene die wordt verhoord er niet van
uit kan gaan dat hij tijdens het verhoor onbevangen zichzelf
kan zijn. Bovendien gaat het om een algemene, voldoende bekend
gemaakte regeling, ter bereiking van een hoger doel:
waarheidsvinding in het strafproces.
Toestemming niet nodig
Noch om redenen van privacy, die tijdens het verhoor dus niet in
het geding zijn, noch om andere redenen is het noodzakelijk dat
de verhoorde persoon toestemming verleent voor het auditief of
audiovisueel registeren van het verhoor. Dit geldt ongeacht de
hoedanigheid - verdachte, getuige of aangever - waarin de
verhoorde persoon bij het delict betrokken is.
Het maken van opnames kan weerstand oproepen. Om dit te
voorkomen is het van belang dat duidelijk wordt gemaakt welke
belangen gediend worden met de bandopnames. Met name in
zedenzaken is de waarheidsvinding gediend met de mogelijkheid om
inzicht te kunnen krijgen in het letterlijke gesprek van de
aangifte.
In het uiterste geval wanneer een aangever of getuige, ook na een
uiteenzetting van de belangen die worden gediend, af zou zien van
het doen van aangifte of het afleggen van een getuigenis bij het
maken van een bandopname, zal overleg met de OvJ/A-G of R-C
moeten plaatsvinden hoe in dat geval te handelen.
Mededeling over auditieve of audiovisuele
registratie
Het fair-trial beginsel (art. 6 EVRM) brengt mee dat in alle
gevallen dat een verhoor in beeld en/of geluid wordt vastgelegd,
dit aan het begin van het verhoor wordt medegedeeld aan degene
die wordt verhoord. Voorts wordt meegedeeld dat - wanneer daar
sprake van is - in een andere ruimte wordt meegeluisterd en/of
-gekeken door andere opsporingsambtenaren en/of door derden
(bijvoorbeeld gedragsdeskundigen).
Status opname verhoor in het strafproces
De opnamen zelf zijn in beginsel geen processtukken maar stukken
van overtuiging en maken dus niet zonder meer deel uit van het
procesdossier (zie arrest in voetnoot 4). Wel kunnen in opdracht
van de OvJ, R-C of de zittingsrechter (delen van) opnamen deel
gaan uitmaken van het procesdossier. De rechter kan daartoe
hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de verdediging opdracht
geven [5].
Procedure Registratie van het verhoor in een
kindvriendelijke studio
Het verhoor in een kindvriendelijke studio wordt onder
begeleiding van een regisseur afgenomen. Verder kunnen in de
regieruimte een coach, een gedrags- en/of een materiedeskundige
aanwezig zijn.
De kindvriendelijke studio is in beginsel bestemd voor het
verhoren van minderjarigen onder de 12 jaar. Daarnaast kunnen de
betrokken opsporingsambtenaren onder bepaalde omstandigheden
besluiten om ook minderjarigen boven de 12 jaar of personen met
een verstandelijke beperking in deze studio te horen.
Voordat een verhoor van een minderjarige getuige onder de 12 jaar plaatsvindt, vindt altijd een belangenafweging plaats, waarbij het belang van die minderjarige wordt afgezet tegen dat van het opsporingsonderzoek. Hierbij dient de checklist verhoorwaardigheid van getuigen te worden gevolgd. Indien besloten wordt het verhoor te laten afnemen, dan dient dat uiteraard volgens de regels van deze aanwijzing en protocol plaats te vinden.
De procedures m.b.t. planning, inzet en informatievoorziening worden opgenomen in de afzonderlijke brancherichtlijn verhoor van jonge kinderen.
3. Procedure opmaken proces-verbaal van verhoor
Opnamen als aanvullend hulpmiddel
Uitgangspunt blijft een zakelijke schriftelijke vastlegging van
een verhoor in een proces-verbaal. In de in de Aanwijzing
genoemde gevallen wordt deze schriftelijke vastlegging aangevuld
met auditieve of audiovisuele registratie. Als er registraties
zijn gemaakt, moet dit blijken uit de processtukken (zie het
arrest genoemd in voetnoot 4 op pagina 13).
Geen woordelijke uitwerking
Uitgangspunt is dat geen woordelijke uitwerking van
geregistreerde verhoren plaatsvindt. Zo wordt onnodige
administratieve belasting voorkomen. In bepaalde situaties,
bijvoorbeeld op verzoek van een getuige-deskundige, kan het
voorkomen dat de OvJ/A-G of R-C opdracht geeft het verhoor
gedeeltelijk of geheel woordelijk uit te werken.
Wanneer het PV opgemaakt dient te worden
Het
proces-verbaal van verhoor dient altijd zo spoedig mogelijk te
worden opgemaakt. In een aantal situaties is het verstandig het
proces-verbaal van verhoor door een derde verbalisant in de
regiekamer te laten opmaken. Zeker in gecompliceerde verhoren
verdient dit aanbeveling.
4. Procedure beheer van registraties
Wegschrijven
De data van de auditieve en
audiovisuele registraties worden digitaal opgeslagen bij de
betreffende opsporingsinstanties.
Langdurig bewaren
Teneinde langdurig bewaren mogelijk te maken, zijn technische
eisen geformuleerd en opgenomen in de relevante
Brancherichtlijn.
