23 juli 2008
De Rijksrecherche inzet kent twee hoofdstromen, te weten spoedeisende inzet en niet spoedeisende inzet.
In het eerste geval wordt de inzet later de Coördinatie Commissie Rijksrecherche (CCR) getoetst. In het laatste geval wordt over alle aanvragen beslist door de CCR. De CCR bestaat uit een Procureur-Generaal, de Hoofdofficier van het Landelijk Parket te Rotterdam en de directeur van de Rijksrecherche.
Voor de spoedeisende inzet van de Rijksrecherche is, inclusief de Centrale Inlichtingen Eenheid (CIE), een piketregeling vastgesteld. Deze piketregeling loopt van maandagmorgen tot maandagmorgen. Iedere regio en de CIE leveren twee medewerkers voor dit piket. De piketmedewerkers worden aangestuurd door het beleidspiket. Het beleidspiket kan bestaan uit een Regiomanager (RM), de Manager Executieve Ondersteuining (MEXO) of het Hoofd Operationele Zaken (HOZ) allen werkzaam bij de Rijksrecherche.
De praktijk is dat in spoedgevallen, een (Hoofd)officier van Justitie van het Arrondissement waar de Rijksrecherche inzet gewenst is, contact opneemt met de Landelijk Rijksrecherche Officier van Justitie. Die is de schakel tussen de aanvrager en de Rijksrecherche. De Landelijk Rijksrecherche Officier van Justitie besluit vervolgens of spoedeisende inzet noodzakelijk is. Hij neemt in dat geval contact op met het beleidspiket van de Rijksrecherche en verzoekt om spoedinzet van de Rijksrecherche. In dit soort spoedgevallen meldt hij het onderzoek later aan de CCR. Het beleidspiket beslist vervolgens, indien noodzakelijk, over de inzet van meer dan de twee hierboven vermelde medewerkers.
In principe worden de piketrechercheurs ingezet in hun eigen regio. Indien noodzakelijk zal een piketrechercheur van een aangrenzend gebied worden ingezet, zodat minimaal twee maar soms meerdere piketrechercheurs naar een incident worden gestuurd. Het piketrooster wordt landelijk bepaald. De medewerkers van de CIE doen mee in de piketregeling, omdat tijdens het eerste onderzoek al een "link" naar landelijke CIE-contacten noodzakelijk kan zijn.
Bij niet spoedeisende inzet informeert de Landelijk Rijksrecherche Officier van Justitie eerst de CCR en wordt er op basis van de beschikbare informatie een beslissing genomen of inzet al dan niet plaatsvindt.