7 februari 2003 - Openbaar Ministerie
Bij het hoger beroep in de zogenaamde Clickfondszaak zijn vandaag
(vóór de inhoudelijke behandeling) een aantal door de verdediging
op voorhand gevoerde verweren behandeld, de zogenaamde
preliminaire verweren.
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft tijdens de behandeling van
deze verweren in het hoger beroep tegen Leemhuis & Van Loon
Vermogensbeheer BV en vier voormalige directeuren een
uiteenzetting gegeven over de aanleiding tot en het verloop van
de zogenaamde Clickfondszaak.
Het OM stelt voorop dat dè Clickfondszaak niet bestaat. Het
betreft een aantal zaken tegen natuurlijke en rechtspersonen die
weliswaar onderling verbindingen hebben door een aantal cruciale
hoofdrolspelers maar zich vooral kenmerken door een veelheid aan
verschillende verwijten. Dat varieert van deelnemen aan een
criminele organisatie (als bedoeld in art. 140 Sr) tot heling,
valsheid in geschrifte, beursgerelateerde niet ambtelijke
omkoping en belastingdelicten.
Doel van het onderzoek in de Clickfondszaak was na te gaan of in
de wereld op en rond de beurs strafbare feiten waren gepleegd.
Bij de start van deze zaak speelden twee factoren een belangrijke
rol:
De oprichting van het Bureau Beurs en Beleggingen in
1996;
Een tip van een betrouwbaar beschouwde tipgever over
vermoedelijke strafbare feiten als misbruik van voorkennis,
frontrunning en niet ambtelijke omkoping bij diverse
ondernemingen
Het onderzoek paste ook in het beleid inzake bestrijding van
misbruik (fraude) en oneigenlijk gebruik op het terrein van de
belastingen en sociale zekerheid. Door dit onderzoek werd daaraan
tevens uitvoering gegeven.
Het OM moet toegeven dat het onderzoek erg lang heeft geduurd.
Dit is te wijten aan verschillende factoren. Het was ingewikkelde
materie, waarmee nog weinig ervaring was opgedaan. Bovendien
liepen er allerlei onderzoekslijnen naast elkaar. Het is dan niet
altijd eenvoudig op het juiste moment de keuze te maken om een
bepaalde ingeslagen weg toch niet af te maken. Ook moest veel
informatie uit het buitenland komen.
Tijdens de zitting van vandaag ging het om het hoger beroep van
de verdachten naar aanleiding van de belastingdelicten. Het OM
heeft zijn appèl tegen de niet-ontvankelijkheid in eerste aanleg
ingetrokken. Een van de vragen waarop het OM antwoord heeft
gegeven is waaróm het OM het appèl in de strafzaken Leemhuis
& Van Loon (beheer) BV en de voormalig directeuren heeft
ingetrokken. Het OM stelt voorop dat het niet doorzetten van een
OM-appèl niet wil zeggen dat het OM het met de beslissing in al
haar onderdelen eens is.
Aan de intrekking van het appel van het OM in die vijf zaken is
een uitvoerige discussie binnen het OM vooraf gegaan.
De niet-ontvankelijkheidsbeslissing door de rechtbank was een
grote slag in het gezicht van het OM. Het OM werd verweten in een
grote en unieke zaak als deze vele steken te hebben laten vallen.
Op een aantal punten zouden onvoldoende checks en controles
hebben plaatsgevonden. Dit alles heeft onder meer geleid tot
onzorgvuldigheden bij het opstellen van de definitieve tekst en
de vertaling van de rechtshulpverzoeken van de officier van
justitie en rechter-commissaris van 3 oktober 1997.
Bij de afweging of het appel moest worden doorgezet speelde het
tijdsverloop een rol. Als het OM in appel gelijk zou krijgen en
de niet ontvankelijkheid vernietigd zou worden, zou dit moeten
leiden tot het opnieuw aanbrengen van de hele strafzaak in eerste
aanleg. Dit houdt in een totale nieuwe, inhoudelijke behandeling.
Dit zou weer een groot tijdsverloop met zich brengen.
Om deze, met name pragmatische, redenen heeft het OM uiteindelijk
berust in de beslissing. Wel beseft het OM dat deze problematiek
thans in hoger beroep door de verdediging langs een achterdeur
opnieuw aan de orde wordt gesteld in verband met de veroordeling
van de rechtbank voor loonbelastingzaken.
Thans liggen veertien strafzaken in hoger beroep voor. Met een
einduitspraak van het Hof komt een eind aan een jarenlang
opsporings- en vervolgingsonderzoek. Een onderzoek waarin, ook
door het OM, veel is geleerd. Een onderzoek dat er ook toe heeft
bijgedragen dat in de maatschappij een discussie op gang is
gekomen over wat wel en niet rond de beurs toelaatbaar is. Het OM
hoopt dat door de uitspraken van het Hof verdere aanscherping van
normen en waarden in de financiële wereld gerealiseerd zal
worden.