In afwijking op de algemene uitgangspunten kan inzet van de Rijksrecherche zijn aangewezen:
- in gevallen waarin Nederlandse burgers of rechtspersonen betrokken zijn bij ambtsmisdrijven door buitenlandse ambtenaren (zgn. ‘buitenlandse corruptie’);
- naar aanleiding van confrontaties tussen justitiabelen en opsporingsambtenaren met de dood of zwaar lichamelijk letsel van een opsporingsambtenaar tot gevolg.
Toelichting:
- Als bijvoorbeeld uit een inkomend rechtshulpverzoek zou blijken van contacten tussen van corruptie verdachte ambtenaren in een buitenland met een bedrijf gevestigd in ons land waarbij het vermoeden bestaat dat sprake is van omkoping van die buitenlandse ambtenaren door dat bedrijf, kan alhier een zelfstandig onderzoek gestart worden ook al heeft de strafbare gedraging in het buitenland plaats gevonden. De Rijksrecherche heeft op dit terrein de bijzondere expertise als bedoeld onder punt 4 van de algemene uitgangspunten.
- In het tweede geval moet met name worden gedacht aan heel uitzonderlijke gevallen, waarin de collegiale emoties binnen het opsporingsapparaat dusdanig hoog zijn opgelopen dat enkel en alleen al daardoor elk door het betreffende korps zelf in te stellen onderzoek de schijn van partijdigheid draagt.