Aanwijzing i.d.z.v. artikel 130 lid 4 Wet RO
Artikel 1 sub 4 Wet op de economische delicten; Artikel 2.6 Wet wegvervoer goederen; Artikel 18 Regeling wegvervoer goederen; Artikelen 5.1.2, 5.18.17a t/m 5.18.17g en 5.18.25 Regeling Voertuigen
Als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet wegvervoer goederen (WWG) en de Regeling Voertuigen (RV) vervangt deze aanwijzing de Aanwijzing belading van voertuigen en de Handleiding beoordeling processen-verbaal ter zake van belading van voertuigen. De Wet en het Besluit goederenvervoer over de weg en het Voertuigreglement zijn per 1 mei 2009 komen te vervallen. Hoewel deze aanwijzing zich richt op de hele WWG, wordt in het bijzonder ingegaan op het handhavingsbeleid van de beladingsvoorschriften voor het beroepsvervoer en eigen vervoer.
Ter handhaving van de beladingsvoorschriften, voert zowel de politie als de Inspectie Verkeer en Waterstaat controles uit op beladen voertuigen en samenstellen van voertuigen door het verrichten van metingen (door middel van wiellastmeters) en/of wegingen (door middel van weegbruggen). De door deze artikelen beschermde belangen zijn niet alleen het tegengaan van oneerlijke concurrentie, maar ook de beperking van schade aan de weg (rijsporen) en de handhaving van de verkeersveiligheid (remvertraging).
Sinds 1 mei 2009 is niet alleen de vervoerder strafrechtelijk aansprakelijk voor het overtreden van de beladingsvoorschriften, maar ook degene die beroepsvervoer doet verrichten in strijd met de beladingsvoorschriften. In artikel 2.6 lid 2 WWG lijkt het 'doen verrichten van overbelading' dezelfde betekenis te hebben als het doen plegen van overbelading ex artikel 47 Sr, waarbij de feitelijke uitvoerder straffeloos is. Uit jurisprudentie en literatuur blijkt echter dat als de delictsomschrijving de terminologie 'doen….' bevat, niet wordt gedoeld op de deelnemingsvorm 'doen plegen'. [1] Dit betekent dat zowel de vervoerder als degene die beroepsvervoer doet verrichten naast elkaar strafrechtelijk kan worden aangesproken.
Vervolging ter zake van doen plegen, uitlokken of medeplegen van overbelading blijft mogelijk, maar bewijstechnisch is het eenvoudiger om te transigeren/vervolgen op basis van artikel 2.6 lid 2 WWG omdat dat artikel geen opzet vereist. De deelnemingsvorm 'doen plegen' ex artikel 47 Sr vereist wel een opzet op het doen plegen, dat gericht is op het handelen van de feitelijke uitvoerder. Er moet dus sprake zijn van zogenaamd kleurloos opzet. Daarnaast is de feitelijke uitvoerder niet strafbaar. Het 'doen verrichten van beroepsvervoer in strijd met de beladingsvoorschriften' is dus eenvoudiger te bewijzen dan de deelnemingsvorm 'doen plegen', omdat niet bewezen hoeft te worden dat het opzet is gericht op de gedraging van de feitelijke uitvoerder.
In deze aanwijzing staat het opsporings- en vervolgingsbeleid beschreven ten aanzien van overtredingen van de WWG. De aanwijzing gaat in het bijzonder in op artikel 2.6 WWG, de beladingsvoorschriften en de APK-plicht. Er wordt aangegeven onder welke omstandigheden er proces-verbaal moet worden opgemaakt in het geval van overbelading c.q. onjuiste belading. Ook wordt de weeg- en meetprocedure beschreven die moet worden gevolgd om tot betrouwbare weeg- en meetresultaten te komen. In voorkomend geval kan een maatregel van overladen of een vervanging van het trekkende voertuig worden bevolen (afkoppeling). Incidenteel dient een samenstel van voertuigen te worden afgekoppeld. De maatregelen komen in deze aanwijzing aan de orde.
Massa en last
In de Regeling Voertuigen wordt consequent onderscheid gemaakt tussen massa en last. Voor het vaststellen van de massa (zwaartekracht; uitgedrukt in kg.) wordt gebruik gemaakt van een weegbrug. Om elke beïnvloeding van de weging uit te sluiten, is het niet toegestaan dat een voertuig anders dan in zijn geheel en in één keer wordt gewogen. Dit impliceert dat een weegbrug niet mag worden gebruikt om aslasten vast te stellen (in specifieke situaties - zie bijlage 1 - zijn deelwegingen toegestaan).
