In elke stad waar een rechtbank staat, heeft het Openbaar Ministerie zijn eigen kantoor: het arrondissementsparket. De negentien arrondissementsparketten zijn verschillend van grootte en hebben elk hun eigen karakter.
Bij de arrondissementsparketten werken Officieren van Justitie, parketsecretarissen en niet-juridische medewerkers onder leiding van een hoofdofficier van justitie. De negentien lokale OM-kantoren kennen grofweg eenzelfde organisatorische indeling.

Een afdeling maatwerkzaken behandelt strafzaken waarbij bijvoorbeeld sprake is van een voorgeleiding en/of een specifieke dadercategorie, zoals jeugd of veelplegers. Ook strafzaken waarbij sprake is van een bijzondere opsporingsbevoegdheid zijn maatwerkzaken. In deze afdeling zijn de Officieren van Justitie en parketsecretarissen ondergebracht.
Binnen de afdeling 'ZwaCri' wordt leiding gegeven aan het opsporingsonderzoek. De officier van justitie volgt de zaak vanaf het begin en gaat na het juridisch volgens de regels verloopt. Hij is leider van het opsporingsonderzoek en legt op de terechtzitting verantwoording af. Onder zijn leiding worden vragen beantwoord als: wat is het doel van het onderzoek, op welke verdachten richt het zich, welke juridische bevoegdheden (bijvoorbeeld doorzoekingen) kunnen er gebruikt worden?
De afdeling Standaardzaken beoordeelt de relatief eenvoudige strafzaken (zowel misdrijven als overtredingen). Deze afdeling wordt gevormd door administratief-juridisch medewerkers en (adjunct-) parketsecretarissen die de beoordelingen van deze zaken voor hun rekening nemen.
De afdeling administratie ondersteunt de overige afdelingen. Bijvoorbeeld postverwerking, registratie, zittingvoorbereiding en executie (uitvoeren vonnissen) zijn zaken die op het bordje komen van de afdeling administratie.
Bedrijfsvoering ondersteunt de dagelijkse leiding en teamleiding van het parket. Het bedrijfsbureau heeft medewerkers op bijvoorbeeld het gebied van personeel en organisatie, ict en financiën.
Andere onderdelen van de lokale OM-kantoren houden zich bijvoorbeeld bezig met beleid, de behandeling van kamervragen, klachten en schadevergoeding en communicatie met pers en publiek.
Lokale OM-kantoren werken altijd nauw samen met zogeheten 'ketenpartners', instanties als politie, de reclassering, Bureau Jeugdzorg en leerplichtambtenaren. Deze samenwerking vindt bijvoorbeeld plaats in regionale Veiligheidshuizen. Daarvan zijn er 24 in Nederland.
De samenwerking is eenvoudig, omdat de partners bij elkaar zitten in één gebouw. De lijnen zijn kort en alle kennis over een delinquent is op één plek verzameld. Er wordt snel gewerkt en effectief ingegrepen op criminaliteit en overlast. Daders én slachtoffers zijn klant van het Veiligheidshuis.
Sommige parketten werken samen in een ketenunit. De Ketenunit Jeugdcriminaliteit en Veelplegers in Amsterdam is bijvoorbeeld een samenwerkingsverband van organisaties die zich bezighouden met de aanpak van jeugdcriminaliteit en veelplegers.