Landelijke Ressortelijke Organisatie (LRO)

Kruimelpad

Inhoud pagina: Landelijke Ressortelijke Organisatie (LRO)

Verschillende arrondissementen vormen samen een ressort. In Nederland zijn vijf ressorten. Deze maken deel uit van de Landelijke Resortelijke Organisatie (LRO)  

In elk ressort bevindt zich een gerechtshof, met daaraan gekoppeld een eigen parket. Nederland heeft vijf gerechtshoven. Hun belangrijkste taak is het behandelen van zaken in hoger beroep.

De ressorten

Als een verdachte of een Officier van Justitie niet tevreden is met het vonnis van de rechtbank, kan hij of zij in hoger beroep gaan: vragen om een nieuwe behandeling van de zaak door het gerechtshof. De Officier van Justitie draagt de strafzaak dan over aan het parket dat is gekoppeld aan het gerechtshof: het ressortsparket.

Ook vertegenwoordigers van het ressortsparket treden namens het Openbaar Ministerie op in de rechtszaal. Zo iemand heet echter geen Officier van Justitie, maar advocaat-generaal. Aan het hoofd van elk ressortsparket staat een Hoofdadvocaat-Generaal.

Terechtzitting

Het gerechtshof behandelt de hoger beroepzaak, uitzonderingen daargelaten, tijdens een openbare terechtzitting. Uitzonderingen zijn zaken waarin minderjarigen, beneden de achttien jaar, verdacht staan. Daarnaast kan de rechter bevelen dat de zaak geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren wordt behandeld in het belang van de goede zeden, de openbare orde, de veiligheid van de staat, een goede rechtspleging of in het persoonlijk belang van de verdachte of anderen die bij de zitting zijn betrokken.

Het onderzoek ter terechtzitting begint met het uitroepen van de zaak door de deurwaarder. Vanaf het moment van het uitroepen van de zaak begint de griffier met aantekening maken van wat er gebeurt: het proces-verbaal van de zitting. Vervolgens neemt de voorzitter het woord. Hij controleert aan de hand van naam, geboortedatum en woonplaats of de verschenen persoon inderdaad de verdachte is.

Daarnaast vermaant hij de verdachte oplettend te zijn en deelt hij hem mee dat hij niet is verplicht te antwoorden op de aan hem gestelde vragen. Dit heet "de cautie". Vervolgens draagt de advocaat-generaal de zaak voor. Hij leest de tenlastelegging voor of vat die kort samen. 

Vragen

Daarna begint het eigenlijke onderzoek: de ondervraging van verdachte, getuigen en deskundigen, de bespreking van stukken. De voorzitter ondervraagt de verdachte, getuigen en deskundigen. Steeds kunnen na de voorzitter, ook de andere rechters – bij het hof: "raadsheren" - vragen stellen, daarna de advocaat-generaal en als laatste de raadsman.

Ook de verdachte kan vragen stellen aan getuigen en deskundigen. De bespreking van de stukken bestaat uit het voorlezen van stukken of uit mededeling van de korte inhoud. In de praktijk somt de voorzitter de stukken uit het voorbereidend onderzoek op en neemt de belangrijkste zaken daaruit met de verdachte door. Hierna is het eigenlijke onderzoek afgelopen.

Requisitoir

Nu krijgen de advocaat-generaal en verdediging het woord om hun conclusies uit dat onderzoek mee te delen. Eerst houdt de advocaat-generaal zijn requisitoir, dat uitmondt in de eis. Hierin wordt ingegaan op de bewijsvoering en de strafsoort en –maat. Hierna is de verdediging aan bod. In de praktijk houdt nu de raadsman een pleidooi. Dit kan zich nog herhalen: ‘repliek’ van de advocaat-generaal en ‘dupliek’ van de raadsman. Het laatste woord is aan de verdachte zelf. Daarna verklaart de voorzitter het onderzoek gesloten. Bij de meervoudige kamer volgt meestal de mededeling: ‘uitspraak over veertien dagen’.

Na de terechtzitting trekken de voorzitter en de raadsheren zich terug in de raadkamer om over de zaak te beraadslagen. De beraadslaging is erop gericht in alle onderzochte zaken tot een einduitspraak te komen. De beraadslaging is niet openbaar. De beslissing in eerste aanleg heet een ‘vonnis’, bij het gerechtshof in hoger beroep ‘arrest’. Deze beslissing wordt mondeling uitgesproken op een openbare terechtzitting en schriftelijk vastgelegd. Dit gebeurt in de meeste gevallen binnen veertien dagen na de terechtzitting.

Hoge Raad

Zowel de veroordeelde als de advocaat-generaal kunnen tegen de uitspraak van het gerechtshof in cassatie gaan bij de Hoge Raad. Deze rechtsgang beperkt zich tot de vraag of het gerechtshof het recht juist heeft toegepast en zich aan alle rechtelijke vormvoorschriften heeft gehouden.

Is dit niet het geval, dan "casseert" de Hoge Raad de zaak, waarna hetzelfde of een ander gerechtshof opnieuw uitspraak moet doen. Daarbij moet deze het oordeel van de Hoge Raad in acht nemen. De Hoge Raad spreekt geen recht over de feiten zoals bekend uit het strafdossier en de onderzoeken ter terechtzitting. Dat hebben de rechtbank en het gerechtshof reeds gedaan.

Even geduld aub.
Naar boven
Verklaar Jargon
Jargon Verklaard
Geen vakjargon termen gevonden

Zoeken