Het vaststellen van de last onder een as vindt plaats door het meten van de druk onder de aan een as bevestigde wielen met wiellastmeters. Dit betreft een krachtmeting en mag om deze reden metrologisch niet worden gelijkgesteld met het bepalen van een massa. Het optellen van de gemeten aslasten van een voertuig of een samenstel van voertuigen kan daarom nooit leiden tot het bepalen van de maximum toegestane massa. Wel kan door het optellen van de gemeten aslasten de som van de aslasten van een voertuig of samenstel van voertuigen worden vastgesteld. De som van de aslasten mag krachtens het bepaalde in de artikelen 5.18.17 a t/m g van de Regeling Voertuigen de maximale toegestane massa van een voertuig of samenstel niet overschrijden.
Samenvattend: het onderscheid tussen massa en last brengt met zich mee dat aslasten niet op een weegbrug mogen worden vastgesteld en dat met een wiellastmeter geen massa mag worden vastgesteld. De twee grootheden, druk en massa, mogen bij een meting c.q. weging niet door elkaar heen worden gebruikt.
Bij de vaststelling van wiellasten, aslasten, som van de aslasten of massa's van de onderscheiden voertuigen of samenstel van voertuigen wordt gebruik gemaakt van (particuliere/mobiele) weegbruggen dan wel losse of gekoppelde wiellastmeters. Zowel de politie als de Inspectie Verkeer en Waterstaat verricht bij controles langs de weg nagenoeg alle wegingen/metingen met behulp van wiellastmeters. Bij sommige systemen worden de verkregen resultaten op een weegbon geprint; dit is een brutoresultaat. Het nettoresultaat, te weten het brutoresultaat verminderd met de voor de wiellastmeter geldende maximale meetfout, wordt in het proces-verbaal opgenomen.
Waarden in kentekenbewijs
In de artikelen 5.18.17a tot en met 5.18.17g van de Regeling Voertuigen wordt onder andere gesproken over de begrippen toegestane maximum last en massa. Deze waarden zijn opgenomen in het voor een bedrijfsauto en aanhangwagen afgegeven kentekenbewijs. Daarnaast zijn deze waarden vanuit het kentekenregister op te vragen bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). De RDW is de autoriteit belast met de toelating van voertuigen tot de weg (typegoedkeuring) en de vaststelling van de toegestane lasten en massa's.
Bijzondere voertuigen
De WWG verbiedt het om de beladingsvoorschriften te overtreden met een vrachtauto. Een vrachtauto wordt gedefinieerd als een motorrijtuig, motorrijtuig met aanhangwagen of samenstel van motorrijtuig en oplegger, ingericht voor het vervoer van goederen. Voor de volgende voertuigen geldt:
Met het toezicht op de naleving van de marktverordening van het wegvervoer en de WWG zijn de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren en ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat belast. [2] De Inspectie Verkeer en Waterstaat kan op basis van artikel 5.2 WWG namens de minister van Verkeer en Waterstaat bestuursdwang toepassen.
Met de opsporing van strafbare feiten zijn de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren, douaneambtenaren en bijzondere opsporingsambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat belast. Voor het uitoefenen van de opsporingsbevoegdheden uit de WED is niet vereist dat er een concrete verdenking bestaat (in de zin van artikel 27 Sv) dat er WWG-voorschriften zijn overtreden. [3] Voor wat betreft de handhaving van de beladingsvoorschriften geldt dat de wetenschap dat de beladingsvoorschriften regelmatig worden overtreden,voldoende is voor het toepassen van de opsporingsbevoegdheden uit Titel III van de WED. [4]
Overtreding APK-plicht
Overtredingen van de APK-plicht (artikel 2.6 lid 1 WWG) worden door de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) opgespoord door middel van registervergelijkingen en afgedaan via de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (feitcode K 045 a en b). Daarom is het OM zeer terughoudend om APK-overtredingen strafrechtelijk op basis van de WWG af te handelen. Alleen bij hoge uitzondering, bijvoorbeeld als een APK-overtreding leidt tot een zeer gevaarlijke situatie, kan proces-verbaal worden opgemaakt en wordt er getransigeerd of gedagvaard. De gevaarzetting moet dan in het proces-verbaal worden geconcretiseerd. Overtreding van de APK-voorschriften valt niet binnen het bereik van artikel 2.6 lid 2 WWG waarin staat dat het verboden is om beroepsvervoer te doen verrichten in strijd met de aangewezen bepalingen uit de Wegenverkeerswet 1994.
