Dat klopt. De Rijksrecherche is een opsporingsdienst met
algemene opsporingsambtenaren. In tegenstelling tot de politie
valt de Rijksrecherche echter onder het ministerie van Justitie
en niet onder dat van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.
Er is geen enkele gezagsverhouding tussen de Rijksrecherche en
chefs of beheerders van politiekorpsen.
De Rijksrecherche werkt in onderzoeken dus nooit onder leiding
van de politie.
Ja, de Rijksrecherche doet alleen onderzoek indien aan de inzetcriteria -zie inzetcriteria- is voldaan. Dat betekent dat bijvoorbeeld ook de regionale politiekorpsen, het landelijk politiekorps waar ook de nationale recherche onder valt, bijzondere opsporingsdiensten, interne onderzoeksinstanties bij de overheid en private onderzoekers onderzoek naar corruptie doen. De Rijksrecherche heeft geen overzicht van wat er aan corruptieonderzoek gebeurt.
De hoofdtaak van de Rijksrecherche is het doen van onderzoeken naar (vermeend) strafbaar gedrag van ambtenaren. Dat kunnen feitenonderzoeken zijn en strafrechtelijke onderzoeken. Daarnaast helpt de Rijksrecherche om de onderzochte misstanden in de toekomst te voorkomen door in concrete zaken advies te geven ter verbetering van de werkwijze of de inrichting van de betreffende organisatie. Ook wordt in een enkel geval beleidsmatig advies gegeven naar aanleiding van geconstateerde tendensen of trends.
De Rijksrecherche heeft dezelfde bevoegdheden als de reguliere politie. Deze staan vermeld in het wetboek van Strafvordering en in bijzondere wetten. Wel is het zo dat alle rijksrechercheurs ook hulpofficier van justitie zijn en in dat kader meer bevoegdheden mogen uitoefenen dan "gewone" politiefunctionarissen. De rijksrechercheurs zijn allen zeer ervaren als opsporingsambtenaar.
De Rijksrecherche heeft naast algemene rechercheurs ook specialisten in dienst. Het gaat dan om inlichtingenrechercheurs, misdaadanalisten, financieel rechercheurs en digitale experts. Vanwege de omvang van de Rijksrecherche zijn afspraken gemaakt met andere opsporingsdiensten over bijvoorbeeld technisch onderzoek, observatie en beschikbaarheid van fiscale kennis.
Dat kan zowel door een afspraak te maken op één van de drie Rijksrecherchekantoren (Den Haag, Zwolle of Den Bosch) of via de ter beschikking staande communicatiemiddelen contact te leggen (brief, e-mail, telefoon, zie Contact). Zie ook de vraag "Kan ik ook anoniem mijn verhaal kwijt bij de Rijksrecherche?"
De Rijksrecherche heeft 115 formatieplaatsen. Daarvan worden ongeveer 95 plaatsen ingevuld door opsporingsambtenaren.
Tot de reorganisatie van 2002 waren dat er gemiddeld 350 per jaar, de laatste jaren zijn dat jaarlijks ongeveer 100 tactische onderzoeken en 35 CIE onderzoeken. De helft van deze onderzoeken wordt gedaan binnen de politie, de rest bij departementen, het gevangeniswezen, de IND, gemeenten, etc (zie de jaarverslagen). De zwaarte van de onderzoeken is toegenomen en ook het aantal rechercheurs dat per onderzoek wordt ingezet is gestegen.
Er is meer werkaanbod voor de Rijksrecherche dan de dienst aan
kan. Daarom wordt een selectie toegepast. De onderzoeken die
gedaan worden zijn meestal complex en spelen zich af in een
gevoelige context. Dat heeft invloed op de mogelijkheden om snel
onderzoek te doen. Bovendien staat zorgvuldigheid en een hoge
kwaliteit voorop en dat kost tijd.
Sinds de reorganisatie van de Rijksrecherche in 2002 worden
onderzoeken veel planmatiger aangepakt en worden normen
gehanteerd waarbinnen onderzoeken moeten zijn afgerond.
Ja, maar dan in bredere zin van het woord. "De politie over"
in dit verband betekent "de controle op", of "zicht op". De
Rijksrecherche kan onafhankelijk haar onderzoeken doen binnen
politieorganisaties, omdat ze geen relaties heeft met de
betreffende politieorganisatie. Het onderzoeksresulaat wordt
voorgelegd aan de Officier van Justitie, die al dan niet besluit
tot vervolging. De rechter beslist uiteindelijk of er ook een
veroordeling volgt.
De Rijksrecherche komt in beeld als er door toedoen of nalaten
van de politie slachtoffers zijn gevallen. Politiemensen werken
vaak onder grote druk aan een erg complexe taak. Regelmatig moet
de individuele politieman/-vrouw in een fractie van een seconde
een beslissing nemen die verregaande gevolgen voor hem/haar, maar
ook voor het eventuele slachtoffer kan hebben. Alle partijen
hebben er dan recht op dat los van de politie-organisatie een
onafhankelijk onderzoek wordt opgestart.