5. Procedure kennisneming & verstrekking van registraties
Wet politiegegevens/Wet Justitiële en strafvorderlijke
gegevens
Auditieve en audiovisuele registraties van verhoren vallen onder
de Wet Politiegegevens en Wet Justitiële en strafvorderlijke
gegevens. Het verstrekkingenregime van deze wetten zorgt ervoor
dat de verstrekking van gegevens beperkt is. Wanneer het om
bescherming van de registraties gaat, dus het voorkomen dat
derden er oneigenlijk gebruik van maken, bieden de Wet
politiegegevens en de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens
voldoende bescherming. Aan verstrekkingen op grond van deze
wetten kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot het
doel.
Voor zover er buiten het kader van het strafrechtelijk onderzoek
beslissingen aan de orde zijn omtrent het ter inzage geven of
verstrekken van registraties, wordt hierover overleg gepleegd met
de privacymedewerker van het betreffende dienstonderdeel. Deze
neemt zonodig contact op met de privacy helpdesk van het
Parket-Generaal.
Kennisneming van registraties door verdachte en/of diens
raadsman
De verdediging heeft geen recht op verstrekking van een kopie van
de registratie, maar wel recht op kennisneming van de registratie
"[6]. Het recht op kennisneming van
deze registraties heeft de Hoge Raad erkend in het in voetnoot
4 op pagina 13 genoemde arrest. Dit recht op kennisneming is
gebaseerd op beginselen van behoorlijke procesorde. Als er
registraties zijn gemaakt moet de verdediging in de
gelegenheid zijn om aan te geven welke delen daarvan naar haar
oordeel als processtukken in het dossier moeten worden
gevoegd. De verdediging krijgt de beschikking over de
mogelijkheid de registratie te (doen) starten, te (doen)
stoppen, vooruit en terug te (doen) spoelen en het
geluidsvolume te (doen) regelen.
Uit het arrest van de HR van 7 mei 1996, NJ 1996, 687 kan worden
opgemaakt dat het recht op kennisneming van een hulpmiddel - in
dat geval een fotoboek, in dit geval de opname - niet onbeperkt
is. In het stadium waarin de opname nog geen processtuk vormt,
kan een afweging plaatsvinden van opsporingsbelangen en
verdedigingsbelangen op grond waarvan het inzagerecht -
uiteindelijk door de rechter - kan worden ingeperkt. Naar
analogie van de onder voetnoot 6 aangehaalde uitspraak is het ook
denkbaar dat de bescherming van (kwetsbare) getuigen een rol
speelt bij de afweging van belangen op grond waarvan het recht op
kennisneming van opnamen kan worden ingeperkt.
Ook in geval (delen van) opnamen door de OvJ of de rechter aan
het procesdossier zijn toegevoegd betekent dit niet dat er ook
kopieën van (delen van) opnamen zouden moeten worden verstrekt
aan de verdachte of diens raadsman. Blijkens jurisprudentie van
de Hoge Raad kan onder omstandigheden het zoveel mogelijk
waarborgen van de privacy van getuigen prevaleren boven het recht
van de verdachte op afschriften van de processtukken
"[7].
Verstrekking van registraties ten behoeve van het
uitbrengen van een deskundigenrapport
Indien een verhoor is geregistreerd en een
gedragsdeskundige van de OvJ, R-C of de verdediging de opdracht
krijgt een verhoor te beoordelen kan hij de officier van justitie
of A-G verzoeken om een kopie van de registratie. De officier van
justitie of A-G willigt dit verzoek in, mits de deskundige
schriftelijke verklaart dat hij de registratie uitsluitend
gebruikt voor het opstellen van de gevraagde rapportage en dat
hij de registratie terugzendt zodra de rapportage is gemaakt.
Nadat de ondertekende verklaring is ontvangen, wordt de kopie van
de registratie rechtstreeks aan de deskundige verstrekt.
6. Afwijkingen ten opzichte van het Protocol
In uitzonderlijke gevallen kan in opdracht van de OvJ/A-G afgeweken worden van de regels van het Protocol. Denkbaar is bijvoorbeeld dat in het geval van een bedreigde getuige afgeweken wordt van het Protocol. De uitzonderingspositie is hier opgenomen om bijzondere situaties ook op een goede bijzondere manier tegemoet te kunnen treden en daar transparant over te zijn door dit ook expliciet in het Procesdossier op te nemen. De rechter is dan altijd in staat de uitzondering te toetsen.
Eveneens in uitzonderlijke gevallen kan het College van PG's ontheffing verlenen omdat de regels van het Protocol niet kunnen worden uitgevoerd. Denkbaar is bijvoorbeeld dat één of meerdere rekencentra van de politie buiten werking geraken. In die gevallen is er sprake van een ernstige calamiteit en kan het College ontheffing verlenen van de regels van het Protocol.
[1]
Zie Bijlage 2,
Definities, onder a).
[2]
Zie ook de Aanwijzing
opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik
(2008A031).
[3]
In artikel 132a van het
Wetboek van Strafvordering is neergelegd wat onder
opsporingsonderzoek wordt verstaan.
[4]
Halford vs Verenigd
Koninkrijk, EHRM 25 juni 1997, NJ 1998, 506; NJCM-bulletin
1997, pp. 1088-1092
[5]
Zie HR 21 oktober 1997, NJ
1998, 133
[6]
De regels voor de inzage
van de verdachte in het proces-verbaal van de eigen verklaring
zijn opgenomen in de Instructie verstrekking van kopieën van
een eigen verklaring (2005I001).
[7]
Zie HR 8 februari 1994, NJ
1994, 295