Mechanisch hulpmiddel
Na constatering van overtreding van artikel 2.3 lid 1 en 3 en artikel 2.5 WWG, kunnen de handhavende instanties het transport ophouden op grond van artikel 5.4 WWG. Daartoe kan een mechanisch hulpmiddel aan de vrachtauto waarmee de overtreding is gepleegd worden aangebracht om te verhinderen dat de vrachtauto wordt weggereden. Nadat de overtreding is opgehouden, of nadat achtenveertig uren zijn verstreken nadat het hulpmiddel is aangebracht en de overtreder de kosten van het aanbrengen voldaan heeft, wordt het mechanisch hulpmiddel verwijderd. De opsporingsambtenaar maakt proces-verbaal op van het aanbrengen van het mechanisch hulpmiddel en zendt dit binnen 24 uur na het aanbrengen aan de officier van justitie bij
de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan het aanbrengen van het mechanisch hulpmiddel is gebeurd. Een afschrift van het proces-verbaal wordt gelijktijdig uitgereikt of toegezonden aan de bestuurder.
Weigh in motion (overbelading)
Een deel van de opsporing van overbelading of onjuiste
belading vindt plaats in het kader van WIM.NL (Weigh in motion).
Dat is een project van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat,
het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) en het OM en richt
zich op de overbelading die in de Wet op de economische delicten
is strafbaar gesteld.
Rijkswaterstaat heeft op diverse locaties in het hoofwegennet
weeglussen (sensoren) in het wegdek aangebracht om te zwaar
beladen vrachtauto's rijdend te signaleren. Daarbij registreert
een camera de kentekens van de vrachtwagens. De meetresultaten en
kentekens van de gesignaleerde vrachtwagens worden opgenomen in
een database. Op basis van de gegevens in die database voert de
IVW bedrijfsinspecties uit bij transportondernemingen. Anderzijds
kan de registratie met een weeglus aanleiding zijn voor het KLPD
om vrachtwagens staande te houden en deze te wegen op de weegbrug
of de aslasten te meten met wiellastmeters. De weeglussen
fungeren alleen als voorselectiemiddel omdat daarmee de precieze
overbelading niet mag worden vastgesteld. In het kader van WIM.NL
is de opsporing dus ingesteld naar aanleiding van gegevens die
met het voorselectiemiddel worden verkregen.
Onderzoek (Weeg- en meetinstructie)
Het wegen of meten van de aslasten van een voertuig of samenstel van voertuigen wordt uitgevoerd conform de weeg- en meetprocedure (zie bijlage 1).
Afkoppelen
In beginsel wordt bij het wegen van samenstellen van voertuigen het gehele samenstel gewogen.
Het is slechts in de volgende gevallen toegestaan om in het kader van de controle van de beladingsvoorschriften de voertuigen af te koppelen:
Tot slot is afkoppelen toegestaan als in het kader van een maatregel het trekkend voertuig wordt vervangen door een ander trekkend voertuig.
Koppelingsdruk
Er wordt niet geverbaliseerd voor een te hoge koppelingsdruk. Wel wordt voor overtreding van artikel 5.18.31 van de Regeling Voertuigen een aankondiging van beschikking (feitcodes P 310 e/f) uitgereikt als een negatieve koppelingdruk wordt geconstateerd (de aanhangwagen helt achterover). Daarnaast wordt het samenstel stilgezet totdat de lading zodanig is verplaatst dat er weer een positieve koppelingsdruk ontstaat. Via artikel 5.18.31 Regeling Voertuigen kan op de negatieve koppelingsdruk worden gehandhaafd.
Normadressaat
Vervoerder
Uit artikel 2.6 lid 1 van de WWG volgt dat het verboden is om beroepsvervoer te verrichten in strijd met de beladingsvoorschriften. Indien er overbelading wordt geconstateerd is de vervoerder daarom altijd verantwoordelijk voor een dergelijke overtreding.