De Rijksrecherche spreekt liever over onpartijdigheid. Zonder belang en zonder aanzien des persoons verricht de Rijksrecherche onderzoek waarbij waarheidsvinding voorop staat. Het feit dat de Rijksrecherche wordt aangestuurd door het College van procureurs generaal betekent een belangrijke waarborg voor het kunnen doen van objectief onderzoek. In het algemeen probeert de Rijksrecherche elke schijn van partijdigheid te vermijden bij het doen van onderzoek. De Rijksrecherche heeft geen enkel belang bij welke onderzoeksuitkomst dan ook.
Ja, ook anonieme informatie wordt onderzocht en afspraken zijn te maken over de voorwaarden waaronder de Rijksrecherche geanonimiseerd van informatie wordt voorzien. (zie Contact)
De Rijksrecherche doet alleen onderzoek in opdracht van het OM. Dat neemt niet weg dat de Rijksrecherche ook zelf voorstellen kan doen om een onderzoek te starten. Verder kan de Rijksrecherche naar aanleiding van verricht onderzoek concrete maatregelen adviseren en algemene bevindingen rapporteren aan het OM.
Onderzoek van de Rijksrecherche heeft bijna steeds te maken
met ernstige beschuldigingen aan het adres van politieke of
bestuurlijke ambtsdragers. Alleen al het bekend worden van ( de
bijzonderheden over) deze beschuldigingen kan onherstelbare
schade opleveren voor personen en kan de privacy van personen
ernstig schaden. Daarom wordt per onderzoek zorgvuldig overwogen
wat al dan niet openbaar kan worden gemaakt.
Een deel van de onderzoeken heeft te maken met controle op het
gebruik van ingrijpende bevoegdheden van de Staat (toepassing van
geweld door de politie of de behandeling van personen die in een
politiecel zijn opgesloten) Als de conclusie is dat alles
rechtmatig was of slechts organisatieverbeteringen worden
geadviseerd, komt dit over het algemeen niet in het nieuws.
De overheid staat ten dienste van de burgers en wil alle burgers gelijk en rechtvaardig behandelen. Het belang van de burger staat voorop. Daarin past niet dat ambtenaren onzuiver handelen. Dat betekent onder meer dat zij zichzelf niet mogen bevoordelen, dat zij geen verborgen belangen mogen behartigen en burgers geen voorkeursbehandeling mogen geven als daar geen wettige reden voor is. Integriteit betekent ook dat personen die aan de zorg van de overheid zijn toevertrouwd fatsoenlijk worden behandeld en dat bevoegdheden die de overheid uitoefent - bijvoorbeeld de toepassing van geweld - rechtmatig worden gebruikt.
Het hele scala van methoden en bevoegdheden dat de Nederlandse politie ter beschikking staat, wordt ook door de Rijksrecherche toegepast. Dat betekent dat de onderzoeksmethoden variëren van documentonderzoek tot observatie, telefoontap tot doorzoeking van een woning, DNA/toepassing tot infiltratie.
Opsporingsonderzoeken door de Rijksrecherche richten zich op
functionarissen in dienst van de overheid (incl.
semi-overheid).
Dit kunnen zijn:
- opsporingsambtenaren;
- functionarissen werkzaam bij het Openbaar Ministerie;
- functionarissen werkzaam bij een met rechtspraak belaste
instantie;
- politieke en bestuurlijke ambtsdragers, zoals burgemeesters,
gedeputeerden of kamerleden.
Het moet daarbij wel gaan om een mogelijk gepleegd misdrijf
waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, dat redelijkerwijs
de integriteit van de overheid kan aantasten. Rijksrecherche
onderzoeken zijn onpartijdig en zelfs de schijn van partijdigheid
moet worden vermeden.
De Rijksrecherche probeert in eerste instantie met verklaringen van aangevers en getuigen en met andere toetsbare bewijsmiddelen onderzoek te doen. Het kan echter voorkomen dat personen zich dermate in hun sociaal maatschappelijk welzijn bedreigd voelen, dat hun identiteit geheim moet blijven. Na zorgvuldige afweging en overleg met de officier van justitie worden deze personen ingeschreven als informant bij de criminele inlichtingen eenheid van de Rijksrecherche. Dat kunnen bijvoorbeeld ambtenaren op een departement zijn of politiemensen. Ook anonieme informatie kan reden zijn om onderzoek te starten. Maar het is niet zo dat de Rijksrecherche willekeurig personen binnen de overheid benadert om ´informant te worden´.
Ja, in een drietal opzichten. Als in het kader van een onderzoek in Nederland informatie uit het buitenland noodzakelijk is. Als er op Nederlandse ambassades of in het kader van bijstand aan de Nederlandse Antillen reden is voor inzet. Tenslotte zijn sinds 2001 Nederlanders strafbaar die buitenlandse ambtenaren omkopen. De Rijksrecherche probeert daar zicht op te krijgen en daar strafrechtelijk onderzoek naar te doen.
De Rijksrecherche doet opsporingsonderzoeken onder leiding van het openbaar ministerie (OM). Een deel van de onderzoeksresultaten wordt getoetst door de onafhankelijke rechter. Tegen een beslissing van het OM om een onderzoek van de Rijksrecherche niet aan de rechter voor te leggen kan een rechtstreeks belanghebbende bezwaar aantekenen bij het Gerechtshof. Verder heeft de Rijksrecherche een klachtregeling en wordt jaarlijks een openbaar verslag uitgebracht van de activiteiten. Het College van procureurs generaal controleert of mensen en middelen bij de Rijksrecherche op een juiste wijze besteed worden.