
'De Rijksrecherche stelt een onderzoek in....!'
Veel verder dan deze zin gaat de informatie over de betrokkenheid van de Rijksrecherche bij een opsporingsonderzoek in de media meestal niet. Het hoe en waarom van de inzet van de Rijksrecherche wordt zelden vermeld. De Rijksrecherche lijkt vervolgens in een waas van geheimzinnigheid haar werk te doen. Een enkele keer wordt de Rijksrecherche na afronding van het onderzoek en na overdracht van het procesdossier aan het Openbaar Ministerie, in meestal minder positieve zin, nog eens in de pers genoemd, omdat men vindt dat het onderzoek a. niet snel genoeg is afgerond of b. onjuist is uitgevoerd of c. niet onafhankelijk/ onpartijdig (genoeg) is uitgevoerd etc. De genoemde argumenten zijn vaak onjuist, maar de Rijksrecherche laat het verweer hiertegen graag over aan het College van procureurs-generaal.
Geheimzinnigheid?
Het werk van de Rijksrecherche is verre van geheimzinnig. Met de informatie op deze website hoopt de Rijksrecherche iets van de onbekendheid rond haar werk weg te nemen. Natuurlijk dient de Rijksrecherche zich naar buiten toe terughoudend op te stellen, omdat de aard van de vaak zeer gevoelige onderzoeken dit nu eenmaal met zich meebrengt. Maar dit neemt niet weg dat de Rijksrecherche graag duidelijk wil maken waar zij als organisatie sinds 1897 voor staat en welke taken zij uitvoert. Daar is namelijk niets geheimzinnigs aan.
De organisatie
Behalve de staf en ondersteuning bestaat de Rijksrecherche voor het grootste gedeelte uit ervaren rechercheurs, verdeeld over drie locaties in Nederland: Den Haag, Zwolle en Den Bosch. De Rijksrecherche valt als enige onderdeel van de Nederlandse politie uitsluitend onder de verantwoordelijkheid en bevoegdheid van het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie. Zij heeft daarmee in de Nederlandse rechtsstaat een bescheiden, maar toch bijzondere rol. In Europa is de Rijksrecherche uniek, omdat geen enkel ander land een soortgelijke onafhankelijke rechercheorganisatie kent.
Inzet Rijksrecherche
Rijksrecherche-onderzoeken richten zich primair op opsporingsonderzoeken tegen (semi-) overheidsfunctionarissen (ambtenaren) die verdacht worden van strafbare gedragingen (misdrijven), waarbij de integriteit van de rechtspleging en/of die van het openbaar bestuur (de overheid) in het geding is. Vanuit haar onafhankelijke positie ten opzichte van de politiekorpsen kan de Rijksrecherche ook onderzoeken doen naar het optreden van politiemensen die tijdens de uitoefening van hun taak geweld hebben gebruikt of nalatig in hun optreden zijn geweest waarbij letsel is ontstaan.
De Rijksrecherche draagt daarmee bij aan de bewaking en behoud van een integere overheid. Onze rechtstaat, elke betrokkene, elke burger, maar ook de overheid zelf, heeft daar recht op en het grootste belang bij.
Niet elk onderzoek op dat gebied wordt overigens door de Rijksrecherche gedaan. Onderzoeken kunnen ook worden toegewezen aan de binnen eigen organisaties werkzame Bureaus Interne Zaken of -Onderzoeken ( BIZ of BIO).
Om een en ander op de juiste wijze te kunnen uitvoeren heeft het College van procureurs-generaal een aanwijzing vastgesteld. Doel van die aanwijzing is om duidelijk te maken volgens welke de criteria de Rijksrecherche kan worden ingezet (zie Kerntaken/ inzetcriteria). Tenslotte bepaalt de Coördinatie Commissie Rijksrecherche ( CCR) of en wanneer een onderzoek daadwerkelijk door de Rijksrecherche zal worden uitgevoerd.
De Rijksrecherche wordt dus niet ingezet bij de algemene politietaak en kent geen 24-uursbezetting of ploegendiensten. Via het Openbaar Ministerie is de Rijksrecherche buiten kantooruren via een piketregeling echter altijd bereikbaar voor spoedeisende inzet (denk hier bijvoorbeeld aan schietincidenten waar politiemensen bij betrokken zijn en waarbij letsel is ontstaan). Eenmaal ingeschakeld zal de Rijksrecherche veelal binnen één uur ter plaatse zijn.