Derden
Op grond van de WWG kunnen ook anderen
dan de vervoerder verantwoordelijkheid dragen voor de naleving
van de beladingsvoorschriften. In artikel 2.6 lid 2 van de WWG
staat dat het doen verrichten van beroepsvervoer in strijd met de
beladingsvoorschriften is verboden . Onder doen verrichten van
beroepsvervoer wordt verstaan het direct of indirect betrokken
zijn bij de totstandkoming van de vervoersovereenkomst. Dit is
veelal de afzender, verlader en/of de expediteur.
[5]
Als er aanknopingspunten zijn die erop wijzen dat een derde medeverantwoordelijk kan worden gehouden voor het overtreden van de beladingsvoorschriften, moet het opsporingsonderzoek niet alleen op de vervoerder, maar ook op die derde worden gericht. Deze aanknopingspunten kunnen tijdens het verhoor van de chauffeur/vervoerder aan het licht komen. In ieder geval kan een derde medeverantwoordelijk worden gehouden voor het overtreden van de beladingsvoorschriften, als de derde laakbaar heeft gehandeld doordat hij o.a:
De bovenstaande opsomming is niet limitatief.
Buitenlandse verdachten
Voor buitenlandse verdachten geldt het volgende: de opsporingsambtenaar neemt contact op met de officier van justitie van het arrondissement waarbinnen de pleegplaats is gelegen. De officier van justitie bepaalt het transactiebedrag en namens de officier van justitie doet de opsporingambtenaar een transactievoorstel dat meteen door de verdachte voldaan kan worden. Als de verdachte niet ingaat op het de transactievoorstel, maakt de opsporingsambtenaar proces-verbaal op dat wordt ingezonden naar het arrondissementsparket waarbinnen de pleegplaats is gelegen. De chauffeur kan zijn weg vervolgen, tenzij een maatregel van overladen wordt opgelegd of een mechanisch hulpmiddel is aangebracht aan het voertuig, wegens overtreding van artikel 2.3 lid 1 of 3, of artikel 2.5 van de WWG.
Proces-verbaal / maatregel van overladen
In de onderstaande tabel staat aangeduid in welke gevallen van overschrijding van de massa en/of last een proces-verbaal moet worden opgemaakt en in welke gevallen er een maatregel van overladen moet worden opgelegd. De percentages worden altijd naar beneden afgerond (bijvoorbeeld 9,9 procent wordt 9 procent). Het niet voldoen aan de maatregel van overladen levert een overtreding op, namelijk: artikel 160 lid 6 WVW 1994 (feitcode p K 160 b).
|
Artikelnummer |
Feitcodes |
Overtreding |
Overschrijding in % en gevolg |
|
Art. 5.18.17a en b lid 1 Regeling Voertuigen |
E 851 e t/m h |
- Overschrijding van de toegestane maximummassa van het voertuig / samenstel, vermeld op het Nederlandse kentekenbewijs of in het kentekenregister. - De som van de aslasten in beladen toestand bedraagt meer dan de vermelde toegestane maximummassa van het voertuig / samenstel. |
≥ 5% = proces-verbaal ≥ 10% = proces-verbaal + maatregel overladen |
|
Art. 5.18.17a en b lid 2 en 3 Regeling Voertuigen |
E 851 i t/m l |
Als het voertuig / samenstel (bedrijfsauto met aanhangwagen) niet in Nederland is geregistreerd of als het Nederlandse kentekenbewijs of het kentekenregister de toegestane maximummassa niet vermeldt, terwijl de toegestane maximummassa van het voertuig / samenstel of de som van de aslasten in beladen toestand meer bedraagt dan: a. 50.000 kg; (rijdend werktuig max. 60.000 kg) |
≥ 5% = proces-verbaal ≥ 10% = proces-verbaal + maatregel overladen |
|
Art. 5.18.17c lid 1 Regeling Voertuigen |
E 851 m t/m p |
- Overschrijding van de toegestane maximummassa van de aanhangwagen, vermeld op het Nederlandse kentekenbewijs of in het kentekenregister. - De som van de aslasten van de aanhangwagen in beladen toestand (uitgezonderd de aslasten van niet autonome aanhangwagens) bedraagt meer dan de vermelde toegestane maximummassa van het voertuig. - De som van de aslasten van de middenasaanhangwagen of oplegger vermeerderd met de last onder de koppeling van het voertuig in beladen toestand bedraagt meer dan de toegestane maximummassa. |
≥ 5% = proces-verbaal ≥ 10% = proces-verbaal + maatregel overladen |
|
Art. 5.18.17c lid 2 Regeling Voertuigen |
E 851 r t/m u |
De middenasaanhangwagen is niet in Nederland geregistreerd of het Nederlandse kentekenbewijs / kentekenregister vermeldt niet de toegestane maximummassa, terwijl de toegestane maximummassa of de som van de aslasten van het voertuig vermeerderd met de last onder koppeling van het voertuig in beladen toestand meer bedraagt dan 20.000 kg (of meer dan 24.000 kg als het gaat bij een middenasaanhangwagen die is voorzien van drie assen en een gasvering of als gelijkwaardig aangemerkte). |
≥ 5% = proces-verbaal ≥ 10% = proces-verbaal + maatregel overladen |
|
Art. 5.18.17d en e lid 1Regeling Voertuigen |
E 850 e t/m h |
Overschrijding van de toegestane maximumlast onder as of asstel, vermeld op het Nederlandse kentekenbewijs van een motorrijtuig en/of aanhangwagen of in het kentekenregister. |
≥ 10% = proces-verbaal ≥ 20% = proces-verbaal + maatregel overladen |
|
Art. 5.18.17d lid 2 en 3 en 5.18.17e lid 2 Regeling Voertuigen |
E 850 i t/m l |
Overschrijding van de toegestane maximumlast onder as of asstel van een motorvoertuig en/of aanhangwagen zoals vermeld in artikel 5.18.17d lid 2 en 3 en 5.18.17e lid 2 RV als er geen waarde in het Nederlandse kentekenbewijs of kentekenregister is opgenomen, of als het voertuig niet in Nederland is geregistreerd. NB: De last onder enige as van een rijdend werktuig mag niet meer bedragen dan de waarde die voor het voertuig is opgegeven en maximaal 12.000 kg per as bedragen. |
≥ 10% = proces-verbaal ≥ 20% = proces-verbaal + maatregel overladen |
|
Art. 5.18.17g lid 1 Regeling Voertuigen |
E 855 a t/m d |
- Overschrijding van de toegestane maximum te trekken massa van de aanhangwagen, vermeld op het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister. - De som van de aslasten van de aanhangwagen bedraagt meer dan de vermelde toegestane maximum te trekken massa. |
≥ 10% = proces-verbaal ≥ 20% = proces-verbaal + maatregel overladen |
|
Art. 5.18.17g lid 2 en 3 Regeling Voertuigen |
E 855 e t/m h |
Het voertuig is niet in Nederland geregistreerd of het Nederlandse kentekenbewijs of het kentekenregister vermeldt niet de maximum te trekken massa, terwijl de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17 g lid 2 en 3 Regeling Voertuigen vermelde waarden. |
≥ 10% = proces-verbaal ≥ 20% = proces-verbaal + maatregel overladen |
|
Art. 5.18.25 lid 1 en 4 Regeling Voertuigen |
E 856 e t/m h |
De totale massa of de som van de aslasten van samenstellen van landbouw- of bosbouwtrekker of motorrijtuig met beperkte snelheid en één of meer aanhangwagens in beladen toestand bedraagt meer dan 50 000 kg. |
≥ 5% = proces-verbaal ≥ 10% = proces-verbaal + maatregel overladen |
|
Art. 5.18.25 lid 2 Regeling Voertuigen |
E 856 i t/m l |
De last onder enige as van samenstellen van landbouw- of bosbouwtrekkers en één of meer aanhangwagens bedraagt in beladen toestand meer dan: a) 11.500 kg voor een aangedreven as; b) 10.000 kg voor een niet aangedreven as |
≥ 10% = proces-verbaal ≥ 20% = proces-verbaal + maatregel overladen |
|
Art. 5.18.25 lid 3 Regeling Voertuigen |
E 856 i t/m l |
De last onder enige as van samenstellen van motorrijtuigen met beperkte snelheid en één of meer aanhangwagens bedraagt in beladen toestand meer dan 10.000 kg. |
≥ 10% = proces-verbaal ≥ 20% = proces-verbaal + maatregel overladen |
Relatieve competentie
Voor de plaats van inzending van het proces-verbaal is bepalend:
- de statutaire zetel van de N.V. of B.V.;
- het adres van de VOF/CV of Stichting zoals opgenomen in het Handelsregister van de KVK;
- de woonplaats van de eigenaar van een eenmanszaak.
Als de verdachte een buitenlandse bestuurder/vervoerder is, zendt de opsporingsambtenaar het proces-verbaal in aan het parket van het arrondissement waarbinnen de pleegplaats is gelegen.
Cumulatie van overtredingen
Bij het begaan van meerdere overtredingen van de beladingsvoorschriften (overschrijding van as(stel)last, totale som van de aslasten, de maximummassa van een voertuig), moet uitsluitend voor de zwaarste overtreding getransigeerd/vervolgd worden. Daarbij wordt die overtreding gekozen met het hoogst aantal sanctiepunten van de overtreding. Bij een gelijk aantal sanctiepunten wordt geverbaliseerd voor het hoogste percentage overbelading. Als naast overtreding van de beladingsvoorschriften andere overtredingen van de WWG worden geconstateerd, wordt ook voor die overtredingen proces-verbaal opgemaakt.
Wet BIBOB
Bij overtreding van artikel 2.7 en bij herhaalde overtreding van artikel 2.5 en 2.6 WWG kan de officier van justitie de Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie(NIWO) wijzen op de wenselijkheid om een BIBOB-advies aan te vragen. [6] Deze bevoegdheid berust op artikel 26 Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet BIBOB). De BIBOB-tip voor overtreding van 2.6 WWG is geïndiceerd als de verdachte wordt gedagvaard in verband met recidive.
Zie: Richtlijn voor strafvordering Wet wegvervoer goederen en de Richtlijn voor strafvordering belading van voertuigen.
Deze beleidsregel heeft onmiddellijke gelding op de datum van inwerkingtreding van de Regeling Voertuigen.
Algemeen
Bij het opmaken van een proces-verbaal ter zake van overbelading en/of aslast c.q. asstellastoverschrijding, moet deze weeg- en meetinstructie nauwkeurig worden gevolgd. Ook de opgegeven aanwijzingen van de fabrikant van de weeg- en meetapparatuur moeten te allen tijde worden opgevolgd. Het niet volgen van deze instructie of de door de fabrikant opgegeven aanwijzingen kan leiden tot weeg- en meetfouten en onjuiste weeg- en meetresultaten. [7]
Relevante bepalingen Regeling Voertuigen
In de artikelen 5.18.17a t/m g van de Regeling Voertuigen (RV) worden normen gesteld aan onder meer de toegestane maximumaslasten en de toegestane maximummassa's. Nieuw in de RV is dat deze waarden moeten worden afgeleid uit het Nederlandse kentekenbewijs of kentekenregister. Als dat niet mogelijk is, of als het voertuig of samenstel niet in Nederland is geregistreerd, noemt de RV maximumwaarden waaraan moet worden voldaan. Zo kan er dus worden opgetreden tegen buitenlandse vervoerders die naar Nederlandse maatstaven de beladingsvoorschriften overtreden, terwijl de waarden van hun (buitenlandse) kentekenbewijs wel in acht worden genomen.
De som van de aslasten mag niet meer bedragen dan de maximum toegestane massa. Dit laatste geldt voor motorrijtuigen, autonome aanhangwagens en samenstellen van voertuigen. In artikel 5.18.17a en b RV wordt aangeven dat de totale massa van samenstellen van voertuigen (het zogenaamde treingewicht) en de som van de aslasten niet meer mag bedragen dan de in het kentekenregister vermelde toegestane maximummassa. Staat in het kentekenregister geen maximummassa vermeld, dan is de toegestane maximummassa 50.000 kg.
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze weeg- en meetinstructie wordt verstaan onder:
|
samenstel van voertuigen: |
trekkend voertuig met een of meer aanhangwagens |
|
aslast: |
de som van de wiellasten van één as. |
|
asconfiguratie: |
de combinatie van twee of meer assen. |
|
asstellast: |
de som van de wiellasten van twee of meer assen, evenwijdig gelegen op een onderlinge afstand van minder dan 1,8 meter, waarvoor in het kenteken- c.q. registratiebewijs of in het kentekenregister een gezamenlijke maximum toegestane waarde is vastgesteld. Onder asstel wordt tevens begrepen elke andere asconfiguratie, waarvoor in het kenteken- /registratiebewijs of in het kentekenregister een gezamenlijke maximum toegestane waarde is vastgesteld. |
|
som van de aslasten: |
door meting vastgestelde som van twee of meer assen van een motorrijtuig, een autonome aanhangwagen, of een samenstel van voertuigen. |
|
totale massa: |
door weging vastgestelde massa van het totale voertuig of samenstel van voertuigen. |
|
meetplatform: |
wiellastmeters (gekoppeld of niet gekoppeld). |
|
weegplatform: |
weeggedeelte van de weegbrug. |
|
weegvloer: |
een horizontaal of nagenoeg horizontaal liggende ondergrond waarop gewogen wordt. |
|
meetvloer: |
een horizontaal of nagenoeg horizontaal liggende ondergrond waarop gemeten wordt. |
|
wiellast: |
de last welke door een wiel van een voertuig op het meetplatform wordt uitgeoefend. Een samenstel van wielen, op een wielnaaf gemonteerd, wordt als één wiel beschouwd. |
Wiellastmeters
1. Eisen ten aanzien van de meetlocatie
2. Geldigheidsduur ijkdatum
Voor aanvang van de meting of een serie metingen moet de geldigheidsduur van de ijkdatum worden gecontroleerd.
3. De meetprocedure
3.1 Tijdens het opnemen van de wiel- c.q. aslast dient of dienen:
3.2 Luchtveersysteem
4. Meetcorrectie
5. Oorzaken die leiden tot foutieve metingen
Weegbrug
1. Geldigheidsduur ijkdatum
Voor aanvang van de weging moet de geldigheidsduur van de ijkdatum worden gecontroleerd
2. De weegprocedure
2.1 Tijdens het opnemen van de massa van het voertuig dient:
3. Weegcorrectie
4. Oorzaken die leiden tot foutieve wegingen
Het proces-verbaal moet ten minste aan de volgende eisen voldoen:
A. Standaardgegevens
B. Redenen van wetenschap
C. Weeg/meetinstructie
D. Verhoor verdachte / derden
E. Maatregel overladen
F. Bijlagen
|
Rekenstaat deeluitmakende van pv nr |
|||||||||||||
|
Vastgestelde en toegestane massa' s en lasten |
|||||||||||||
|
Soort lading |
|||||||||||||
|
Vastgesteld |
Toegestaan |
Overschrijding |
in % |
Feitnummer |
|||||||||
|
Massa motorrijtuig |
Kenteken: |
||||||||||||
|
Aslasten trekkend voertuig A = vooras(sen tezamen) B = achteras(sen tezamen) |
|||||||||||||
|
A |
|||||||||||||
|
A |
|||||||||||||
|
A |
|||||||||||||
|
A |
|||||||||||||
|
B |
|||||||||||||
|
B |
|||||||||||||
|
B |
|||||||||||||
|
B |
|||||||||||||
|
Massa getrokken voertuig. |
Kenteken: |
||||||||||||
|
A = Vooras(sen) B = Achteras(sen) |
|||||||||||||
|
A |
|||||||||||||
|
A |
|||||||||||||
|
A |
|||||||||||||
|
B |
|||||||||||||
|
B |
|||||||||||||
|
B |
|||||||||||||
|
B |
|||||||||||||
|
B |
|||||||||||||
|
Opgemaakt op: |
te |
datum: |
|||||||||||
|
Naam verbalisant: |
Handtekening: |
||||||||||||
[1] Zie: Aantekening 11 bij art. 47 Sr
Noyon, Langemeijer, Remmelink; HR 11 mei 2004, LJN AO5030; HR
05 november1985, NJ 1986/326; Van Bemmelen van Veen,
Ons Strafrecht, 11e druk, p.
203.
[2] Artikel 5.1 WWG / Besluit buitengewoon
opsporingsambtenaar IVW 2006.
[3] HR 9 maart 1993, NJ 1993,
633.
[4] Uit jaarverslagen van de IVW blijkt
dat ruim eenderde van de gecontroleerde vrachtwagens zijn
overbeladen (Jaarberichten 2005 en 2006).
[5]Kamerstukken II 2007/08, 30 896,
nr. 17. Kamerstukken I, 2008/09, 30 896, C, p. 3.
[6]Het beleid ten aanzien van de
BIBOB-tip wegens overtreding van artikel 2.6 WWG staat
vermeld in de Richtlijn voor Strafvordering Belading van
Voertuigen.
[7] De weeg- en meetinstructie is tot
stand gekomen naar aanleiding van een onderzoek van TNO
Wegtransportmiddelen (rapport: Het meten van wiellasten van
samenstellen van zware transportvoertuigen (d.d. 7 februari
1997).
[8] Rapport Belading van Voertuigen (B.
Haneveld, KLPD Dienst Verkeerspolitie, unit TMC).